Frits Prakke

Archive for november, 1997|Monthly archive page

Philips naar Amsterdam

In Technisch Weekblad on dinsdag, november 11, 1997 at 18:35

De kogel is door de kerk. Philips heeft besloten het hoofdkantoor te verhuizen van Eindhoven naar Amsterdam. Vooral de reacties op dit besluit zijn fascinerend. Niet alleen Frits Philips senior en de burgemeester van Eindhoven zijn teleurgesteld. Ook de media overstelpen ons met nostalgische afkeuring. En woordvoerders van progressief Nederland zoals de vakbonden en de fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer Jacques Wallage verklaren zich ronduit tegen. Een diep gewortelde behoudzucht lijkt te wensen dat de gloeilampenfabriek in het Zuiden des lands ter wille van onze jeugdherinneringen niet mag veranderen, desnoods totdat het licht definitief uitgaat. Zelf ben ik geboren in Eindhoven aan de Bosdijk, recht tegenover het huidige hoofdkantoor van Philips, en heb ik wellicht nog enig recht op nostalgische sentimenten. Maar alles wat ik sindsdien heb geleerd over economie en management zegt me dat het vertrek van het top management van Philips uit Eindhoven de enige kans biedt op de verdere ontwikkeling van de onderneming als mededinger op de huidige wereldmarkten, en dus de enige kans op overleven.

Philips is altijd een merkwaardig tweeslachtige onderneming geweest. Dat is al zo sinds aan de wieg van het bedrijf de ingenieur Gerard Philips zijn commerciële broer Anton uitdaagde meer te verkopen dan hij in zijn fabriek kon maken. Anton daagde op zijn beurt Gerard uit om meer te produceren dan hij kon verkopen. Het gevolg was decennia lang een duale managementstructuur waarin de technische directeuren en de verkoopdirecteuren elkaar in evenwicht hielden en allebei de schrik waren voor de concurrenten. Techniek en commercie waren altijd van zeer hoog gehalte. Het evenwicht tussen deze twee is essentieel. Een populaire opvatting, vooral bij techneuten, wil dat de falende marketing van Philips verantwoordelijk was voor het écheque van topproducten uit de eigen research zoals de V2000, computers, en CD-I. Maar de oorzaak lag eerder bij technologische hoogmoed en ‘technology push’ in een mate die broer Gerard nooit zou hebben toegelaten. De laatste jaren is de Research & Development by Philips scherp gereduceerd en sterker geïntegreerd met het commerciële beleid, zodat het evenwicht weer is hersteld.

Tweeslachtig was ook de positie van Philips als gesloten provinciale familiebedrijf dat niettemin eerder en met meer succes dan de concurrenten een internationaliseringstrategie doorvoerde. Begin jaren negentig leverde dit het merkwaardige beeld op van een onderneming met zulke lage winstcijfers en zulke sterke beschermingsconstructies voor het zittend management, dat de beurswaarde lager was dan het bezit aan onroerend goed. (Voor een gemiddelde op de beursgenoteerde onderneming is deze verhouding 4 : 1.) Maar tegelijk was Philips op het gebied van de consumentenelektronica de enige overgebleven belangrijke niet-Aziatische concurrent. Dekker, Timmer en Boonstra zijn al meer dan tien jaar bezig de geslotenheid te bestrijden.

Wat zal het effekt van de verhuizing van het hoofdkantoor uit Eindhoven zijn op de achtergebleven, verweesde fabrieken? Ik herinner mij een Amerikaans bedrijfskundig onderzoek uit de jaren zeventig waarin de correlatie werd berekend tussen de produktiviteit (en andere prestatie-variabelen) van de fabrieken van General Motors en hun afstand tot het hoofdkantoor bij Detroit. Het wonderbaarlijke resultaat was dat de fabrieken beter presteerden naarmate ze verder aflagen van het hoofdkantoor. Nabijheid en de daaruit resulterend veelvuldige inmenging van top management in de dagelijkse gang van zaken werkt dus negatief. Hoe vaak horen we niet ingenieurs klagen dat ze hun werk beter zouden kunnen doen als de mensen van het hoofdkantoor maar uit de weg bleven? Dit wordt door empirisch onderzoek bevestigd! Bedrijven als Asea Brown Boveri en General Electric zijn voorbeelden van succesvol management van industriële conglomeraten door beperking van de operationele inmenging van het hoofdkantoor. Het vertrek van het hoofdkantoor van Philips uit Eindhoven kan dus de redding betekenen voor de fabrieken. De opening van het hoofdkantoor naar de internationale commerciële en financiële netwerken van Amsterdam kunnen de redding betekenen van het concern.

Advertenties