Frits Prakke

Archive for januari, 2008|Monthly archive page

Dr. V. en de 1.040 uren norm

In Technisch Weekblad on zondag, januari 20, 2008 at 18:58

Het is goed te beseffen dat de politiek, in het bijzonder de Tweede Kamer, niet veel kan. Algemene prioriteiten verwoorden, ja. Begrotingsgrenzen bepalen, ja. Het scheppen van brede kaders, ja. Het mobiliseren van de opinie of het halt toeroepen aan misstanden, dat kan de TK ook. Op een goede dag. Maar de uitvoering in de praktijk moet aan anderen worden overgelaten. Daarvoor zijn er ondernemers, maatschappelijke organisaties, overheidsdiensten, professionals, en niet te vergeten, de burgers.

Als de politiek deze beperking niet in acht neemt gebeuren er ongelukken, zoals de bouw van de onverkoopbare RSV-kolengravers (1981), de inmenging in de technische specificaties van een nieuw paspoort (jaren 90), of het ingrijpen bij de invoering van een chip in een nieuwe OV-kaart (deze week). Het mag zeker ook als een ongeluk gelden dat de Tweede Kamer vorig jaar een norm van 1.040 lesuren heeft gespecificeerd voor het voortgezet onderwijs. Daarmee is getreden in de verantwoordelijkheid van scholen. Dit kan slechts leiden tot bureaucratische schijnbewegingen die ten koste gaan van de energie en het zelfbewustzijn van de scholen. En die zijn juist zo nodig voor de werkelijke verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

Denk eens na over de beste vijf docenten die je in je leven hebt gehad. Waren dat degenen die zich het beste conformeerden aan de geldende regels van het onderwijsministerie, of zelfs van de schooldirecteur? Ik moet dan denken aan mijn leraar Duits, Dr. V., een veelgeplaagd man omdat in die tijd een vier voor Duits op je rapport nog gold als een soort verlate verzetsdaad. Algemeen bekend was dat in tien jaar niet één van zijn leerlingen voor het eindexamen Duits een onvoldoende had gehaald. Dr. V. vond ook dat vierdeklassers oud genoeg waren om originele teksten van de filosoof Immanuel Kant te lezen en te vertalen. Kritik der Reinen Vernunft. Lesprogramma’s vond Dr. V. iets voor klerken. Tussen mij en Kant is het nooit veel geworden, maar ik heb daardoor wel een levenslang respect voor de Duitse taal gekregen. Ook heb ik dankzij Dr. V. leren biljarten. Ongeveer de helft van de lesuren was hij “nicht disponiert” en doken de meisjes en jongens van de klas in het nabijgelegen café. Toen waren er nog geen ophokuren.

Iedereen wil het onderwijs in Nederland verbeteren en meestal willen ze dat het weer net zo goed wordt als vroeger. De werkelijkheid is ingewikkelder. Alles bij elkaar genomen valt niet te ontkennen dat er in dertig jaar kwantitatief en kwalitatief grote prestaties zijn geleverd. Deze ontwikkeling is slechts belast door de herhaaldelijke inmenging van de politiek in de uitvoering van het onderwijs, daar waar slechts brede kaders hadden moeten worden gegeven. De klas van Dr.V. zou allang gestaakt hebben.

Advertenties

De ondernemer is dyslectisch

In Technisch Weekblad on zondag, januari 20, 2008 at 18:56

Wat onderscheidt een ondernemer? In de techniek is hij de innovator, de man met de X-factor, die met zijn uitvinding markten verovert. Voor het Nederlandse Innovatieplatform is de ondernemer de drager van de kenniseconomie, degene die ons land een hoge plaats moet bezorgen op de internationale ranglijsten van concurrentiekracht. Sociologen weten dat ondernemers vaker dan gemiddeld buitenstaanders zijn, bijvoorbeeld migranten. Maar ze vormen geen sociologische categorie. Voor de economen is de ondernemer de man met animal spirits, de belangrijkste verklarende factor voor economische groei. En voor de feministen is de ondernemer een zij.

Maar tot op heden is er weinig overtuigend wetenschappelijk onderzoek naar de aard van de ondernemer en hoe deze valt te stimuleren. We weten vrij goed hoe je een professor in de Natuurkunde of een concertpianist selecteert en opleidt, maar niet een ondernemer. Julie Logan, professor in Ondernemerschap aan de Cass Business School in Londen, heeft daar nu verandering in gebracht. Zij onderzocht een steekproef van 139 succesvolle bedrijfseigenaren en ontdekte dat 35 procent duidelijk dyslectisch was, tegen tien procent van de rest van de bevolking. Dat is opmerkelijk omdat dyslexie een forse handicap betekent voor een succesvolle schoolcarrière. Het resultaat is vaak een gebrek aan diploma’s en mogelijk forse schade aan het zelfvertrouwen. Dat bemoeilijkt iedere loopbaan. Ter vergelijking: van succesvolle managers in grote bedrijven lijdt slechts één procent aan dyslexie.

Volgens Julie Logan ontwikkelen dyslectici, ter compensatie van hun gebrekkige schrijf- en organisatievaardigheden, alternatieve cognitieve strategieën. Deze zijn juist van belang voor het functioneren als ondernemer. De dyslectische ondernemers in de steekproef beschikten over uitzonderlijke vaardigheden op het gebied van mondelinge communicatie, het omgaan met complexe problemen, delegatie van verantwoordelijkheden, en mensenkennis. Van kinds af aan zijn dyslectici afhankelijk geweest van anderen voor belangrijke taken en zij hebben geleerd wie wel en wie niet te vertrouwen. Ter compensatie van de taalachterstand zijn de beeldende cognitieve functies extra ontwikkeld. Amerikanen zeggen dat iemand minsten twee keer failliet moet zijn gegaan om een goede ondernemer te worden. Welnu, de dyslecticus heeft vaak ettelijke “faillissementen” doorstaan alvorens de school te verlaten. Ze zijn niet alleen uitgerust met alternatieve cognitieve strategieën, maar ook met een flinke dosis volharding.

Het is logisch dat de dyslectische ondernemerstalenten bij de keuze van een loopbaan de voorkeur geven aan het MKB boven de traditionele of ambtelijke organisaties. De ontwikkeling van de Nieuwe Economie gebaseerd op de complexe en steeds meer visueel georiënteerde Informatie en Communicatie Technologie heeft de laatste jaren veel nieuwe kansen geboden.
De vraag is of het Nederlandse onderwijssysteem, ondanks alle vernieuwingen, voor dit soort talenten voldoende alternatieve routes biedt. Wees in ieder geval een goede ouder als jouw brugklasser thuiskomt met een drie voor taal op zijn kerstrapport.