Frits Prakke

Posts Tagged ‘kredietcrisis’

De andere kredietcrisis: Venture Capital

In Technisch Weekblad on maandag, februari 1, 2010 at 18:50

Terwijl vandaag op het Binnenhof de commissie-De Wit Nederlandse bankiers aan de tand voelde over hun roekeloze beheer van het kapitaal van ons land, mocht ik enkele straten verderop deelnemen aan een volstrekt tegengestelde bijeenkomst van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid over de financiering van innovatie. De centrale vraag daar was:” Hoe de bijdrage van de financiële sector aan de innovatiekracht van ons land te vergroten?”. De aanwezige vertegenwoordigers van financiële instellingen werden door een keur van internationale innovatiedeskundigen aan de tand gevoeld over het tekort aan innovatiekredieten in Nederland.

Laks monetair beleid en de halleluja economie hebben volgens de kenners in de Verenigde Staten geleid tot een golf van innovatie in kennisintensieve kleine bedrijven in de biotechnologie en in de ICT, naast een fatale crash in de markt voor hypotheken en complexe financiële producten. In Nederland hebben we alleen dat laatste effect gehad. Hoe kan dat?

Na eerdere golven van langdurige economische groei die gebaseerd waren op technologische innovatie in de spoorwegen en Fordistische productie van consumptiegoederen, wordt het huidige tijdperk beheerst door de brede invoering van ICT. Carlota Perez van de Cambridge Universiteit stelt, voortbouwend op de theorieën van Kondratiev en Schumpeter, dat een bijzonder kenmerk van deze technologische golf is de cruciale rol die gespeeld wordt door relatief kleine, kennisintensieve bedrijven. Ze spreekt over SKIE’s, Small Knowledge Intensive Enterprises. Deze bedrijven zijn voor hun ontwikkeling niet afhankelijk van goedkope energie en goedkope arbeid, maar van specialistische kennis en investeerders die bereid zijn daarin te investeren. Hun risicokapitaal moet ook geduldkapitaal zijn.

Het Nederlandse onderwijs scoort niet slecht in de aantallen hoogopgeleide ICT specialisten. Mede door een breed spectrum van innovatiesubsidies van de overheid is daarom het aantal ICT starters ook sterk verbeterd de laatste jaren. Maar het grote verschil met de Verenigde Staten ligt in de mogelijkheden om bij succes snel door te groeien. Daarvoor zijn veel grotere investeringen nodig dan wat beschikbaar is in de Nederlandse stimuleringsprogramma’s. In de VS heeft zich onder andere in Silicon Valley en rond Rte. 128 bij Boston een apart systeem van investeerders ontwikkeld, technisch evenzeer gespecialiseerd als financieel, die de groei van SKIE’s mogelijk maakt. Hun zekerheid is niet een machinepark, maar de aanwezige kennis in het bedrijf. Kan de AWT het onze pensioenfondsen en handelsbanken kwalijk nemen dat ze dit spel van risico financiering nog niet mee kunnen spelen? Toch kan ook hier gesproken worden van een kredietcrisis. Al luisterend fantaseerde ik vanmiddag, dat ooit een opvolger van de commissie-De Wit met hulp van Carlota Perez op het Binnenhof de opvolger van Naut Wellink bij de Nederlandse Bank aan de tand zou voelen over het onverantwoordelijke gedrag van de Nederlandse financiële instellingen door het in gebreke blijven bij de noodzakelijke investering in SKIE’s. Wat deed de toezichthouder?

Advertenties

Schaalgrootte als boze heks van de crisis

In Technisch Weekblad on maandag, april 6, 2009 at 20:22

Zelfs een oppervlakkige studie van de geschiedenis van economische crises leert dat ze onvermijdelijk zijn en nuttig. Momenteel zitten we met een echte structurele crisis, niet een tijdelijke dip in de financiële sector zoals de regering eerst dacht. We hebben strategische fouten gemaakt.

Een structurele crisis markeert doorgaans het einde van een langere periode van economische groei gedragen door fundamentele technologische trajecten zoals, in het verleden, de opkomst van de spoorwegen, elektrificatie, de PC en fabrieksautomatisering. Complementair aan technologische trajecten zijn economische en culturele strategieën, bijvoorbeeld algemeen onderwijs, verstedelijking, vooruitgangsgeloof, grootschaligheidgeloof, globalisering en ondernemerschap. Deze strategieën zijn vaak ideologisch in de zin dat er een taboe rust op twijfel.

