Frits Prakke

Posts Tagged ‘MIT’

Nucleaire diplomatie door technologie

In Technisch Weekblad on donderdag, juni 12, 2008 at 19:01

In de schaduw van de al vijf jaar voortdurende oorlog in Irak schuilt de dreiging van een Amerikaans-Israelische luchtaanval op de illegale nucleaire installaties in Iran. De ayatollahs willen de ooit in Nederland ontwikkelde centrifuge technologie gebruiken om uranium te verrijken voor een eigen kernenergie programma. Militair gebruik wordt ontkend maar internationale controle wordt ontdoken. Bij herhaling lezen wij in kranten dat hooggeplaatste bronnen in Washington en Tel Aviv een bombardement op Teheran ‘niet uitsluiten’. Dat is angstwekkende taal. Alle ingrediënten voor een internationaal onheilsscenario zijn aanwezig.

De Boston Globe van 10 juni meldt dat, om een dergelijke tragedie af te wenden, sinds kort in het Amerikaanse Congress de belangstelling groeit voor een alternatief plan, waaraan al een aantal jaren wordt gewerkt door fysici en politicologen van het Massachusetts Institute of Technology. Het plan behelst de bouw, in Iran, van installaties voor de verrijking van uranium, welke vervolgens onder verantwoordelijkheid van een internationaal consortium zullen opereren. John Thompson, voormalig Brits ambassadeur, en Geoffrey Forden, fysicus en voormalig wapeninspecteur, hebben aan MIT technische systemen ontwikkeld die gewaarborgd kunnen worden, in het bijzonder om te voorkomen dat de Iraanse ingenieurs het proces van de verrijking van uranium voor militaire doeleinden kunnen overnemen of kopiëren. Tussen haakjes: zou een Nederlandse universiteit bereid en in staat zijn op vergelijkbare wijze zelfstandig integrale beleidsalternatieven te ontwikkelen in kwesties van nationaal belang?

De strategische kern van het alternatieve plan van MIT is de keuze internationale conflicten niet te beheersen door de eigen wil op te leggen, maar door een platform voor overleg en samenwerking te scheppen, in dit concrete geval een internationaal consortium voor de verrijking van uranium. Deze strategische keuze vereist inzicht in de drijfveren van de vijand. Wil de regering van Iran ons vernietigen, of speelt, bijvoorbeeld, vooral de angst vernederd te worden? In dat laatste geval kan ieder begin van samenwerking, zoals in een consortium, en erkenning (in straattaal: RESPECT) leiden tot het op termijn verminderen van het conflict.

In 2005 waren de neoconservatieven in de regering Bush te druk met hun lijst van boevenstaten om enig vertrouwen te hebben in de bedoelingen van Iran. Het plan van MIT werd snel verworpen. Iran verwierp van haar kant een aanbod van Rusland om verrijkt uranium te leveren. Afhankelijkheid van productie in het buitenland was ongewenst.

Iran beschikte in 2005 over slechts 164 werkende centrifuges. Nu is het aantal 3.500. De internationale boycot en sancties hebben gefaald. Iran heeft niet definitief nee gezegd tegen een internationaal consortium. Vooraanstaande senatoren zoals Feinstein (Dem.) en Hagel (Rep.) zijn positief. De presidentskandidaten in de verkiezingen in november, McCain en Obama, zijn geen van beide belast met de neoconservatieve bagage van G.W. Bush. Valt het onheilsscenario af te wenden? De technologie is er klaar voor.

Advertenties

Micro-technologie, een kerstvertelling

In Technisch Weekblad on maandag, december 8, 2003 at 21:16

In een wereld waarin ingenieurs zich alleen nog maar bezig lijken te houden met grootschalige hi-tech, die in toenemende mate bestaat uit hersenloze IT en nog eens IT, en waarin de mens weggecijferd wordt als arbeidskracht, als consument, als bionisch systeem of zelfs als militair doelwit, in zo`n wereld is er behoefte aan een alternatief. De nood is wellicht het hoogst bij de Nederlandse Technische Universiteiten, die er steeds minder in slagen studenten, laat staan studentes, aan te trekken.

Als in een echte kerstvertelling verschijnt het licht soms juist in de ergste duisternis. Op de campus van de technische universiteit M.I.T. in Cambridge, niet ver van waar de eerste computer en de eerste atoombom werden ontworpen en waar nog steeds geld van grote Amerikaanse industriële bedrijven en het Pentagon zorgen voor de grootste universitaire onderzoekbegroting ter wereld, geeft professor Amy Smith een werkcollege, D-lab. Amy Smith is een prijswinnende ontwerper van medische instrumenten en apparaten voor het dagelijks leven in de armste delen van Afrika. Zij ontwikkelde een goedkoop, niet-elektrisch testinstrument voor drinkwater, gebruik makend van plastic babyflessen, en een hamermolen voor sorghumgierst die dorpelingen zelf kunnen repareren. Voor prijswinnend onderzoek is er op M.I.T. altijd financiering beschikbaar.

D-lab lijkt in eerste instantie een beetje op het in de jaren zeventig ook aan Nederlandse universiteiten populaire vak Alternatieve Technologie. Maar Amy Smith gaat verder. Dit is geen traditionele ontwikkelingshulp. Ze sluit bewust aan bij de verassend succesvolle ontwikkeling van micro-bankieren in India, waarbij de economische ontwikkeling van dorpen via zeer kleine leningen – te klein voor bestaande ontwikkelingsorganisaties – in handen van de vrouwen van het dorp wordt gelegd. Vrouwelijke ingenieurs zijn hier in het voordeel omdat in deze landen de landbouw in handen van vrouwen is. Vervolgens staat het cognitief-psychologische proces van ontwerpen centraal.

