Frits Prakke

Archive for november, 2005|Monthly archive page

Het Europees Instituut voor Technologie

In Technisch Weekblad on maandag, november 14, 2005 at 19:52

Weinig Nederlanders komen zo vaak in Brussel voor een bezoek aan de kantoren van de Europese Commissie als ik. Maar zelden kom ik daar Europa tegen. De idee Europa ontbreekt, zelfs in het centrum van de Europese Unie. Symbolisch voor dit gebrek is het gigantische centrale kantorencomplex Schuman, vernoemd naar een van de oorspronkelijke, bevlogen Europese visionairs. Maar door problemen met asbest jarenlang een leegstaand karkas. Waarom zou ik, of wie dan ook, in een referendum moeten stemmen vóór Europa? Het meest zichtbare effect zijn de geldverslindende subsidies voor de productie van Nederlandse suikerbieten. Het falende landbouwbeleid is het asbest in het huis van Europa.

Om niet in een neerwaartse spiraal te komen heeft Europa een radicale impuls nodig. Het gekibbel over procenten door minister Zalm is op de korte termijn prettig voor de Nederlandse schatkist, maar zal Europa niet redden. In de marge van het landbouwbeleid heeft de Europese Commissie jarenlang een beleid voor wetenschap en technologie gevoerd. ESPRIT in de jaren tachtig was het eerste gezamenlijke programma voor computertechnologie en daarna waren er steeds Kaderprogramma’s voor de ondersteuning en samenwerking van innovatieve bedrijven en kennisinstellingen. De beste voorstellen voor onderzoek werden door de EC gefinancierd, mits er sprake was van deelname uit verschillende landen.

De Lissabon-strategie dicteert dat Europa meer geld zal uitgeven aan kennis en innovatie, om daarmee de concurrentie aan te gaan met Amerika en het Verre Oosten. Dat levert een subsidiepot op voor kennisinstellingen vergelijkbaar met die voor verbouwers van olijven en suikerbieten. Maar doordat steeds meer lidstaten uit zijn op een sterkere rol van de eigen ministeries en op een juste retour uit de fondsen van de Kaderprogramma’s, dreigt het positieve effect op Europese samenwerking steeds minder te worden. Nationalisme roert zijn lelijke kop. Het Lissabon beleid draagt daardoor steeds minder bij aan een zichtbaar Europa. Dus niet aan een Europa waarover ik in een referendum “ja” zou willen stemmen.

Een nieuw idee van de Europese Commissie is de stichting, met grote voortvarendheid, van een Europees Technologisch Instituut, naar voorbeeld van het Amerikaanse M.I.T.. Dat betekent, lijkt me, niet alleen technische faculteiten maar ook toponderzoek en onderwijs op gebieden als economie, neurologie en politicologie. Vergelijkbaar met M.I.T. moet het bestuur onafhankelijk zijn. De doelstelling op het hoogste niveau bij te dragen aan innovatie in Europa lijkt me voldoende. Het E.I.T moet bijdragen aan de overeengekomen Lissabon-strategie. Maar bespaar het ons dat de DG’s van de EC of de Raad van Ministers zich gaan bemoeien met het onderzoekprogramma of het beurzenbeleid. De bureaucratie van de staatsuniversiteiten in de lidstaten moet worden vermeden.

Het E.I.T. moet de beste hoogleraren en studenten uit heel Europa aantrekken. Op vergelijkbare manier zijn ooit lang geleden de huidige grote Europese universiteiten tot stand gekomen, parallel aan de spoorwegen en de dienstplicht, en anno 2005 evenzeer verstard en provinciaal. Die nationale universiteiten vormden indertijd de uitdrukking en bevestiging van de negentiende-eeuwse Europese staten. Het E.I.T. kan uitdrukking en bevestiging gaan geven aan het Europa van de toekomst. Zo kan Europa mijn stem verdienen.

Advertenties