Frits Prakke

Posts Tagged ‘China’

Een historische week

In Technisch Weekblad on maandag, augustus 16, 2010 at 21:58

Of wij het nieuws eerst hoorde op de camping of terug van vakantie weer op ons werk, later kunnen wij onze kleinkinderen vertellen dat wij erbij waren toen deze week bekend werd gemaakt dat China in een verbazingwekkende groeispurt Japan had gepasseerd als de tweede economie ter wereld. Wij zijn deze week getuigen geweest van een historische mijlpaal. Nadat in voorafgaande jaren reeds Duitsland, Frankrijk en Engeland waren ingehaald, kwam dit toch als een verrassing. Toen ik vijf jaar geleden op deze plek laatst over China schreef was het bruto nationaal product van China nog slechts de helft van dat van Japan. China’s groeipercentage ligt structureel boven de tien procent per jaar tegenover ongeveer één procent in Europa, en lager in Japan. You do the math.

Minder dan wij wilden geloven is de ineenstorting van het sovjet imperium in 1989 niet de overwinning geworden van laisser-faire ondernemingsgewijze productie of van het westerse liberale politieke model. China is nog steeds een autoritaire staat. Maar het land is erin geslaagd productieve krachten te ontketenen op een manier die noch Karl Marx noch Milton Friedman had kunnen vermoeden. De arbeidsmarkt en de woningmarkt zijn bevrijd van de voorheen draconische restricties. Corruptie blijft een probleem, maar vele privileges zijn afgeschaft. Door onderwijs en urbanisatie hebben honderden miljoenen chinezen van deze nieuwe vrijheden gebruik gemaakt door van laagproductieve naar hoogproductieve banen te gaan. Dit is in economische zin arbeidsmigratie en in culturele zin een reis van de middeleeuwen naar de moderne tijd. Op geen enkele wijze is de Chinese economische ontwikkeling een kopiëren van het westerse economische model. Maar het bevrijden, de flexibilisering, van de arbeidsmarkt en de woningmarkt zijn wel wezenlijke algemene grondslagen van economische ontwikkeling. In een geheel andere politieke context zijn dat ook de grondslagen van het recente economische succes van India.

Vergeleken met de positieve ontwikkelingen in China en India zijn de conjuncturele perikelen in Europa en Noord Amerika, onze “Grote Recessie”, een marginaal verschijnsel. Maar toch. We moeten onze belangrijkste problemen onder ogen zien. De financiële markten hebben gefaald en de nodige hervormingen laten op zich wachten. In Nederland is er sprake van verstarring op de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Een deflationaire ontwikkeling zoals in het verstarde en vergrijzende Japan is de grootste reële dreiging. VVD, PVV en CDA, de partijen in de coalitiebesprekingen die in deze historische week plaatsvinden, lijken er voor te kiezen deze problemen te negeren. Volgens de weinige berichten in de pers wordt hard gewerkt aan bezuinigingen uit vrees voor inflatie, die wel ideologisch, maar nauwelijks statistisch waarneembaar is. De bonussen? Hervormingen van de verstarde arbeidsmarkt (tijdige aanpassing pensioenleeftijd) en woningmarkt (hypotheek- en huursubsidies) zijn taboe verklaard. Moeten we binnenkort bij de Chinezen te rade gaan?

Advertenties

China, India, Nederland

In Technisch Weekblad on maandag, november 27, 2006 at 23:31

In een lezing vorige week aan de Universiteit van New South Wales heeft James Wolfensohn, tien jaar lang het hoofd van de Wereldbank, gewaarschuwd dat het bruto nationaal product van China en India binnen 25 jaar groter zal zijn dan dat van de G 7, de club van geïndustrialiseerde landen. De nu nog rijke landen schieten zwaar tekort in hun antwoord op deze onvermijdelijke ontwikkeling en dreigen door desinteresse af te glijden naar een ondergeschikte economische positie. Zou Wolfensohn daarbij doelen op de zojuist afgeronde Nederlandse verkiezingen? Daarbij werden Europa en mondiale vraagstukken stelselmatig genegeerd. Het valt nauwelijks te ontkennen dat de verkiezingsdebatten in hoge mate werden gekenmerkt door angstig provincialisme en tegenstellingen uit de oude doos.

Adam Smith wees al in de achttiende eeuw op de economische schade van afsluiting van de buitenwereld en een beleid van mercantilisme. Smith is een Schotse econoom uit de tijd dat deze beroepsgroep nog morele filosofen heette. Groei van de welvaart – the wealth of nations – is pas mogelijk als de overheid onnodige belemmeringen van technische ontwikkelingen en de vrije handel wegneemt. Het sluiten van de grenzen kan makkelijk leiden tot perioden van economische en culturele neergang. Wolfensohn wijst er in zijn lezing op dat China en India tot de zestiende eeuw 50 procent van het mondiale economisch product voortbrachten. Dat was voordat de keizer van China een verbod uitvaardigde op zeewaardige schepen en voordat India werd gekoloniseerd. Door de resulterende stagnatie in het Oosten en de industriële revolutie in het Westen bedroeg eind negentiende eeuw het aandeel van China en India in het mondiale BNP nog geen zeven procent.

