Frits Prakke

Archive for april, 2006|Monthly archive page

Nedcar en het einde van het Fordisme

In Technisch Weekblad on maandag, april 17, 2006 at 23:20

Even dacht ik dat ik keek naar een aflevering van het programma “Terug naar de jaren zeventig”. De televisie toonde beelden van onze premier, vakbondsleider Jean Wouters en de president-directeur Masuko van autofabrikant Mitsubishi, die in gezamenlijk overleg de werkgelegenheid bij NedCar in Born zouden zeker stellen. Maar op de achtergrond ontbrak de muziek van de Monkeys en Abba, evenals de economische realiteit voor een dergelijke gezamenlijke actie. Ooit maakten Big Government, Big Labor en Big Business samen de dienst uit, maar dat is al lang niet meer. Dat was de tijd van het Fordisme. Anno 2006 is de muziek misschien niet beter, maar wel anders.

Begin jaren tachtig verklaarde een Nederlandse minister van Economische Zaken dat het beeld van de tewaterlating van een schip hem in vervoering bracht. “Als een mooie vrouw”. Maar toen hij dat gevoel omzette in subsidies voor het voortbestaan van de werven van Rijn Schelde Verolme resulteerde dat in tientallen miljoenen verlies voor de Nederlandse schatkist en een onvermijdelijk faillissement. Zonder dit soort subsidies is onze scheepsbouw tegenwoordig weer een florerende bedrijfstak. De Fokker 50 en Fokker 100 waren jarenlang de troetelkinderen van het Nederlandse Wetenschap- en Technologiebeleid. Tien jaar na het voor de schatkist kostbare faillissement van Fokker Aircraft is de werkgelegenheid in de vliegtuigbouwsector groter dan ooit.

Zelf raak ik in vervoering bij het kijken naar beelden van de productielijn bij NedCar. Dat is als een technologische symfonie. De productie van meer dan één merk automobiel op dezelfde lopende band bij NedCar is een technologische innovatie van wereldformaat. De ingenieurs in Born hebben een topprestatie geleverd door in de concurrentieslag overeind te blijven. Maar ik weet wel beter dan dit onder druk van de politiek en vakbonden te gaan subsidiëren.
Net als de Monkeys en Abba heeft het Fordisme ook na de jaren zeventig nog wel pogingen tot een comeback gedaan. Onder president Reagan heeft de Amerikaanse regering in 1981 Chrysler van de ondergang gered met een steunoperatie samen met de banken van $ 5 miljard en een importheffing van 25 procent op pick-ups, het meest winstgevende marktsegment. Japan werd bovendien gedwongen om zogenaamde vrijwillige exportbeperkingen door te voeren.

Maar de economische en politieke realiteit is definitief veranderd. Vorig jaar bedroegen de verliezen van General Motors meer dan $ 10 miljard. GM verwacht voor 2008 ongeveer 30.000 banen te schrappen en 12 fabrieken te sluiten. De situatie bij Ford Motor Company is niet veel beter. Het aandeel van de auto-industrie in de private werkgelegenheid is meer regionaal gespreid en in 25 jaar gedaald van 1.4 tot minder dan 1 procent. Een op de vijf werknemers in de bedrijfstak werkt nu voor florerende buitenlandse autofabrikanten. De grote bedrijven zijn verzwakt, de grote vakbonden zijn uitgehold en de overheid ontbreekt het aan de wil èn de instrumenten om in te grijpen. De Republikeinen in de regering prediken een kleine overheid.
Het Fordisme is dood. Balkenende, Masuko en Wouters zullen NedCar niet redden. Maar ik heb goed vertrouwen in de ingenieurs in Born.

Advertenties