Frits Prakke

Posts Tagged ‘globalisering’

Technologische infrastructuur: de innovatie van de eeuw

In Technisch Weekblad on woensdag, juni 23, 2010 at 22:42

(oftewel het verband tussen het WK voetbal en kindersterfte in Azie)

Het WK voetbal in Zuid-Afrika brengt de globalisering bij je thuis. Terwijl Nederland aan het binnenvetten is in cultureel en politiek opzicht, brengt de televisie iedere dag beelden van een mondiaal theater van de eerste orde. Nigeria tegen Zuid-Korea. Argentinië tegen Griekenland. Bafana, bafana! Honderden miljoenen mensen op vijf continenten kijken naar dezelfde beelden en ondergaan samen de emoties van sportieve winst en verlies. Per telefoon deelde ik vanavond op 6000 km afstand met een vriend de spanning van een wedstrijd en de vreugde over een goal. Het WK doet meer voor ons mondiaal besef, dan de Verenigde Naties en alle ontwikkelingssamenwerking.

Doorgaans wordt ons beeld van het buitenland vernauwd door pessimisme (vooral politiek links) en xenofobie (vooral politiek rechts). Het is de koloniale erfenis, vermoed ik, die onze blik vertroebelt. Wie zien alleen maar òf terroristen òf bedelaars. Maar globalisering betekent ook dat op de meest onverwachte plekken in de wereld mensen werken aan wonderbaarlijke nieuwe ontwikkelingen.

Tot mijn verbazing lees ik dat dit jaar in New Delhi een nieuwe Metro, lengte 200 km, is voltooid die tot de modernste van de wereld behoort. In het smerigste en meest chaotische land dat ik ken is het gelukt een ondergrondse aan te leggen die extreem schoon is, die op tijd rijdt, en met ritkosten tussen 15 en 50 eurocent niettemin winstgevend is. Mèt airco en aansluitingen voor laptops. In een land berucht om bureaucratie en corruptie lijkt de Delhi Metro Rail Corporation daar vrij van te zijn. De Metro is op tijd en binnen het budget van vijf miljard euro voltooid. Laat Amsterdam dat niet horen! Zo er technische bijdragen zijn geweest van westerse ingenieursbureaus, dan is de gehele aanpak toch uitgesproken Indisch. Van ontwikkelingshulp of buitenlandse investeringen lijkt geen sprake. Zou het een regel zijn dat arme landen alleen met succes kunnen globaliseren als ze niet economisch steunen op westerse leningen, op export van olie, of op narcotica?

De Metro is een voorbeeld van de ontwikkeling in India van een eigen technologische infrastructuur. Dat is de motor achter de globalisering. En eigenlijk de belangrijkste innovatie van de eeuw. Technieksociologen noemen dit een National System of Innovation. Dat zijn samenwerkende kennisinstellingen, producenten, banken, en geavanceerde gebruikers. Maar het gaat niet om de uitvinding of de enkele innovatie.

Het gaat om het systeem van inteerconnecties, de infrastructuur. Een ander, even spectaculair voorbeeld van deze uitvinding van de eeuw, de technologische infrastructuur, is de gezondheidzorg in Azië, waardoor voor miljarden mensen de levensverwachting en het kindertal per gezin binnen twee generaties op ongeveer het Europese niveau is gekomen. Technologische infrastructuur is ook het ingenieursonderwijs in China en India, dat in aantallen en in kwaliteit in 30 jaar Europa en de VS heeft ingehaald. Dat zijn lokale prestaties die zonder de interconnecties van globalisering onmogelijk zouden zijn geweest. We gaan met steeds meer mensen naar het WK voetbal kijken.

