Frits Prakke

Archive for the ‘Technisch Weekblad’ Category

De calculerende innovator

In Technisch Weekblad on zondag, april 25, 2010 at 11:48

De calculerende innovator, daar kan ik kort over zijn. Die bestaat niet. Echte vernieuwers kom je sowieso weinig tegen, te weinig misschien. Maar als je ze tegen komt kan zomaar je leven veranderen. Plotseling kom je erachter dat je na die ontmoeting anders tegen de zaken aan bent gaan kijken. Je hebt geleerd mogelijkheden te zien waar die er eerst niet waren. De gewone mens lijdt aan een gebrek aan fantasie. De innovator opent zijn ogen. Niet door zo goed te calculeren, maar door te zien. En te laten zien. Niet door risico’s te berekenen maar door risico’s te nemen.

De innovator in een organisatie verandert deze. Terwijl alle collega’s bezig zijn de regels te volgen, weet de innovator de regels te veranderen. De organisatie, het bedrijf, de afdeling, is nooit meer dezelfde. De mensen in de organisatie zijn, hoe kortstondig ook, andere mensen geworden. Het bedrijf kan prestaties leveren die eerder niet mogelijk waren. Moeilijkheden worden mogelijkheden. Het gevolg is een nieuw product, een succesvolle campagne, enthousiaste klanten. De verwachtingen worden overtroffen. Dat is het talent van de innovator. De wereld is even anders, ook al is dat soms kortstondig. De innovator wordt moe, de mensen gaan calculeren. En dat is het einde van de innovatie. De blauwe wimpel gaat over naar een ander schip. Maar iedereen die ooit met een echte innovator heeft gewerkt zal dat niet meer vergeten. Wie deze ervaring nooit heeft gehad is te betreuren.

We streven innovatie na in ons persoonlijk leven, in ons bedrijf, en in dit lage land achter de duinen. In Nederland werd acht jaar geleden het Innovatie Platform (IP) ingesteld. Daarin werden alle belanghebbenden bij innovatie in Nederland volgens het poldermodel verenigd onder leiding van de premier, om met een aanzienlijk deel van de aardgasbaten innovatie te gaan bevorderen. Omdat je wel eens genoeg krijgt van steeds dezelfde bloemetjesjurk zal het IP na de verkiezingen zeker niet terugkeren. Maar dit is wel het moment om ons af te vragen wat er mis is gegaan. Want ook de volgende regering zal het tekort aan innovatie in Nederland onder ogen moeten zien.

Het grote manco was dat het IP, bestaande uit calculerende belangenbehartigers, op zoek is gegaan naar de calculerende innovator. En die bestaat niet. De vernieuwende visie die de leden individueel misschien nog hadden werd weggepolderd. Zogenaamd werden er echte keuzes gemaakt. Maar zoals Frans Nauta, de oud-secretaris van het IP, achteraf schreef, werden deze keuzes bijgesteld als een achtergestelde dijkgraaf maar hard genoeg klaagde. Sturen op output verloor het van sturen op input.
Internationaal zijn er genoeg voorbeelden van overheden die er in zijn geslaagd temidden van alle calculerende inwoners de echte innovator te vinden. Zelfs na alle bezuinigingen moet dat na de verkiezingen ook in Nederland mogelijk zijn.

Brief aan mijn jonge ik

In Technisch Weekblad on zondag, maart 28, 2010 at 17:12

Een jongen was je ….. maar een domme jongen. Was het de adolescente overmoed? Had je niet opgelet op school? Nee, juist omdat je zo netjes geleerd had en naar Nederland was teruggekomen met aanbevelingen van de beste professoren ter wereld werd jij in de jaren tachtig gevraagd om strategisch verkenner te worden. Diverse adviescommissies van de regering wilden allemaal verkenningen van de toekomst. En jij voelde je gevleid. Ik schrijf aan jou, mijn jonge ik, nu meer dan twintig jaar later, een brief op verzoek van de CPNB in het kader van het Boekenweekthema : “Jong zijn in de wereld van innovatie”.

