Frits Prakke

Archive for september, 1997|Monthly archive page

Brief uit Sofia

In Technisch Weekblad on zaterdag, september 6, 1997 at 17:48

Door mijn werk ben ik in de gelegenheid intensief kennis te maken met het grootse maatschappelijke experiment in Europa in de laatste 50 jaar: hoe kan een Sovjeteconomie met succes getransformeerd worden in een markteconomie? Bijna acht jaar na aanvang van dit experiment zijn de testresultaten teleurstellend en verwarrend. Mijn standplaats is Bulgarije, maar in een tiental Oost-Europese landen, van Estland tot Tsjechië zouden mijn waarnemingen niet veel anders zijn.

Ik ben hier om les te geven, maar zelf heb ik zelden in korte tijd zoveel geleerd over de afhankelijkheden tussen technologie, markt en overheid. De postsovjet overheid is te zwak om de voorwaarden voor een werkbare vrije markt te scheppen. De markt geeft daarom de verkeerde signalen over prijzen en kansen aan de technologie. Deze is daarom verlamd. Technologie bestaat in deze landen uit blauwdrukken in plaats van uit innovatie zoals in het Westen. Op zijn beurt genereert de technologie daardoor geen verhoging van de productiviteit waaruit verbetering van de inkomsten en belastingen kunnen worden betaald. Daardoor is de overheid tamelijk machteloos, waardoor ……enz.

Op het eerste oog lijkt het hier een paradijs voor werkgevers. Buiten mijn hotel wordt er ook op zaterdag en zondag gebouwd, blijkbaar zonder enige restricties zoals verplichte veiligheidshelmen. Na een samenloop van feestdagen, zoals rond het orthodoxe Pasen halen alle werknemers de verloren arbeidstijd in door op drie zaterdagen te werken. Het jaarloon van een gekwalificeerde ingenieur bedraagt volgens mijn cijfers niet veel meer dan 2 % van dat in Nederland. Het algemene opleidingsniveau is zeer degelijk. Reeds in de vorige eeuw lag het alfabetiseringspercentage – dankzij de strijd voor emancipatie tegen de Turkse overheersers – tegen de 100 %. Dankzij de voorliefde van de Marxisten voor technologie was de keuze ‘voor exact’ van de beste studenten van het land bijna unaniem, met als gevolg een zeer groot aanbod van ingenieurs. Het verschil met Nederlandse ingenieurs is dat altijd in opdracht van de Staat gewerkt werd, nooit voor een vrije markt met kieskeurige klanten. Stel je voor dat Rijkswaterstaat verantwoordelijk was voor planning en uitvoering van ALLE Nederlandse industriële productie. In Bulgarije is altijd sprake geweest van technische specificaties en nooit van behoeftespecificaties.

Het waterleidingbedrijf van Sofia is een typisch voorbeeld van deze manier van denken. Het ontwerp, inclusief de systeemtechniek, kan wedijveren met de systemen van de meest geavanceerde Europese steden. Maar de leidingen worden onvoldoende onderhouden en componenten zoals pompen zijn van een onbetrouwbare kwaliteit. Er was immers maar één leverancier om uit te kiezen en aansprakelijkheid bestond niet. Daarom lekt nu meer dan de helft van het water weg en is het in warm weer bacteriologisch onbetrouwbaar.

Op een fundamenteel niveau lijden alle technologische systemen in Bulgarije aan een gebrek aan feedback, terugkoppeling, zoals deze in het Westen door grotere openheid, maar vooral door marktprikkels wordt verzorgd. Dit blijkt uit de milieurampen bij de productie van lood en koper, en uit de gebrekkige veiligheid van kolenmijnen zoals die van Bobov Dol, waar vorige week 7 arbeiders om het leven kwamen door een explosie.

Ook aan het soort terugkoppeling dat in het Westen voor een steeds verbeterende kwaliteit en precisie in de techniek heeft geleid heeft het ontbroken. Terwijl bij ons tolerantie-eisen op steeds meer gebieden van millimeter naar micron gingen en van micron naar nano werd Oost-Europa steeds meer gekenmerkt door ‘de techniek van ongeveer’.

Achteruitgang door gebrek aan terugkoppeling blijkt op een gebied als micro-electronica. Vóór 1989 waren de Bulgaarse exporten naar andere sovjet landen zeer hoog. Maar omdat slechts van bestaande blauwdrukken werd geproduceerd – imitatie van westerse producten – en bij gebrek aan ontevreden klanten de kwaliteitszorg ver onder de normen van de internationale markt lag, bestaat deze bedrijfstak nu nog voornamelijk uit lege gebouwen en werkloze ingenieurs. Het zeer grote aantal Bulgaarse software specialisten die nu in Duitsland en de VS werken versterkt de indruk dat het probleem niet ligt in het niveau van de technische opleidingen in Bulgarije.

Soms lijkt het alsof er geen uitweg bestaat uit de vicieuze cirkel van een zwakke overheid, zwakke markten en zwakke technologie. Toch voel ik mij een optimist temidden van alle pessimisten over -en vooral in – Oost-Europa. Maar wij moeten niet alleen vrije markt ideologen en IMF-bankiers sturen, al hebben deze soms hun nut. Enig geduld is nodig, plus veel meer uitwisseling op verschillende gebieden. De les van Taiwan en Finland is dat achtergebleven landen in geografische uithoeken, maar met een goede scholingstraditie, door radicale openstelling niet in acht jaar, maar wel binnen anderhalve generaties tot de economische wereldtop kunnen behoren.

Advertenties