Advertenties

Keizer Darius I, informatienetwerken en globalisering

In Technisch Weekblad on maandag, november 10, 2003 at 21:14

De huidige economische recessie geeft voeding aan een algemeen pessimisme, nostalgie en soms zelfs aan regelrechte reactionaire oprispingen. Nu de Nieuwe Economie niet de beloofde gouden bergen heeft opgeleverd verbaast het me hoeveel overigens weldenkende mensen terug willen naar vroeger. Ze verlangen terug naar de gulden, verwerpen de ontwikkeling van een grotere, sterkere Europese Unie en wanhopen aan verdere globalisering van de wereldeconomie. De grenzen moeten dicht. Ze klagen dat de KLM binnenkort niet langer onze eigen nationale luchtvaartmaatschappij zal zijn. Of dat steeds meer R&D plaatsvindt in China. Het lijkt bonton om te beweren dat we met de aanvaarding van globalisering onze beschaving verkwanselen. Maar de kwaliteit van onze beschaving heeft juist altijd gelegen in het openstaan voor diverse culturen en invloeden uit verre landen.

Globalisering is niet een uitvinding van de go-go nineties. Globalisering is het gevolg van een langdurige technologische ontwikkeling. De kern daarvan is het mogelijk maken van effectieve informatienetwerken over steeds grotere gebieden. De uitwisseling van informatie gaat gepaard aan economische en culturele uitwisseling. Welvaart en beschaving zijn daarvan uiteindelijk het gevolg.

Het rijk van keizer Darius I van Perzie was 2500 jaar geleden het grootse op aarde dankzij de ontwikkeling van een informatienetwerk op basis van koeriers te paard, die honderden kilometers per dag aflegden. De basis van het Romeinse rijk was het wegenstelsel. De VOC was – ook – een uniek informatienetwerk. Moderne Europese staten kwamen tot stand dankzij spoorwegen en telegrafie. Nu staat het Internet, nog relatief in zijn kinderschoenen, aan het begin van de nieuwste technologische envelop.

De term historisch determinisme komt me niet gemakkelijk over de lippen, maar het lijkt moeilijk te bestrijden dat de ontwikkeling van beschavingen nauw verbonden is met de technologische ontwikkeling van informatienetwerken. Die ontwikkeling is niet probleemloos of gelijkmatig, maar wel moeilijk omkeerbaar. De duistere vroege middeleeuwen waren het gevolg van een afbraak van informatienetwerken. China en Japan hebben eeuwen van verpaupering gekend tengevolge van de bewuste sluiting van hun grenzen. De laatste periode in de moderne tijd van belangrijke teruggang in de trend naar globalisering, althans gemeten naar de omvang van de internationale handel, waren de donkere jaren 1914-1945.

Deze redenering volgend is het opmerkelijk dat de ultieme regering van de gehele wereld, de Verenigde Naties – de culminatie van de ontwikkeling ingezet door Darius I – nauwelijks betrokken is geweest bij de vormgeving van de ultieme netwerktechnologie, het Internet. Maar daar komt verandering in. Van 10 tot 12 december organiseert de VN een topconferentie in Genève over de Informatie Samenleving. Zestig staatshoofden worden verwacht. Zij zullen praten over voorstellen van de Secretaris Generaal van de VN, Kofi Annan, het Internet te ontwikkelen voor doelstellingen op het gebied van wereldwijde e-education, e-health, en e-government. In de ontwikkeling van deze vorm van globalisering, een wereldomvattend informatienetwerk, ligt de toekomst van de VN, en onze toekomst.

Het jaar 2002, opnieuw beginnen

In Technisch Weekblad on donderdag, december 20, 2001 at 20:36

Het jaar 2001 heeft hardhandig een eind gemaakt aan drie belangrijke en breed gekoesterde trends. De Internet ballon, het geloof dat in weerwil van aloude economische wetmatigheden, iedere investering in ICT grote winsten zou opleveren, werd in 2001 na jaren van onwaarachtige koerswinsten definitief doorgeprikt. Op 11 september kwam een einde aan het groeiende gevoel van veiligheid en militaire onaantastbaarheid. Dit gevoel, dat zijn oorsprong had in de ontrafeling van het Oostblok in 1989 en gekenmerkt werd door de discussies over het einde van de ideologie, kwam tot een abrupt einde toen een kleine groep fundamentalisten uit het Midden Oosten er in slaagde om een aanslag te plegen op Manhattan en het Pentagon die zelfs Pearl Harbor overtrof.

