Frits Prakke

Archive for mei, 2002|Monthly archive page

Een gewaarschuwde functionaris telt voor nul

In Technisch Weekblad on maandag, mei 20, 2002 at 20:21

Op 5 juli 2001, twee maanden voor de fatale aanvallen van zelfmoordcommando’s op het WTC en het Pentagon, schreef FBI agent Williams in Phoenix in een rapport aan zijn superieuren in Washington en New York, dat een aantal door hem gevolgde islamitische radicalen ingeschreven waren bij een opleiding voor piloten in Arizona. Zij toonden bovendien buitengewone belangstelling voor de veiligheidsmaatregelen op vliegvelden. Hij drong sterk aan op een FBI onderzoek naar alle vliegopleidingen in de Verenigde Staten om de infiltratie van Al Quaeda in de burgerluchtvaart vast te kunnen stellen.

Het rapport van de oplettende medewerker in de provincie werd genegeerd. In september 1999 was de National Intelligence Council in Washington al in het bezit van een rapport waarin werd geconcludeerd dat zelfmoordcommando’s van Al Quaeda’s Martelaarschap Bataljon vliegtuigen vol explosieven zouden kunnen doen neerstorten op het Pentagon en het Witte Huis. Het lijkt onomstotelijk bewezen dat Amerikaanse overheidsfunctionarissen voldoende waren gewaarschuwd voor de “gebeurtenissen van 9/11”.

Het gaat ons hier niet om de deze week in Washington oplaaiende discussie of President Bush of, voor hem, President Clinton grove nalatigheid heeft getoond. Hillary Clinton heeft vanuit haar positie in de Senaat voor alle zekerheid reeds de aanval geopend op Bush. Veel verontrustender is de vraag of grote socio-technische systemen, zoals veiligheidsdiensten, de burgerluchtvaart, de gezondheidszorg en het openbaar vervoer, in het algemeen wel in staat zijn adequaat te reageren op plotselinge uitzonderlijke bedreigingen, uit welke hoek dan ook. Het gaat hier om zeer grote organisaties, met alle technologische hulpmiddelen, in een ambtelijke inbedding. De handelingsonbekwaamheid is niet het gevolg van een gebrek aan informatie, maar van het onvermogen, misschien de onwil, van de verantwoordelijke functionarissen om de noodzakelijke conclusies te trekken. Net als mensen hebben bureaucratieën vaak alleen oog voor wat welgevallig is.

Historisch bestaan er de voorbeelden van handelingsonbekwaamheid in Den Haag begin mei 1940, ondanks waarschuwingen uit Berlijn dat een aanval van Hitler Duitsland aanstaande was, en in Washington DC begin december 1941, ondanks de onderschepte berichten dat de Japanse vloot Pearl Harbor naderde. Beschamend is het te lezen bij de historicus Walter Laquer (1980) hoe in de hoofdsteden van de geallieerden pas drie jaar na de ontvangst van alle nodige informatie de holocaust onderkend werd. Op een andere schaal en nog vers in het geheugen ligt de handelingsonbekwaamheid van Nederlandse overheidsfunctionarissen met betrekking tot overduidelijke informatie over de grote risico’s van vuurwerk opgeslagen in zeecontainers in een woonwijk, en over de onveiligheid van de kerstversiering van café ’t Hemeltje in Volendam. Het probleem is niet het gedogen maar de handelingsonbekwaamheid. De informatie is beschikbaar, maar niemand trekt de juiste conclusie.

New York Times columnist William Safire schrijft dat het rapport van FBI agent Williams over El Quaeda strijders op vliegscholen genegeerd werd omdat de CIA verantwoordelijk was voor de briefing aan de president over veiligheidsrisico’s. Als concurrerende overheidsdienst weigerde de CIA over dit onderwerp te rade te gaan bij de FBI. Op 6 augustus 2001 werd slechts een algemene melding gedaan aan Bush over de mogelijkheid van vliegtuigkapingen door Al Quaeda. Over radicale islamieten op vliegscholen werd niet gerept.

Advertenties