In D-lab gaat het om micro-technologie: ontwerpen met minimale middelen. Dat is geen gemakkelijke opgaaf voor de M.I.T. studenten die $ 30.000 per jaar betalen om te studeren. Een verblijf van tien dagen in Haïti, Brazilië of India midden in het semester wordt voorbereid met lessen in taal (bijv. Creools), mechanica en dorpspolitiek, en training in het testen van drinkwater. Maar eerst is er nog een andere toets. Iedere student moet een week lang overleven in Cambridge op $2 per dag, het gemiddelde inkomen in Haïti. Het beleven van de armoede is een voorwaarde om als ingenieur te kunnen ontwerpen voor de armen. Amy Smith doet mee met haar studenten en als er in die week een academische festiviteit plaatsvindt eet ze aan het diner alleen haar eigen meegebrachte crackers. In het werkcollege is dit jaar een methode ontwikkeld om uit het afval van suikerriet op Haïti houtskool te maken. Dat is goedkoper en spaart bovendien de uit ecologisch oogpunt onvervangbare bossen.

Is er behoefte aan ingenieurs-op-blote-voeten in deze wereld? De intellectuele ervaring lijkt me in ieder geval – om met de moderne commercie te spreken – onbetaalbaar.

Een college over career development ter waarde van $ 1 miljoen

In Technisch Weekblad on dinsdag, oktober 6, 1998 at 20:15

Op andere gebieden dan het seksueel gedrag van hun president, drugsbeleid en communisme kunnen we vaak nog iets leren van de Amerikanen. Zo kan de kwaliteit van het onderwijs aan de belangrijke universiteiten in de Verenigde Staten nog steeds ten voorbeeld gesteld worden aan Nederlandse universiteiten en hogescholen. Ook communiceren ze beter. Terwijl hier te lande alle energie van Colleges van Bestuur wordt gestoken in de ambtelijke communicaties met het Ministerie van OCW, onderhouden Amerikaanse universiteiten intensieve contacten met hun afgestudeerden. Zo werd ik dit jaar, lang na mijn afscheid van het Massachusetts Institute of Technology, persoonlijk per e-mail uitgenodigd via een Internet webcast op 5 juni ‘live’ aanwezig te zijn bij de toespraak van “United States President William J. Clinton” tot de studenten van het jaar 1998 (http://web.mit.edu/commencement/1998/video.html). Van mijn Nederlandse universiteit krijg ik zelden bericht. Van M.I.T. krijg ik al twintig jaar minstens eens per maand post. Daar zitten uitnodigingen bij voor reünies of bijvoorbeeld een reeks seminars voor Europese afgestudeerden in Portugal, inclusief ontvangst door de President op het paleis en een tour met partners door de Algarve. Een nieuwe decaan richt zich met zijn plannen voor vernieuwing van de faculteit tot de afgestudeerden. Bij die post zit regelmatig een eigen glossy tijdschrift over ontwikkelingen in onderzoek en onderwijs, of een eenvoudige bedelbrief, bijvoorbeeld voor de bouw van een nieuwe vleugel aan de bibliotheek. Amerikaanse universiteiten zijn financieel afhankelijk van giften en legaten, wat de overheid door de fiscale aftrekbaarheid ongeveer evenveel kost per student als bij ons de bekostiging via de begroting van OCW. Maar dit terzijde.

Van toepassing op het thema ‘career development’ is het artikel in een mij toegezonden M.I.T. Journal over het “million dollar” college in 1920 van Professor E.H. Schell aan afstuderende ingenieurs. Schell geeft daarin gedragsregels voor een carrière die, ‘mits nauwgezet gevolgd, een miljoen aan extra inkomen kunnen betekenen’. De regels zijn:
• Wees recht door zee
• Werk hard
• Draai niet om de feiten heen
• Houd je aan prioriteiten
• Maak en behoud vrienden
• Bewaak je gezondheid
• Ga verstandig met geld om
• Ken je capaciteiten
• Gebruik je talenten
• Wees niet te ongeduldig
• Ontwikkel een brede belangstelling
• Omgeef je met persoonlijke prikkels
• Ontdek problemen
• Kies je eigen uitdaging
• Maak van succes een gewoonte

Er is in Nederland veel kritiek – zie het interview met Cees Blokhuizen in TW van 23 september – dat de hogere technische opleidingen mank gaan aan een ‘sommencultuur’, dat het aandeel technische vakken in deze eeuw is gestegen van 62 % naar 98 % van het totale onderwijsprogramma, en dat het in Nederland opgeleid ingenieurs ontbreekt aan overzicht en aan elementaire sociale vaardigheden. Career development wordt vaak ervaren als een onbegrijpelijke stortvloed van bedrijfscursussen over het hoofd van de jonge ingenieur. Tegen die achtergrond lijkt me de eenvoudige wijsheid van professor Schell uit 1920 niet overbodig. Hij legt duidelijk de eerste verantwoordelijkheid voor een loopbaan waar die hoort, bij de individu in zijn werksituatie. Toch kan zijn programma van eisen, waarin niet sommen, niet kennis, niet de arbeidsmarkt, maar de mens als Homo Faber centraal staat, ook hogere onderwijsinstellingen dienen bij de evaluatie van hun onderwijs.