Ten derde lijkt 2001 ook het einde te zijn van de trend naar globalisering, althans in de vorm van de brede politieke steun voor het afbreken van alle handelsbelemmeringen en voor privatisering. De praktijk blijkt harder dan de leer. Naarmate de WTO handelsverdragen zich uitbreiden worden de belangen van de Franse en Amerikaanse boeren hardnekkiger beschermd. De fusie tussen ‘gelijken’, Chrysler en Daimler-Benz, loopt vast. In de Raad van Bestuur in Stuttgart wordt vanaf midden 2001 gewoon weer Duits gesproken. Swissair ontloopt een welverdiend faillissement door kapitaalinjecties van de Zwitserse farmaceutische industrie (sic!) en de regering. Eerdere privatiseringen van elektriciteitsbedrijven, gezondheidszorg en spoorwegen blijken in bijna alle landen vaker meer dan minder problemen op te leveren.

Het vastlopen van drie belangrijke, langlopende trends, ieder met duidelijke technologische, economische en sociale componenten, maakt van het jaar 2002 een belangrijk keerpunt. Niet de zelfgenoegzaamheid van een fin de siècle, maar de bereidheid opnieuw fundamentele doelstellingen en ambities te formuleren is in 2002 vereist. Dat geldt voor zowel ingenieurs als voor ondernemers en politici.

Het nieuwe jaar belooft veel voor de ontwikkeling van de Internet economie. Schaarser kapitaal zal betekenen dat alleen weldoordachte innovaties een kans krijgen. Het jaar 2001 was slechts de noodzakelijke shakeout, analoog aan ervaringen in de vorige eeuw met spoorwegen en auto’s, waarna de technologische ontwikkeling voort kan gaan. De Nederlandse arbeidsbureaus kunnen getuigen dat een groot aantal ICT-ers beschikbaar is om daar tegen veel lager lonen dan voorheen aan mee te werken. Nu nog de ondernemers die meer willen dan snel rijk worden.

De lessen van 11 september lijken nog niet doorgedrongen tot de Amerikaanse defensie technologen. Juist in 2001 zijn honderden miljarden dollars gereserveerd voor systemen die wat betreft strategisch denken uit de tijd van de Koude Oorlog stammen, het ‘Star Wars’ ruimteschild en de JSF straaljager. Ook Nederland is bereid aan de JSF mee te doen. Het lijkt wel heimwee naar de Korea oorlog. Iedere niet-militair kan zien dat de moderne oorlog in technologische zin wordt gevoerd met Stanley-messen, veiligheidspoorten, computers en onbemande vliegtuigen. Dat zijn ook gebieden waar de Nederlandse industrie een grotere bijdrage kan leveren.

Tenslotte moeten we in 2002 de afstand verminderen tussen de theorie en de praktijk van globalisering, zowel wereldwijd als in de Europese Unie. Een goed begin is de analyse van de Harvard econoom Michael Porter, die onlangs in de Ridderzaal in Den Haag Nederlands beleidsmakers voorhield dat het fundament van concurrentiekracht en welvaart ligt in de ontwikkeling van nationale innovatienetwerken. Dat ligt voor ieder land verschillend. Think globally, act locally. Technologisch betekent dit dat innovatie, bijvoorbeeld op het gebied van voedingsmiddelen of milieu, een eigen Nederlandse richting mag kiezen. Politiek is dat minder simpel dan het gevoerde beleid van globalisering en vulgaire privatisering van de laatste vier regeringsperioden. Maar 2002 is het jaar dat we de veranderde tijden, de nieuwe eeuw, onder ogen moeten zien.