Wat wist jij het allemaal zeker in de jaren tachtig. Jij en de andere titaantjes, want toegegeven, ook toen sprak iedereen elkaar na. Jullie wisten zeker dat kernenergie na de vreselijke ongelukken met de reactoren op Three Mile Island en in Tsjernobyl een doodlopend pad was. De prijs van ruwe olie bleef door innovatie twintig jaar lang zeer laag, precies zoals jij dat voorspelde op basis van vertrouwen in de markt. Dat was precies in overeenstemming met de colleges economie. Jammer dat jij er kennelijk even niet bij was toen het leerstuk werd behandeld dat de economische wetenschap wel naar achteren maar niet naar voren kan kijken. Zullen we zeggen dat je tijdens dat college in de kroeg zat met de economiestudenten die later bankier op Wall Street zouden worden?

Je zult versteld staan dat de prijs van ruwe olie ondanks de economische crisis zich nu al enige tijd tussen $ 80 en $ 150 per vat beweegt en dat alternatieve-energie titaantje Wouter van Dieren tegenwoordig pleitbezorger is van de bouw van nieuwe kerncentrales, zei het hele kleine. Wat moet Herman Damveld van Technisch Weekblad daarvan vinden?

Als technologieverkenner wist jij in de jaren tachtig ook zeker dat Europese industriële bedrijven de innovatiestrijd met Japan zouden verliezen. Net als andere toekomstverkenners heb je de impact van het Internet en van China gemist. Het debâcle met de gesubsidieerde kolengravers van RSV betekende voor jou het einde van industriepolitiek in Nederland. Philips zou in 1985 als going concern nul waarde hebben gehad. Logisch dat het Nederlandse industriële erfgoed in de vorm van Akzo-vezels, Fokker, Hoogovens en DAF Trucks aan de hoogste buitenlandse bieder – voor weing – van de hand werd gedaan. Het zal je verbazen, en de nodige bescheidenheid bijbrengen, te horen dat dit jaar de regering weer € 50 miljoen subsidie heeft verleend voor een herstart van Fokker. Grootvader’s Spijker heeft met € 450 miljoen subsidie het Zweedse Saab gekocht. Na dertig jaar is de Amerikaanse industrie nog steeds de meest innovatieve. Nederland handhaaft zich. En, o ja, met Japan gaat het niet zo goed, zelfs niet met het door jou zo geprezen Toyota.

Warren Buffett en risico management

In Technisch Weekblad on maandag, maart 1, 2010 at 18:53

Als je dan zo slim bent, waarom ben jij niet rijk? Dat is de vraag waarop bijna alle columnisten en andere betweters in het debat over de Kredietcrisis een antwoord schuldig moeten blijven. Zoniet Warren Buffett, sinds 1965 de president van Berkshire Hathaway. Al meer dan veertig jaar groeit de waarde van zijn investeringsfonds jaarlijks met meer dan twintig procent. Dat maakte hem één van de drie rijkste Amerikanen. Hij heeft de charmante gewoonte ieder jaar in een brief publiek verantwoording af te leggen over zijn beleid en vervolgens zonder pardon zijn mening te geven over de staat der natie.

Dit jaar legt Buffett in zijn brief de volle schuld van de kredietcrisis bij foutief risico management. Bestuurders van financiële instellingen zouden alleen die risico’s mogen nemen waarvoor zij in het geheel met hun persoonlijk vermogen verantwoordelijkheid voor nemen. Het mag nooit zo zijn als bij de grootste vier fiasco’s van de laatste twee jaar, dat aandeelhouder een verlies lijden van $ 500 miljard en de belangrijkste bestuurders, zoals Dick Fuld van Lehman Brothers en Jimmy Cayne van Bear Stearns, uit kunnen stappen met behoud van een persoonlijke winst van vele honderden miljoenen. De Europese casinobankiers zijn er persoonlijk ook niet slecht vanaf gekomen.

Alle andere factoren in de kredietcrisis zijn secundair. Buffet weigert de schuld te geven aan een noodlottige samenloop van omstandigheden, zoals we zo vaak moeten aanhoren van Nederlandse bankiers. Ook spreekt de raskapitalist niet over een gebrek aan toezicht of over een teveel aan juridische belemmeringen van de centrale bank.

Eerder legde ik (Technisch Weekblad januari 2009) de schuld aan de crisis bij het gebrek aan transparantie en de ondoorzichtige producten van Financial Engineering zoals credit- default swaps, waardoor complexe risico’s werden berekend door computermodellen zoals het VaR-model. Deze werden door talrijke beurshandelaren toegepast maar slechts door een kleine groep wiskundigen begrepen. De bestuurders van de banken delegeerden het management van de risico’s aan Risk Officers die op hun beurt vertrouwden op de sommen van Financial Engineering. Buffett is van mening dat bestuurders die met hun eigen vermogen aansprakelijk zijn, zich wel degelijk zullen vergewissen van echte risico’s achter de computermodellen. En daar valt wat voor te zeggen. Bij Berkshire is eigenaar Buffett zelf de Risk Officer.

