Frits Prakke

Archive for 2010|Yearly archive page

Eco-feedback technologie

In Technisch Weekblad on maandag, november 8, 2010 at 22:17

Het is één van de misvattingen van onze tijd dat grote problemen grootschalige oplossingen dicteren. Neem ons immense energieverbruik. Dat maakt ons in de aanvoer afhankelijk van onfrisse regimes in verre landen en vergiftigt in het gebruik onze atmosfeer met CO2. Dat is onmiskenbaar een groot probleem. De oplossing wordt gezocht in complexe en miljarden euro’s kostende systemen zoals CO2 opslag onder woonwijken, het voor de burger niet te bevatten rekeningrijden, megalomane windmolenparken op zee en sinds kort zelfs weer de bouw van nieuwe kerncentrales. Hier is een technocratische rationaliteit ontstaan die een wig drijft tussen overheid en burger. Het is ook niet goed voor het publieke vertrouwen in de ingenieurs.

Het blijkt dat er alternatieven zijn die niet minder innovatief zijn, maar wel minder complex en grootschalig. Dat is het werkterrein van het laboratorium voor Persuasive Technology aan de Stanford Universiteit in de VS. Hier wordt gewerkt aan innovaties voor een duurzame samenleving die niet als uitgangspunt het technische systeem hebben, maar de menselijke keuze. Niet de homo economicus maar de homo ludens wordt aangesproken. Eco-terugkoppeling en sociale netwerken zijn daarbij de sleutels. OPOWER is een voorbeeld van een apparaatje dat momenteel al geleverd wordt. Dit berekent voor de consument niet alleen zijn maandelijkse energieverbruik in KW elektriciteit en m3 gas, maar vergelijkt dit ook in mooie grafieken met het gemiddelde verbruik van de naaste buren in de straat. De afrekeningen verschijnen online, op een mobieltje, of op een aantrekkelijke klok voor in de huiskamer. Wie die maand zuinig is geweest verdient daarbij een ☺. Anderhalf miljoen mensen maken al gebruik van dit OPOWER en 60 tot 80 procent daarvan hebben volgens het bedrijf bezuinigd op hun energieverbruik. Hoeveel windmolens op zee zou het kosten om dat resultaat te evenaren?

De hoge kosten van de gezondheidszorg worden bestreden door GlowCaps. Dat is een deksel op een pillenflesje dat gaat oplichten als het tijd is voor de alleenwonende bejaarde om zijn pillen te nemen. Via WiFi wordt het gebruik vervolgens gemeld aan de thuiszorg of de familie. Ook zijn er weegschalen ontworpen die via WiFi de dagelijkse uitslagen melden aan de vriendinnenclub. Niet voor iedereen misschien. Maar altijd op basis van de eigen keuze.

Nieuw in de VS is een scherm op het dashboard dat continue het verbruik per km berekent en vertoont. Dat doet mijn Franse auto al jaren. Als ik gas geef schiet het verbruik per 100 km omhoog van 7 naar 15 liter. Dat is altijd aanleiding tot een levendige discussie met mijn sociale netwerk op de achterbank. In de Amerikaanse versie van deze eco-terugkoppeling wordt op het dashboard een groene plant vertoond die afhankelijk van de rijstijl opbloeit of ineen schrompelt.

Innovatie in tijden van bezuiniging

In Technisch Weekblad on zondag, oktober 10, 2010 at 22:00

Het is gebruikelijk in Nederland dat iedere nieuw aantredende regering zijn eigen innovatiebanier hijst. Na acht jaren Innovatieplatform onder de kabinetten Balkenende zal nu Rutte met zijn innovatiebeleid moeten komen, geheel vernieuwd en vol beloftes voor de toekomst. Dat is deels symbolische politiek. Een nieuwe regering moet hoop op verandering bieden. Naarmate het werkelijke politieke draagvlak geringer is gaan de beloftes een grotere rol spelen. Niet voor niets krijgen we nu zelfs Innovatie in de naamgeving van een nieuw, versterkt ministerie: Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Maar deels is vernieuwing van het innovatiebeleid ook een reële kans om te leren van het verleden, oud beleid te evalueren en nieuwe wegen in te slaan. Het is niet voldoende om vast te stellen dat het vorige beleid, het Innovatieplatform, symbool is geworden voor een krachteloze premier van een verdeeld kabinet, die het presteerde om zelfs de ontwikkeling van een toekomstvisie uit te besteden. Jan Peter, waar was je? Nee, het ministerie zou eerst een fundamentele evaluatie moeten uitvoeren van de sterktes en zwaktes van het oude innovatiebeleid.