Te weinig globalisering van technologie

In Technisch Weekblad on zaterdag, juni 24, 2000 at 20:22

Als 58 Fujian-Chinezen in een tomatencontainer de dood vinden bij een wanhopige poging naar het rijke westen te komen is dat meer dan een menselijk drama. Je hart stokt als het verhaal van de wanhoop van hun laatste uren tot je doordringt. Je hoofd weet dat ieder jaar duizenden op vergelijkbare wijze de dood vinden bij pogingen in wielcompartimenten van vliegtuigen, in wrakke bootjes, of zwemmend onze kusten te bereiken. Na de val van de Berlijnse muur blijkt er nog een andere muur te bestaan tussen hoop en wanhoop, die jaarlijks grote aantallen slachtoffers maakt. Je hoofd weet dat er veel geld en goede wil wordt gestopt in ontwikkelingssamenwerking. Je hart zegt bull shit. Je hoofd knikt. Met zoveel wanhoop in de wereld stelt ons eigen economisch succes weinig voor. Begin maar eens opnieuw na te denken.

Begin met technologie, zegt Harvard econoom Jeffrey Sachs deze week in The Economist. De wereld valt te verdelen in gebieden die technologisch vernieuwend zijn (15 % van de mensheid), technologisch volgend (50 %), en technologisch buitengesloten. Hiertoe behoren onder andere het noorden van Zuid-Amerika, het noorden van India, de grootste delen van China en Afrika, en de voormalige Sovjet Unie, in totaal 2 miljard mensen. Dit is het gebied van de wanhoop. Vroeger dachten we dat natuurlijke hulpbronnen de economische ontwikkeling zouden dienen. Maar vele gebieden rijk aan energiebronnen, ertsen en vruchtbare grond ontkomen niet aan de armoedeval. Rijkdom aan diamanten is in Afrika zelfs vaak een regelrechte vloek gebleken.

De naoorlogse economie leert dat ontwikkeling een kwestie is van accumulatie van fysiek en menselijk kapitaal. Vijf decennia ontwikkelingshulp tonen aan dat deze benadering op zijn minst onvolledig is. De verwachte convergentie tussen rijke en arme landen is uitgebleven. Hulp moet minder economisch zijn, minder op basis van leningen aan arme landen, en meer technologisch, meer gericht op de daadwerkelijke diffusie van kennis naar lokale instellingen. Gevolg is dat de hopeloze discussie over ‘good governance’ van ontvangende landen als voorwaarde voor steun niet ter zake doet. Opmerkelijk is ook dat Sachs – vaak gezien als de blinde ideoloog van de vrije markt – toegeeft dat vrije markten alleen niet toereikend zijn om de technologisch buitengesloten gebieden te helpen.

Technologische buitensluiting betekent stagnatie en daarom de afwezigheid van perspectief op een betere toekomst voor de bewoners van een gebied. Niet armoede maar uitzichtloosheid drijft de mensen in wrakke bootjes en dodelijke containers. Technologische verandering brengt hoop. Technologiebeleid voor de Derde Wereld betekent, evenals technologiebeleid in het westen, steeds het gelijktijdig stimuleren van ‘push’ en ‘pull’ factoren. Volgens Sachs moet dit beleid op zeer grote schaal op drie fronten tot stand komen: gezondheidsvoorzieningen (effektieve bestrijding van malaria, TB en AIDS), fysieke ontsluiting (goedkoper transport en reductie van handelsbarrieres voor de armste landen), en technisch-wetenschappelijke samenwerking.

Westerse multinationals, technologische instituten en universiteiten moeten, zonodig met financiële steun van hun overheden, instellingen voor research en ontwikkeling opzetten en ondersteunen in de technologisch buitengesloten regio’s. De Landbouwuniversiteit Wageningen moet fondsen krijgen om op uitgebreide schaal in de allerarmste landen dependances op te zetten. We moeten niet bang zijn dat de lage lonen van computer programmeurs in India of de Filippijnen werkloosheid zullen veroorzaken in Amsterdam Zuidoost, of dat de patenten van onze farmaceutische industrie onvoldoende beschermd worden in China. Armoede in de derde wereld is niet het gevolg van te veel, maar van te weinig globalisering, en dan vooral in de zin van te weinig diffusie van technische kennis.