De kern van Buffetts boodschap over risico management is, denk ik, dat het evenwicht tussen bonus en malus, tussen beloning en straf, bewaakt moet worden. Dat moet het uitgangspunt zijn van alle governance. Het maximeren van de bonus is een populistisch schijngevecht. Dat geldt niet alleen voor bankiers, maar ook voor ingenieurs die de daken van zwembaden construeren, maagdarm chirurgen en bouwers van de N/Z lijn in Amsterdam, zowel aannemers als wethouders. Maar nu eerst het financiële stelsel. De uitdaging aan Europa is om het kapitalistische principe van Buffett om te zetten in degelijke Europese regulering.

De andere kredietcrisis: Venture Capital

In Technisch Weekblad on maandag, februari 1, 2010 at 18:50

Terwijl vandaag op het Binnenhof de commissie-De Wit Nederlandse bankiers aan de tand voelde over hun roekeloze beheer van het kapitaal van ons land, mocht ik enkele straten verderop deelnemen aan een volstrekt tegengestelde bijeenkomst van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid over de financiering van innovatie. De centrale vraag daar was:” Hoe de bijdrage van de financiële sector aan de innovatiekracht van ons land te vergroten?”. De aanwezige vertegenwoordigers van financiële instellingen werden door een keur van internationale innovatiedeskundigen aan de tand gevoeld over het tekort aan innovatiekredieten in Nederland.

Laks monetair beleid en de halleluja economie hebben volgens de kenners in de Verenigde Staten geleid tot een golf van innovatie in kennisintensieve kleine bedrijven in de biotechnologie en in de ICT, naast een fatale crash in de markt voor hypotheken en complexe financiële producten. In Nederland hebben we alleen dat laatste effect gehad. Hoe kan dat?

Na eerdere golven van langdurige economische groei die gebaseerd waren op technologische innovatie in de spoorwegen en Fordistische productie van consumptiegoederen, wordt het huidige tijdperk beheerst door de brede invoering van ICT. Carlota Perez van de Cambridge Universiteit stelt, voortbouwend op de theorieën van Kondratiev en Schumpeter, dat een bijzonder kenmerk van deze technologische golf is de cruciale rol die gespeeld wordt door relatief kleine, kennisintensieve bedrijven. Ze spreekt over SKIE’s, Small Knowledge Intensive Enterprises. Deze bedrijven zijn voor hun ontwikkeling niet afhankelijk van goedkope energie en goedkope arbeid, maar van specialistische kennis en investeerders die bereid zijn daarin te investeren. Hun risicokapitaal moet ook geduldkapitaal zijn.

Het Nederlandse onderwijs scoort niet slecht in de aantallen hoogopgeleide ICT specialisten. Mede door een breed spectrum van innovatiesubsidies van de overheid is daarom het aantal ICT starters ook sterk verbeterd de laatste jaren. Maar het grote verschil met de Verenigde Staten ligt in de mogelijkheden om bij succes snel door te groeien. Daarvoor zijn veel grotere investeringen nodig dan wat beschikbaar is in de Nederlandse stimuleringsprogramma’s. In de VS heeft zich onder andere in Silicon Valley en rond Rte. 128 bij Boston een apart systeem van investeerders ontwikkeld, technisch evenzeer gespecialiseerd als financieel, die de groei van SKIE’s mogelijk maakt. Hun zekerheid is niet een machinepark, maar de aanwezige kennis in het bedrijf. Kan de AWT het onze pensioenfondsen en handelsbanken kwalijk nemen dat ze dit spel van risico financiering nog niet mee kunnen spelen? Toch kan ook hier gesproken worden van een kredietcrisis. Al luisterend fantaseerde ik vanmiddag, dat ooit een opvolger van de commissie-De Wit met hulp van Carlota Perez op het Binnenhof de opvolger van Naut Wellink bij de Nederlandse Bank aan de tand zou voelen over het onverantwoordelijke gedrag van de Nederlandse financiële instellingen door het in gebreke blijven bij de noodzakelijke investering in SKIE’s. Wat deed de toezichthouder?

