Frits Prakke

Posts Tagged ‘kennismigranten’

Gelukzoekers en omgekeerde emigratie

In Economy on maandag, februari 5, 2007 at 18:38

In de Boston Globe vanochtend staat een enthousiast verhaal over de grote aantallen Indiërs die na een opleiding of een halve carrière in de Verenigde Staten terugkeren naar hun geboorteland. Zij passen daar hun als migranten verworven vaardigheden en kennis toe in de snel groeiende Indiase economie. Ze beginnen een eigen bedrijf of gaan les geven in het sterk opkomende Indiase hoger onderwijs. Anant Patel, die 12 jaar als ingenieur in Chicago heeft gewerkt, is teruggekeerd om in Mombai een handelsonderneming op te zetten.

In de jaren 70 en 80 zijn ongeveer 1,2 miljoen Indiërs naar de VS gevlucht. Ook hun kinderen kiezen er steeds vaker voor terug te keren naar het land van hun grootouders. Deze omgekeerde emigratie draagt bij aan de zich snel moderniserende Indiase samenleving. Het nieuwe Ministerie van Overzeese Indiërs registreert en begeleidt de emigranten die overwegen terug te keren. De telling staat nu op 50.000 en verdubbelt zich elke maand, zegt de trotse functionaris tegen de journalist uit Amerika.

Omgekeerde emigratie vanuit de VS heeft de laatste jaren ook veel bijgedragen aan de economische ontwikkeling in andere Aziatische landen en in een land als Ierland. Doet Nederland daaraan mee? Dichter bij huis ligt voor Nederland het probleem van de trage modernisering van de Oost-Europese landen. Deze krijgen wel de volle last van de regelgeving van de Europese Unie te verwerken, maar mogen slechts mondjesmaat profiteren van de beloofde vrije handel en het vrije verkeer van mensen. Studenten en werkzoekenden worden geweerd. De oplossing? De volgende regering zou er goed aan doen per jaar een miljard euro uit de begroting voor ontwikkelingshulp te besteden aan studiebeurzen en vakopleidingen/stages aan jongeren uit Oost-Europa en de derde wereld.

Maar in Nederland heerst inmiddels de algemene xenofobie. De lijsttrekker van nota bene de liberale partij spreekt in het vreemdelingendebat, zonder zich te schamen, misprijzend over “gelukszoekers”, die hier alleen komen voor “de hoofdprijs”, een verblijfsvergunning. In de VS is the pursuit of happiness volgens de principieel liberale grondwet uit 1776 zelfs een van de grondrechten van de mens. In Nederland kennen we dezelfde traditie, maar er wordt nu een uitzondering gemaakt voor migranten.

Onze migranten worden onderworpen aan een merkwaardige bureaucratische integratietoets. Ze moeten correct antwoorden op de vraag aan welk loket een uitkering te verkrijgen is. Ze worden opgevoed tot cliënten van de staat, niet tot burgers. Onze overheid is niet geïnteresseerd in hun vorderingen in het leren van een vak of het voltooien van de studie waarvoor ze zijn gekomen. De overheid beseft niet wat de echte hoofdprijzen zijn waarnaar migranten streven. Asielzoekers wordt hier jarenlang verboden werk te zoeken of te studeren. De jonge Angolees die vorig jaar plichtsgetrouw mijn dagblad bezorgde en graag zijn Nederlands met mij oefende, komt niet meer. Verboden. Marokkaanse jongeren staan achteraan bij het toedelen van stages. Uitsluiting is de regel. Kenniswerkers uit het buitenland worden geweerd en als buitenlandse studenten al in grote aantallen meedingen naar een plekje in ons hoger onderwijs, dan is het mij ontgaan. En dat in een land waarin bajesklanten moeiteloos een studiebeurs krijgen.

Advertenties

De terreur van de schoolfrikken

In Technisch Weekblad on maandag, mei 15, 2006 at 23:22

Minister Veerman van Landbouw heeft deze week in Flevoland een genenbank geopend, zeg maar een reservaat, van oer-Nederlandse bomen en struiken. Denk aan de bitterwilg, de kruisbes en de heggeroos. Hij wil deze bewaren voor de toekomst. Exoten vanaf de tijd der Batavieren komen-er-niet-in. Deze daad zou slechts lachwekkend zijn als die niet tekenend was in zijn xenofobische inslag voor het beleid van deze regering.

Op allerlei terreinen worden regels bedacht om niet-Nederlandse invloeden te weren. En regels zijn regels. We worden bang gemaakt voor damesondergoed uit China, voor energie uit Rusland en voor loodgieters uit Polen. Buitenlandse studenten, software ingenieurs en wetenschappers moeten aan steeds meer regels voldoen om toegelaten te worden. We zien het allemaal om ons heen aan universiteiten en in hi-tech bedrijven. De Surinaamse psycholoog uitgenodigd voor een internationaal onderzoeksproject in Utrecht wordt zo lang aan het lijntje gehouden voor zijn werkvisum, dat hij tenslotte maar als toerist komt. De van geboorte Zuid-Afrikaanse wiskundige die na zes jaar het universitaire rekencentrum vaarwel heeft gezegd om zijn eigen software bedrijf te beginnen, durft plotseling Nederland niet meer uit omdat dan terugkeer naar zijn bedrijf en gezin door de nieuwe immigratieregels onzeker is. Op de televisie zien we dat de vwo-leerlinge Taida Pasic uit Kosovo, die zorgvuldiger en fraaier haar Nederlandse zinnen formuleert dan de meeste politici, twee weken voor het eindexamen als een crimineel het land wordt uitgestuurd. Ze heeft zich niet aan de regels gehouden. Nederland wordt zo van een driestromenland tot een armoedig reservaat.

