Frits Prakke

Archive for maart, 1998|Monthly archive page

Investeren in beton of kennis

In Technisch Weekblad on maandag, maart 16, 1998 at 20:14

Eens per vier jaar wordt er in Nederland echt geregeerd. Althans voor zover regeren te maken heeft met vooruitzien. Eens per vier jaar is er de kabinetsformatie. Dan is het mogelijk negatieve routines te doorbreken, patstellingen te slechten, plannen te maken die echt uitgevoerd gaan worden, het voor de toekomst noodzakelijk bouw- en breekwerk te verrichten. In slechte tijden wordt de pijn van bezuinigingen verdeeld, in goede tijden zoals nu zijn beperkte nieuwe investeringen mogelijk. Tussen de kabinetsformaties in liggen vierjarige regeerperiodes, waarin dus niet geregeerd wordt. Daarin worden de in de formatie overeengekomen plannen uitgewerkt. Maar de creatieve impuls neemt geleidelijk af. Risico’s worden gemeden, ministeriële machtsposities worden gehandhaafd, de pijp raakt leeg. In deze laatste fase zien we een sterke toename van dienstreizen naar verre landen. Staatsrechtelijk moeten na vier jaar verkiezingen gehouden worden omdat dan een nieuw mandaat vereist is, maar in feite is dit nodig omdat de vermoeide regeringsploeg niets meer te regeren heeft. Links en rechts worden door politici nog wel radicale plannen gelanceerd, zoals een hervorming van het belastingstelsel, een magneettrein van Amsterdam naar Groningen, of een luchthaven in de Noordzee, maar in het vierde jaar van de regeringsperiode zijn dit zonder uitzondering luchtballonnen. Ik bedoel dit niet als kritiek, maar als de constatering van een natuurverschijnsel, het bioritme van de politiek. Het echte regeren moet wachten op de volgende kabinetsformatie.

Met in het vooruitzicht de Tweede Kamer verkiezingen op 6 mei, gevolgd door de kabinetsformatie, breekt dus nu een interessante tijd aan. Er gaat weer geregeerd worden! Door de gunstige ontwikkelingen in de staatsfinanciën is er ruimte voor belangrijke nieuwe uitgaven in de komende vier jaar. Dankzij extra inkomsten uit aardgas is zelfs een aparte spaarpot geschapen ter financiering van investeringen in de Nederlandse infrastructuur. Investeringen in de infrastructuur zijn al die uitgaven die geacht worden de economie zodanig te versterken, tot zodanige productiviteitsverhoging te leiden, dat het geïnvesteerde bedrag hierdoor in de toekomst terugverdiend zal worden.

Wat zijn nu goede voorbeelden van kansrijke investeringen in de infrastructuur voor de komende vier jaar? Het lijdt geen twijfel dat momenteel diverse lobby’s, al of niet gesecondeerd door politici en beleidsambtenaren van de betrokken ministeries, zich over deze vraag buigen. De belangrijkste aanspraken worden gemaakt door de verenigde grote bouwbedrijven in Nederland. De transportinfrastructuur moet na jaren van verwaarlozing een impuls krijgen in de vorm van meer snelwegen, bruggen, tunnels, spoorlijnen, transferia, kustuitbreiding, etc.. Véél meer. Alle middelen worden in de strijd geworpen, van rapporten van deskundigen tot alarmerende interviews met voorzitters over het dichtslibben van de slagaders van de economie. We zien symposia en een nationale manifestatie over de bouw geproduceerd door Endemol BV. Toch zijn er ook andere vormen van infrastructuur, bijvoorbeeld telecommunicatie, grote steden, recreatie, onderwijs en onderzoek. Geen tekort aan hoogleraren die verkondigen dat er structureel meer geld uitgetrokken moet worden voor wat hoogleraren doen, namelijk hoger onderwijs en top research. Dit is de kennislobby, die mijn sympathie heeft, maar de ondertoon verraadt tegelijk mijn zorg. Ik ben bang dat de strijd om de extra uitgaven voor verbetering van de Nederlandse infrastructuur gestreden gaat worden door partijen die slechts hun eigen activiteit op het oog hebben. Meer van het zelfde dus. Het eigen economisch belang daarbij stoort mij minder dan het gebrek aan vernieuwing. Output moet belangrijker zijn dan input. Er moet niet geïnvesteerd worden in bestaande organisaties maar in kennis om nieuwe oplossingen te verwezenlijken. Leerprocessen zijn belangrijker voor onze toekomstige welvaart dan beton. Dat lijkt me een essentieel uitgangspunt bij de keuze van grootschalige vernieuwende infrastructurele projecten zoals deze in Nederland slechts eens in de vier jaar plaatsvindt.

Advertenties