Hoe langer en sterker de groei, hoe dieper de crisis of depressie die erop volgt. Dat is onvermijdelijk. We worden gedwongen verouderde strategieën af te zweren. Taboes kunnen worden doorbroken. Echte innovatie krijgt een kans. Daarin ligt het nut van de crisis, vooral een echte zware. Bedenk dat in de malaise in het midden van de jaren 70, tussen twee diepe energie crises en op een cultureel en politiek dieptepunt (respectievelijk Abba en Watergate), in de VS Microsoft en Apple zijn ontstaan. Dat zijn voorbeelden van nieuwe technologie èn nieuwe strategieën.

Is er in Nederland zicht op verandering? In de acties van de regering zie ik alleen een begin van reparaties van misstanden in de financiële sector, geen nieuwe strategie. Vervolgens is er een crisispakket waarin, koste wat kost, bestaande partijen, met hun oude strategieën, te vriend worden gehouden. Taboes blijven taboes.

Als de historici over een halve eeuw terugkijken naar de crisis van 2009, dan zullen ze vooral verbaasd zijn dat er niet eerder is afgerekend met de strategie van de grootschaligheid. In de industrie is aan dit technologisch traject na 60 jaar Fordisme al in de jaren tachtig een eind gekomen. Toen werd de traditionele lopende band onder druk van Japanse concurrentie verdrongen door flexibele automatisering. RS Verolme ging failliet en de toekomst was aan het flexibele Damen Shipyards. PC’s en Internet verhoogden overal de productiviteit van kleinschalige bedrijven. Maar in overheidsorganisaties bleef grootschaligheid overeind als ideologie; zo ook in het onderwijs en in de gezondheidzorg. Vaak heb ik daar gezien dat voorstellen voor schaalverkleining onbesproken van tafel werden geveegd. Wie nu naar een ziekenhuis gaat, krijgt de indruk een kathedraal binnen te lopen. Eindeloze rondes van bezuinigingen en fusies volgen elkaar op, maar van productiviteitsstijging is geen sprake.

Schaalgrootte waart ook als een boze heks door de financiële wereld. Jeroen Smit beschrijft in De Prooi de komisch over elkaar heen buitelende Raad van Bestuur van de ABN-AMRO die het op geen enkel punt met elkaar eens kunnen worden behalve de noodzaak van schaalgrootte. En daar gaan ze dan eind 2007 aan kapot. Een jaar later begint de ernstigste crisis sinds 1932.

Bonussen voor Betas

In Technisch Weekblad on maandag, maart 9, 2009 at 20:17

Sinds jaar en dag hebben onze regering en de industrie geprobeerd door middel van campagnes zoals Kies Exact studenten over te halen voor bètafaculteiten te kiezen. Jarenlang, zolang de hoogconjunctuur voortduurde, heeft dat in Nederland, evenals in andere industrielanden, nauwelijks iets opgeleverd. In 2007/2008 is eindelijk een ommekeer opgetreden. Inmiddels is het economische tij ook gekeerd. Sterk toegenomen aantallen bètastudenten zullen binnenkort afstuderen midden in de diepste depressie sinds de jaren dertig. Zoek het verband.

In deze donkere economische dagen, waarin geen nieuwsuitzending voorbijgaat zonder berichten over falende banken, wegglijdende beurskoersen en ontslagrondes, is het goed weer eens te kijken naar de lange termijn analyses van Nikolai Kondratiev (1892-1938). Hij beweerde dat de economische conjunctuur onderhevig is aan cycli van 50 tot 60 jaar. Op het dieptepunt van de cyclus ontstaan nieuwe technologische en demografische ontwikkelingen, keerpunten, die de grondslag vormen voor een aantal decennia van productiviteitsgroei, optimisme en nieuwe welvaart. De opkomst van de spoorwegen en van de automobielindustrie zijn historische voorbeelden van keerpunten. De ingenieurs die deze bedrijfstakken schiepen waren de nieuwe rijken van hun tijd.

In de klassieke film “The Graduate” (1967) krijgt acteur Dustin Hoffman als pas afgestudeerde met een wereld van mogelijkheden aan zijn voeten, carrièreadvies van de geslaagde zakenman, Mr. Robinson. “Plastics, young man” luidt zijn goede raad. Één van de dingen die Mr. Robinson ook niet wist was dat de kunststofindustrie onderdeel was van een complex van verouderende technologieën, verbonden aan een neerwaartse fase van de Kondratiev cyclus in de jaren zeventig.