Rijk worden van open innovatie

In Technisch Weekblad on woensdag, januari 6, 2010 at 0:02

Een innovatie moet per definitie technisch nieuw en nuttig zijn. Economen vinden dat iets pas echt nuttig is als iemand er rijk van wordt. En dat stemt aardig overeen met de droom van iedere ingenieur die in navolging van Thomas Edison uitvinder wil zijn. De gloeilamp!

Rijk worden betekent dat eigendom verkregen moet worden, in dit geval intellectueel eigendom van de innovatie, oftewel een octrooi. Die beschermt de innovatie wettelijk tegen goedkope namaak. Het gevolg is volstrekte geheimhouding tot het moment waarop het octrooi wordt gepubliceerd. Ondanks de nadelen voor de wetenschappelijke kennisuitwisseling is deze geslotenheid de basis geweest waarop industriële concerns zoals IG Farben, General Electric, Philips en Microsoft, met hun afgegrendelde researchlaboratoria, in de vorige eeuw groot en machtig zijn geworden.

Maar de huidige technologische trend is Open Innovatie. Een voorbeeld is Cisco Systems, producent van telecommunicatieapparatuur. Het bedrijf heeft in twintig jaar technologisch leiderschap in de branche verworven zonder zelf te investeren in research of kostbare ontwikkelingsprogramma’s. In plaats daarvan werd op basis van Open Innovatie steeds samengewerkt met de beste externe partners. Dit jaar is het grote voorbeeld Twitter. De oprichters spreken niet van een innovatie, maar van een platform. In de loop van een jaar zijn daar vele nieuwe en essentiële functies en applicaties aan toegevoegd. Dat is gedaan door de gebruikers, een community van lead users in de termen van MIT’s Eric van Hippel, in ieder geval door mensen die niet op de loonlijst van Twitter staan. In extreme gevallen: crowd sourcing.

De bescherming van eigendom is naar achteren gedrongen door de behoefte aan kennisuitwisseling en openheid. Ook Philips heeft de strategie van Open Innovatie omhelsd. Wie in Eindhoven naar het vroegere NatLab zoekt komt terecht op de open Philips campus, waar tal van zelfstandige kleine bedrijfjes, research instituten en starters gevestigd zijn. Faciliteiten, kennis en inspiratie worden gedeeld. Soms voelen zij zich lammeren die zich neerleggen bij een leeuw.

Is de bescherming van intellectueel eigendom (IE) in strijd met open innovatie (OI)? Sommige bedrijven, zoals Pfizer Inc en 3M Co weigeren met externen te praten zonder eerst een eigen octrooipositie te hebben. Een aantal universiteiten zijn door de bezuinigingen op wetenschappelijk onderzoek zo octrooibelust geworden dat ze door de industrie als wereldvreemde en onmogelijke partners worden gezien. Drie onderzoekers van de Imperial College Business School hebben de R&D strategie van tientallen bedrijven in de VS en Europa op dit punt onderzocht. Het succes van methoden van bescherming van IE blijkt niet afhankelijk van verschillen in grootte of van bedrijfssector. Doorslaggevend zijn de mate waarin de technologische omgeving turbulent is of kalm en de mate waarin de relevante kennis zeer breed, door vele bedrijven wordt gehouden, of juist geclusterd. In het eerste geval kan crowd sourcing een goede strategie zijn; in het tweede wellicht een research consortium. De combinatie van open innovatie en rijk worden van innovatie is maatwerk.

Duurzaamheid exit

In Technisch Weekblad on maandag, november 16, 2009 at 20:42

Een van mijn jeugdzondes was een liefde voor het amateurtoneel. Ik heb daar veel van geleerd. Terwijl onze opvoering van Oscar Wilde’s De Ernst van Ernst voorploeterde werd al snel duidelijk dat het ons als jonge acteurs ontbrak aan het vermogen de toeschouwers langdurig te boeien. De regisseur, een oude rot in het vak, wist daar wel wat op. Op willekeurige momenten produceerde hij in de coulissen het geluid van een luid klapperend raam. Als dat niet hielp kon hij ook – ongeacht de dramaturgische ontwikkeling – op willekeurige momenten het geluid van een blikseminslag produceren. Of was dat tijdens onze opvoering van De Vrouwen van Troje van Euripides? In ieder geval zat iedereen in de zaal na de donderklap onmiddellijk weer rechtop.