Bij gebrek aan een goede evaluatie geef ik de mijne. Het Innovatieplatform is ten onder gegaan aan het polderen. Innovatieprocessen, die per definitie onderhevig zijn aan grote risico’s, zijn onder Balkenende onderworpen aan een bestuurlijk proces van risicomijdend verdeel-en-heers. Het positieve is dat er veel is geïnvesteerd in deugdelijk onderzoek. De input is redelijk verdeeld. Het negatieve is dat deze subsidies voor breed gedefinieerde sleuteltechnologieën nauwelijks tot innovatieve doorbraken, tot output, hebben geleid. Wie op input stuurt kan niet verwachten op output te slagen.

Voordat Rutte zijn eigen innovatiebanier hijst zou het ook goed zijn nog eens met een kritisch oog naar de ervaringen van anderen landen te kijken. Robert Atkinson, van de Information Technology & Innovation Foundation in de VS, heeft in september een voortreffelijk overzicht geproduceerd. Op basis van empirisch onderzoek naar de kansrijkheid van innovaties over de jaren pleit Atkinson voor de vraagarticulatie als aangrijpingspunt van innovatiebeleid in plaats van subsidies voor R&D. Daadkrachtig innovatiebeleid vraagt daarom eerder om het aanpakken van barrières voor innovatie dan directe investeringen. Studies naar de barrières voor innovatie werden in Nederland al gedaan in de vorige eeuw, maar zijn sindsdien ten onrechte in de vergetelheid geraakt.

Om de vraagarticulatie te bevorderen noemt Atkinson maatregelen zoals het aanhaken bij het aankoopbeleid van de overheid, vernieuwde milieu en handelsregulering gericht op het belonen van innovatie, het hanteren van functionele in plaats van technische specificaties, deregulering waar deze innovatie belemmert, het stimuleren van open innovatie in nieuwe IT voor overheidsdiensten en het wegnemen van barrières voor hooggeschoolde migranten. Al deze maatregelen grijpen aan bij de vraagarticulatie in plaats van subsidiering. Niet nieuwe investeringen maar een visie op innovatie staat centraal. In tijden van bezuiniging moet dat een banier zijn dat de nieuwe regering aanspreekt.

Bijna 30, bijna volwassen

In Technisch Weekblad on dinsdag, augustus 24, 2010 at 22:01

Psychologen hebben een nieuwe levensfase ontdekt, emerging adulthood, de bijna volwassenen. Waren we vroeger volwassen met 18 jaar, althans gerechtigd om bij verkiezingen het actief en passief kiesrecht uit te oefenen en ’s-lands wapenen te dragen, tegenwoordig worden veel mijlpalen van volwassenheid pas na de dertigste verjaardag gepasseerd. Denk aan de mijlpalen van voltooide scholing, het ouderlijk huis verlaten, financiële onafhankelijkheid, partnerkeuze en eigen kinderen.

Het uitstel van deze mijlpalen heeft belangrijke consequenties voor organisaties zoals het hoger onderwijs, uitzendbureaus, werkgevers, verzekeraars en sociale diensten. In 1960 had 77 procent van de vrouwen en 65 procent van de mannen al deze sociologische mijlpalen bereikt op hun dertigste jaar. In het jaar 2000 gold dit voor minder dan de helft van de vrouwen en voor slechts een derde van de mannen (US Censusbureau). Volgens Canadese gegevens waren 30-jarigen in 2001 even ver gevorderd als 25-jarigen in 1970. Een derde van de twintigers verhuist gemiddeld één keer per jaar. Zeven keer een nieuwe baan in tien jaar is het groepsgemiddelde. Anekdotisch kennen we allemaal de verhalen van twintigers die na studie, verbroken relaties en buitenlandse reizen weer bij hun ouders willen komen wonen.