Een beter carrièreadvies zou toen zijn geweest: “Finance, young man”. Recent onderzoek heeft aangetoond dat in de VS tussen 1980 en 2007 het aandeel van deze bedrijfstak in alle ondernemingswinsten is toegenomen van 19 tot 30 procent. Het gemiddelde salaris in de bank- en verzekeringssector is sinds 1980 gegroeid van 100 % tot 170% van het gemiddelde voor alle industrie. De bonussen voor bankiers, die nu weer zo worden betreurd, hadden een grote aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt. Volgens een onderzoek van Harvard economen over de studenten van Amerikaanse topuniversiteiten, verdriedubbelde het percentage afgestudeerden dat koos voor een loopbaan in het bank- en verzekeringswezen van 5 procent in 1970 tot 15 procent in 1990. Deze stijging ging en gaat ten koste van de andere beroepen zoals medicijnen, rechten en techniek. Hoewel cijfers mij ontbreken, lijken de ontwikkelingen in Europa niet anders te zijn geweest. De nieuwe rijken van de meest recente Kondratiev cyclus, inmiddels al weer verleden tijd, zaten in de financiële sector. Zelfs de Internet IPO’s hebben meer bankiers rijk gemaakt dan ingenieurs. Al die campagnes “Kies Exact” waren absoluut kansloos. De studenten gaan niet af op PR voor eerstejaars maar op de bonussen voor afgestudeerden. Weten al die nieuwe bètastudenten van 2008 meer dan wij en brengt de volgende Kondratievcyclus hun de bonussen?

De status van arbeid

In Technisch Weekblad on maandag, oktober 6, 2008 at 17:57

Temidden van het macro-economisch rumoer rond de Miljoenennota in september hebben Premier Jan Peter Balkenende en FNV-voorzitter Agnes Jongerius ieder op hun eigen wijze geprobeerd aandacht te vragen voor de status van arbeid. Balkenende pleitte voor een nieuwe arbeidsethos en Jongerius voor de menselijk maat in arbeidsorganisaties. Van beide valt de poging de politieke discussie te verleggen van het procentuele geneuzel over begrotingsposten naar een onderwerp als arbeid, dat dicht bij het leven van alledag staat, zeer te waarderen. Een loonstrookje komt eens per maand, maar met arbeid hebben we dagelijks te maken. Het feit dat zowel Balkenende als Jongerius in hun oproep volstrekt genegeerd zijn is begrijpelijk, maar teleurstellend. Want ik geloof dat er sprake is van een over de jaren gegroeide crisis in de organisatie van arbeid in bedrijven en beroepen.

De beurscrash van oktober zal het onderwerp arbeid nog verder naar de achtergrond duwen. Dat is jammer want het gaat hier om een systeemcrisis, die het gevolg is van een langdurige scheefgroei in ons sociaaleconomische systeem ten koste van de zeggenschap van arbeid. Historisch zijn alle systeemcrises het resultaat van een te ver doorgezette, eenzijdige ontwikkeling; of het nu de tulpencrisis is uit onze gouden eeuw, de Zuidzee Bubble van 1721, de Wallstreet crash in 1929, of de Internetcrisis in 2001. Anno 2008 is het financiële systeem – kredietverlening, beursspeculatie, financiële beloningen, maar ook, zoals Jongerius zegt, rationalisatie, financiële controle en bureaucratische prestatienormen – als een waterhoofd gegroeid. Economische groei bleek slechts financiële groei. In Amerika heet het dat Main Street is achtergebleven bij Wall Street.

De ontwikkeling van arbeid in organisaties en in beroepen is achtergebleven bij de geldgroei. De kwaliteit komt in de knel. Neem de beroepen. Ingenieurs in Den Haag en Amsterdam kunnen geen diepe tunnels bouwen zonder dramatische lekkages. De slimste uitvinders mikken niet langer op het superieure product, maar op het cashen met een voordelige IPO op de aandelenbeurs, omdat er nu eenmaal een overvloed aan venture capital is. In de gezondheidszorg zijn de kosten en de wachtlijsten onbeheersbaar, Chirurgen gebruiken OK’s ondanks evidente besmettingsgevaren. Want de bezettingsgraad is heilig. Bankiers, vroeger een beroep met status, gaan jarenlang door met het verkopen van financiële producten die honderden miljoenen euro’s verlies opleveren. Als het mis gaat moeten ze toegeven dat eigenlijk niemand het meer begreep. Grootschalige onderwijsvernieuwingen resulteren in een fiasco en worden teruggedraaid.

Beroepen die vroeger in hoog aanzien stonden klagen steeds luider over verlies aan status. Oudere professionals klagen over de gebrekkige opleiding van hun beoogde opvolgers. Na jarenlange discussie over marktfalen versus overheidsfalen, kan nu zondermeer gesproken worden over het falen van beroepen. De oproepen van Balkenende en Jongerius zijn misschien slechts bedoeld voor gebruik in eigen kring, maar ik zou ze willen opvatten als een brede uitnodiging voor een radicale herwaardering van de status van arbeid in Nederlandse organisaties en beroepen.