Politiek is ook theater. Het internationale politieke debat over duurzaamheid en klimaatbeleid ter voorbereiding van de APEC conferentie in Kopenhagen gaat steeds meer lijken op slecht amateurtoneel. De spelers komen op en spreken routineus hun teksten. Maar het vuur ontbreekt. De thema’s zijn verouderd. Waar blijft de nieuwe Euripides? Het debat over duurzaamheid is na een jaar kredietcrisis niet langer boeiend. Inhoudelijk dreigt de obsessie met onhaalbare lange termijn afspraken over CO2 uitstoot de pragmatische korte termijn aanpak van direct bedreigende milieuvernietiging te verdringen. Bijvoorbeeld lood en kwikvergiftiging, overbevissing en ontbossing. In Nederland lezen wij de wereld de les over lange termijn CO2 afspraken. Maar we staan toe dat Egmond aan Zee nog jaren lang zijn riool loost op het strand van de Noordzee. In alle landen is de noodzakelijke, direct uitvoerbare verdubbeling van de brandstofbelasting onbespreekbaar. (In Nederland zou die ook de chimaera van de kilometerheffing technisch overbodig maken.)

Er is dringend behoefte aan nieuwe aansprekende thema’s om het veeleisende theaterpubliek wakker te houden. De oude rot Al Gore heeft nog een oude toneeltruc uitgehaald door de introductie van uitstervende ijsberen en smeltende gletsjers in de coulissen. Maar dat is op den duur te willekeurig om te blijven boeien. Het thema duurzaamheid spreekt het grote publiek niet aan en klimaatverandering is te technisch om draagvlak te creëren.

De systeem dynamicus Jay Forrester, auteur van het eerste onderzoek van de Club van Rome over de uitputting der aarde in 1971 (en uitvinder van de RAM chip), verwerpt duurzaamheid als doelstelling. (Interview in Sloan Management Review, winter 2009.) Duurzaamheid is te conservatief. Forrester pleit voor (zoeken naar) evenwicht en overleven als doelstellingen. Hij ziet kansen in de huidige economische crisis, maar vreest politieke tegenwerking van economische machten die terug willen naar herstel van de oude situatie.

Zijn evenwicht en overleven de aansprekende thema’s die het publiek in de grote zaal deze maand in Kopenhagen wakker kunnen schudden? Prima, zolang de direct noodzakelijke acties tegen milieuvernietiging maar niet worden vergeten, en onze acteurs niet te amateuristisch zijn. Duurzaamheid exit.

De slimme stad

In Technisch Weekblad on maandag, oktober 12, 2009 at 20:04

Om de crisis te bestrijden ontbreekt het onze regering niet aan geld. Zie de begroting die op Prinsjesdag is ingediend. Nee, het ontbreekt aan goede initiatieven. Het is allemaal te centralistisch, te Haags. De Haagse fantasie laat zich te gauw beperken tot grootschalige subsidieprogramma’s, terwijl de huidige economische crisis zich juist in lokale knelpunten en misstanden openbaart. Wie in Den Haag het meeste politieke rumoer maakt komt het eerste aan bod voor de grootschalige subsidies. Daarom de Nationale Sloopregeling voor de Bovag, de macromane windmolenparken op de Noordzee waar altijd subsidiegeld bij zal moeten, en de zojuist aangekondigde 500 miljoen euro voor de nationale dubbelglasregeling onder de noemer lokaal klimaatbeleid. Die is voor huiseigenaren die nog steeds te lui waren om hun gasrekening goed te lezen. Deze regeling heet lokaal, omdat de lokale overheden als loket mogen dienen. Maar ieder werkelijk lokaal initiatief ontbreekt.

Het wezen van een structurele crisis als de huidige is dat oude wegen zijn doodgelopen: institutioneel, cultureel, economisch en technologisch. Nieuwe trajecten van oplossingen moeten worden gezocht. Minder grootschalig en meer bottom-up. Een mooi voorbeeld vind ik het project “Smarter Cities”. Dat is een initiatief van de City University van New York, het Urban Land Institute, het Brookings Institute en IBM. Een belangrijk thema is het beter benutten van de overvloed aan data die in moderne steden wordt verzameld. Doel is zonder geldverslindende bureaucratisering de dienstverlening aan burgers significant te verbeteren.