Het toppunt van de door de nieuwe Nederlandse xenofobie ontstane regelzucht is het inburgeringexamen en de daaraan verbonden cursussen. Dat is de terreur van de schoolfrikken. Voormalig CDA-politicus Marnix van Rij, tegenwoordig van adviesbureau Ernst & Young, heeft onlangs het gebruik van dit examen gehekeld vanuit het oogpunt van de kenniseconomie en de noodzaak het beste buitenlandse talent aan te trekken. Nederland raakt zo achterop.

Twee afgestudeerde kinderen, beiden met moeite een 6-, daagden mij uit op Internet het examen te doen. Graag. Ben ik niet 100 % ingeburgerd? Bovendien ben ik altijd al erg goed in toetsen geweest. Onlangs haalde ik nog een 10 op een Marie Claire toets-je-relatie quiz. Ik weet precies het soort antwoorden dat in zo’n situatie gewenst wordt. Al gauw werd me duidelijk dat de vragenlijst niet door deskundigen was opgesteld en op krampachtige manier probeerde politiek correct te zijn. Ik schaamde me om de neerbuigende toon. Waarschijnlijk gemaakt door een commissie van ambtenaren met een opleiding rechten of bestuurskunde. Mijn cijfer was tenslotte 7,4. Dus op zijn minst was een kwart van de vragen fout.

Taida Pasic, Salomon Kalou, en na deze week Hirsi Ali, gaan allen verloren voor Nederland. En door het restrictieve toelatingsbeleid nog vele anderen waarvan we de namen nooit zullen weten. Maar als we er niet in slagen het beste talent uit het buitenland aan te trekken wordt het nooit wat met de Nederlandse kenniseconomie. Er blijft slechts een zielig reservaat over.

Onderwijs voor Abdoel en Moestafa

In Technisch Weekblad on maandag, mei 10, 2004 at 20:00

Ik stap in de trein op Amsterdam CS. Omdat ik rustig wil werken aan een column over Europees technisch onderwijs heb ik een kaartje eerste klas gekocht. In de enige coupé met vrije plaatsen zitten twee jongens met donkere ogen en krullen waar zelfs mijn dochters jaloers op zouden zijn. Gouden kettingen en sportschoenen. Ze bieden mij spontaan een plaats aan bij het raam en vragen achteloos wat ik denk dat een kaartje naar Zwolle kost. Zwartrijders uit het oosten, denk ik, en een hoop gelazer. Weglopen zou laf zijn. Ik haal diep adem en controleer zo ongemerkt mogelijk de bagagerekken op onbeheerde rugzakken.

“Where are you from?” “Quo vadis.” Uit dit eeuwenoude gesprek tussen reizigers blijkt dat Moestafa op zijn tiende uit Koerdistan is gevlucht naar Eindhoven. Door problemen met de taal heeft hij het niet lang genoeg uitgehouden op school om een vak te leren. Zijn oudere broer Abdoel is nu op bezoek uit Liverpool. Abdoel vertelt trots dat hij zes talen spreekt: Turks, Koerdisch, uitstekend Engels, Arabisch, een beetje Grieks en sinds kort Spaans. Een vriendin, weet je wel. Tot zijn spijt heeft hij niet de diploma’s om zijn grootste wens te kunnen verwezenlijken, een baan in de olie-industrie in Kirkuk als de Irakezen daar verdreven zijn. Als oudste heeft Abdoel besloten dat het niet nodig is een kaartje te kopen om in de eerste klas naar Zwolle te reizen.
De tocht door Europa van deze twee Koerdische broers om te ontkomen aan de onderdrukking en een vak te leren doet me denken aan mijn betovergrootvader Jan Everhardus Prakke die in 1849 langs de Rijn trok om het looiersvak te leren. Bij aankomst in Basel werd hij onmiddellijk gearresteerd omdat hij een baard had en dit hem tot revolutionair bestempelde in de daar heersende burgertwisten. Basel had geen vluchtelingenbeleid en al helemaal geen integratiebeleid. Maar hij deed daar – na de aanvankelijke problemen met de gerechtelijke macht – wel genoeg vakkennis op om later in Nederland een succesvol leerlooier te worden. Het reizen om een vak te leren is vanaf de middeleeuwen misschien wel het meest wezenlijke kenmerk van de Europese cultuur. Vanuit allerlei provinciale uithoeken reisden jongelingen naar kenniscentra, zoals Montpellier voor medicijnen, Leiden voor de boekdrukkunst, Heidelberg voor de natuurwetenschappen, Basel voor de leerlooierij en Parijs voor de theologie. De kwaliteit kon worden afgemeten aan de reisafstand van de studenten.

Terwijl Moestafa en Abdoel afrekenden met de stoïcijnse NS conducteur – € 25 boete pp te voldoen per giro naar het huisadres – ging ik ze zien als dragers van de oer-Europese cultuur van reizen en leren. Als onderdrukten hebben ze weinig ontzag voor plaatselijke wet- en regelgeving, maar de honger naar kennis als basis voor een beter bestaan is eindeloos. In tegenstelling tot wat ik net drie dagen lang op een conferentie in Luik heb gehoord over de toekomst van het Europese hoger onderwijs, is dàt de uitdaging waaraan we moeten voldoen.