Maar sinds India in het nieuwe millennium afscheid heeft genomen van een beleid van staatsregulering van de industrie (het perfide afscheidsgeschenk van de in 1948 vertrekkende kolonisator) en dagelijks een miljard Chinezen een lichte buiging maken voor Adam Smith, is de economische groei in deze landen per jaar tien keer zo hoog als in de groep van de G 7 landen. En dit zal volgens Wolfensohn zeker tot 2050 zo doorgaan. Dan is China al ruim en breed de Verenigde Staten voorbijgestreefd.

In Nederland lijkt me dat het de hoogste tijd is dat we gaan onderzoeken wat onze positie kan zijn in de nieuwe internationale verhoudingen. Belangrijke vragen te over. Hoe komt het dat onze bloembollentelers en onze architecten het zo goed doen? Hoe kunnen onze universiteiten er beter in slagen de beste buitenlandse studenten en onderzoekers aan te trekken? (De huidige regering lijkt alleen belangstelling te hebben in steeds weer hogere barrières.) Waarom gaan de beste software ingenieurs uit India naar Texas in plaats van naar Nederland? Hoe komt het dat we deze week in de krant lezen dat investeringen van vooraanstaande Nederlandse bedrijven, van BAM in de Duitse dochter Wayss & Freytag en Getronics in Italie, uitlopen op fiasco’s? Wie doet dat wel goed, en waarom? Wat willen we bereiken met de Europese Unie?
De verkiezingsdebatten toonden een angstig Nederland dat zich verstopt achter zijn grenzen. Hopelijk biedt de kabinetsformatie een herkansing.

Banenverlies aan China en Japan?

In Technisch Weekblad on maandag, november 1, 2004 at 20:06

Hoe kunnen we de Europese economie uit het slop halen en meer banen creëren? Woensdag heeft oud-premier Wim Kok daarover een advies, “Facing the challenge”, uitgebracht aan de EU regeringsleiders. Een tweezijdig schrikbeeld waart door Europa. Aan één kant is dat het beeld van een arbeidsreservoir van twee miljard ontketende Chinezen die bereid zijn te werken voor één euro per dag. Het resultaat is een stormachtige groei van de export van industriële producten niet belemmerd door enige regelgeving op het gebied van milieu of arbeid. Aan de andere kant is dat het beeld van hoogopgeleide radiologen in Bombay die via een breedband verbinding MRI’s bestuderen van patiënten in Europese en Amerikaanse ziekenhuizen. Westerse bedrijven reageren op deze concurrentie met outsourcing en offshoring, in goed Nederlands, uitstoot van arbeid. Hooggeschoolde arbeid wordt niet minder bedreigd dan laaggeschoolde.

De laatste keer dat we ons in het westen in deze mate zorgen hebben gemaakt over massale werkloosheid was midden jaren tachtig. De werkloosheidcijfers lagen toen veel hoger dan nu en het pessimisme onder economen en politici over de mogelijkheden om deze te kunnen bestrijden was veel groter. De boosdoeners waren toen de groeiende export uit Japan en de automatisering. Diepe indruk maakte een schrikaanjagend filmpje op televisie met beelden van robots die, getoonzet op muziek van Richard Wagner, volautomatisch lange rijen van geraamtes van Toyota’s voorzagen van puntlassen. Als econoom maakte ik midden jaren tachtig tabellen over de grote voorsprong van Japan op het westen in aantallen industriële robots. Deze vonden gretig aftrek. Collega’s knikten instemmend. Maar toen ik schreef dat de productiviteit per uur van de Japanse arbeider structureel veel lager was dan van de Nederlandse, werd dat genegeerd. De kracht – en het gevaar – van de communis opinio moet niet onderschat worden.
Het pessimisme van de discussie over technologie en arbeid vertaalde zich in voorstellen van Premier Den Uyl een zware belasting te gaan heffen op automatisering. Zijn leerling Wim Kok vocht midden jaren tachtig als FNV voorzitter voor ruime VUT- en WAO-regelingen om de constant geachte voorraad banen rechtvaardiger te verdelen.

Uiteindelijk bleek de angst voor Japanse economische suprematie ongegrond. De handelseconomen, zoals Paul Krugman, die hadden gesteld dat de opkomst van een nieuwe economie zoals Japan meer voordelen dan nadelen biedt voor de gevestigde orde, kregen gelijk. De noodzakelijke aanpassingen in ondernemerschap en arbeidsmarkt leidden tot een langdurige periode van economische groei, met positieve effecten voor de werkgelegenheid en voor op innovatie gebaseerde productiviteit.
Ons aanpassingsvermogen heeft ons gered. Dat geldt niet het minst voor Wim Kok. Hij adviseert nu de EU niet defensief te reageren op China en India, en op technologische ontwikkelingen. Hij komt in “Facing the challenge” met aanbevelingen méér te investeren in automatisering (ICT) en innovatie. De Europese vrije markt moet worden voltooid, administratieve lasten moeten worden verlicht. De landen van de EU moeten milieuvernieuwing stimuleren. Ook moeten Europeanen langer leren en langer werken dankzij betere werkomstandigheden.