Toepassingsgebieden zijn verkeer, energiebesparing, veiligheid, gezondheidszorg, sociale diensten en onderwijs. Zo is het software programma CompStat een succesvol hulpmiddel gebleken voor de politie in New York om snel te reageren op onveilige situaties op straat. Het “311” klachtennummer in New York verwerkt 50.000 klachten per dag. De brandweer ontwikkelt met IBM een informatiesysteem waarin bouwkundige details en risicofactoren uit diverse stedelijke databases geïntegreerd kunnen worden doorgegeven aan ladderwagens op weg naar een brand. Dit soort informatie had vorig jaar in Nederland slachtoffers onder de brandweerlieden kunnen voorkomen bij de brand in de scheepswerf in De Punt, waar gevaarlijke stoffen waren opgeslagen.

Met behulp van Business Intelligence software ontwikkeld in het kader van Smarter Cities heeft de Sociale Dienst van Alameda County in California de bureaucratische verspilling zo weten te verminderen dat er nu per client meer tijd kan worden besteed en tegelijk miljoenen dollars worden bespaard. In Dubuque worden gas-, electra- en watermeters gekoppeld aan een IT systeem dat burgers informeert over hun dagelijks gebruik. De wachttijd voor het verlenen van een bouwvergunning in New York is teruggebracht van 40 naar 7 dagen.

Smarter Cities leert van de industriële ervaring met lean manufacturing, ooit geperfectioneerd door Toyota. De essentiële informatie wordt gebundeld en gebracht naar de werkvloer. Daar wordt stap voor stap de effectiviteit en dienstverlening verbeterd. Bottom-up, dat is de toekomst, ook lokaal.

De do’s en don’ts van bedrijfs-R&D plus 10 tips om de crisis te overleven

In Economy, Technisch Weekblad on zaterdag, september 26, 2009 at 18:00

Twitter, het innovatieproces

In Technisch Weekblad on maandag, september 14, 2009 at 15:54

Twitter is de doorbraaktechnologie van 2009. We kunnen nu duidelijk constateren dat radio en TV altijd eenzijdige en tamelijk autocratische media zijn geweest, om over de regenteske kwaliteiten van kranten en tijdschriften maar niet te spreken. Met excuses aan onze hoofdredacteur.

De golf van nieuwe media als Internet, Wikipedia, Hyves, YouTube en Facebook zijn wezenlijk interactiever en daardoor democratisch. Twitter spant de kroon en is dit jaar reeds aangewezen als voornaamste veroorzaker van sociale bewegingen zoals de demonstraties tegen de theocraten in Iran, een opstand tegen communisten in Moldavië en de verkiezingsoverwinning van president Obama in de VS. Bij rampen zoals de crash van Turkish Airlines bij Schiphol is de berichtgeving via Twitter sneller dan alle nieuwsdiensten. Sick City, een zoekapplicatie van Twitter, vormt een belangrijke indicator voor het epidemische verloop van de Mexicaanse griep. De positie van Google als dominante zoekmachine wordt bedreigd.

Twitter is niet alleen kenmerkend voor de nieuwe media. De introductie van Twitter biedt ons ook een belangrijke kijk op het nieuwe gezicht van innovatie. De oprichters van Twitter, Evan Williams, Biz Stone en Jack Dorsey, spreken niet van een uitvinding of een innovatie, maar van een nieuw platform. De oorspronkelijke basisfuncties zijn simpel: tweets, followers en zoekopdrachten naar onderwerpen. Maar daar zijn in de loop van een jaar vele nieuwe en essentiële functies en applicaties aan toegevoegd. Dat is gedaan door de gebruikers van Twitter, niet door de uitvinders en al helemaal niet door mensen op hun loonlijst. Het idee om een groep van tweeters – bijvoorbeeld ooggetuigen van een vliegramp of bezoekers van een wetenschappelijk congres of een concert – te identificeren via een “hashtag” is een spontane uitvinding van gebruikers. De software voor zoekopdrachten in een lopende stroom van tweets is ontwikkeld door een start-up bedrijfje, Summize, dat vervolgens voor een beperkt bedrag door Twitter is overgenomen.

Waar traditionele industriële bedrijven om het marktbereik te vergroten jarenlang honderden ingenieurs tegen hoge kosten moeten inzetten om applicaties voor basisinnovaties verder te ontwikkelen, is dit werk in het geval van Twitter door derden, de zogenaamde lead users en end users, gedaan. In zeer korte tijd en meestal voor niks. Er zou inmiddels meer dan een half miljard dollar voor Twitter geboden zijn. Zelfs als we de voorafgaande mislukte start-ups van de drie oprichters meerekenen, zijn de investeringen in onderzoek en ontwikkeling bijzonder laag geweest.

Het innovatieproces van Twitter wijkt sterk af van het traditionele lineaire innovatiemodel, waarin research wordt gevolgd door ontwikkeling, ontwerp en marketing, doorgaans volgtijdelijk en bedrijfsorganisatorisch strikt gescheiden. Twitter is een voorbeeld van Open Innovatie, steeds belangrijker in opkomende sectoren zoals elektronica, ICT en hightech diensten. Open Innovatie is democratisch. Voor succesvol management van R&D betekent dat openheid en oriëntatie op de gebruikers van de innovatie.

Kyoto en dan wat?

In Technisch Weekblad on maandag, augustus 3, 2009 at 22:00

Dat gaat zo niet lukken. De strijd tegen klimaatsverandering en voor duurzame economische en technologische ontwikkeling is verzand in symbooldiscussies en korte termijn politiek.

Autohandelaren melden enthousiast dat in het kader van de Nationale Sloopregeling in korte tijd al 18.000 vervuilende auto’s daadwerkelijk zijn gesloopt en dat tegen ongeveer € 1.000 subsidie per autowrak verwacht mag worden dat binnenkort het totale budget van de regeling, à € 80 miljoen, succesvol besteed zal zijn. Het succes is zelfs zo groot dat SenterNovem, de uitvoerende dienst, extra werknemers moet inzetten. Het vergelijkbare programma “Cash for Clunkers” in de VS – alleen tien keer zo omvangrijk – was met 200.000 aanvragen binnen een week uitverkocht, zodat het doorgaans zeer trage Congres nu midden in de zomer bijeen kwam om een extra $ 2 miljard goed te keuren. Hoeveel dollars zou dat zijn per eenheid klimaatsverbetering? Of per centimeter daling van de zeespiegel? Die vraag wordt allang niet meer gesteld. Evenmin als bij de subsidies voor windmolens op onze Noordzee.

Na Kyoto was de hoop dat de moeizaam tot stand gekomen internationale consensus rond bestrijding van de opwarming van de aarde en de noodzaak van duurzame technologie zou leiden tot belangrijke concrete stappen. Tot 2008 was er nochtans veel “op de politieke agenda” gezet en waren er zeer ambitieuze CO2 doelstellingen voor 2020 overeengekomen, maar er waren nauwelijks echte ombuigingen. Die hoop werd nieuw leven ingeblazen door de Kredietcrisis in de winter van 2009. Nieuwe politieke leiders zoals Obama, Merkel, Brown en Bos leken plotseling bereid de werkelijk structurele crisis te beantwoorden met visionaire initiatieven voor werkelijk structurele verandering. Het doel was meer evenwichtige economische en technologische ontwikkelingen. Door de crisis werd het eindelijk mogelijk – dat was ook mijn hoop – om zowel antisociale banken als energieverspillers ter verantwoording te roepen. Dat was een eenmalige kans.

De kans was er om financiële markten radicaal te (her-)reguleren en transparantie af te dwingen, en om de verspilling van fossiele brandstoffen terug te dringen door belastingen. Regels en belastingen zijn aloude, liberaal te noemen, overheidinstrumenten. Maar in de korte termijn politieke praktijk mochten (oud-) bankiers adviseren over maatregelen voor de financiële sector. Transport- en energiebedrijven mochten adviseren over energiebesparing. Moeten we verbaasd zijn dat deze adviseurs, zowel in de VS als in Europa, het nooit eens konden worden over strengere regels en noodzakelijke belastingen, maar wel over subsidies voor de eigen sector? Er werden symbooldiscussies gevoerd over bonussen voor falende bankiers, maar niet over echte transparantie en verantwoording. In Nederland werd nota bene als crisismaatregel de vliegtaks teruggedraaid, in effect gelijk aan een exorbitante subsidie op reeds veel te goedkope brandstof.

Subsidies zoals de sloopregelingen zijn korte termijn oplossingen. Dat betekent een gemiste kans en hoogstens korte termijn herstel. Tot de volgende crisis.