Hersenonderzoekers gingen er vroeger vanuit dat de hersenen zich na de puberteit niet verder ontwikkelden. Uit recent longitudinaal neurologisch onderzoek onder 5000 kinderen blijkt dat niet houdbaar te zijn. Tot zeker de leeftijd van 25 jaar en wellicht nog later blijven de hersenen veranderen en zich aanpassen aan nieuwe taken. Dat is met name op gebieden van emotionele beheersing en wat genoemd wordt hogere cognitieve functies. Dit heeft gevolgen voor het nemen van risico’s en het aangaan van stabiele relaties door jongeren ver voorbij de leeftijd van 18 jaar. Hersenonderzoek kan zo bijdragen aan een verklaring voor de droevige statistieken op het gebied van jongeren in het verkeer en vroege huwelijken.

J.J. Arnett, hoogleraar psychologie aan de Clark University, wijst op de bijzondere psychologische kenmerken in de fase van emerging adulthood, zoals het (quasi puberaal) zoeken naar de eigen identiteit, zelffocus, instabiliteit, ambivalentie, bindingsangst en extreem optimisme (a sense of possibilities). Respondenten in zijn onderzoek zijn ongeacht sociaal-economische afkomst optimistisch over hun eigen toekomst. Een volle 96 procent is “geheel zeker dat ze ooit zullen bereiken wat ze willen in het leven”.

De 28-jarige zoon of dochter die met volle koffers aan je deur verschijnt om de oude kamer weer op te eisen doet dat met een blij gemoed. Wees gerust, de schuld ligt niet bij vroegere fouten in de opvoeding. Ook is het niet echt de schuld van de moderne maatschappij of van de regering. Het is gewoon een fase in de psychologische ontwikkeling van het kind. Als het kind eenmaal dertig is komt alles goed.

Een historische week

In Technisch Weekblad on maandag, augustus 16, 2010 at 21:58

Of wij het nieuws eerst hoorde op de camping of terug van vakantie weer op ons werk, later kunnen wij onze kleinkinderen vertellen dat wij erbij waren toen deze week bekend werd gemaakt dat China in een verbazingwekkende groeispurt Japan had gepasseerd als de tweede economie ter wereld. Wij zijn deze week getuigen geweest van een historische mijlpaal. Nadat in voorafgaande jaren reeds Duitsland, Frankrijk en Engeland waren ingehaald, kwam dit toch als een verrassing. Toen ik vijf jaar geleden op deze plek laatst over China schreef was het bruto nationaal product van China nog slechts de helft van dat van Japan. China’s groeipercentage ligt structureel boven de tien procent per jaar tegenover ongeveer één procent in Europa, en lager in Japan. You do the math.

Minder dan wij wilden geloven is de ineenstorting van het sovjet imperium in 1989 niet de overwinning geworden van laisser-faire ondernemingsgewijze productie of van het westerse liberale politieke model. China is nog steeds een autoritaire staat. Maar het land is erin geslaagd productieve krachten te ontketenen op een manier die noch Karl Marx noch Milton Friedman had kunnen vermoeden. De arbeidsmarkt en de woningmarkt zijn bevrijd van de voorheen draconische restricties. Corruptie blijft een probleem, maar vele privileges zijn afgeschaft. Door onderwijs en urbanisatie hebben honderden miljoenen chinezen van deze nieuwe vrijheden gebruik gemaakt door van laagproductieve naar hoogproductieve banen te gaan. Dit is in economische zin arbeidsmigratie en in culturele zin een reis van de middeleeuwen naar de moderne tijd. Op geen enkele wijze is de Chinese economische ontwikkeling een kopiëren van het westerse economische model. Maar het bevrijden, de flexibilisering, van de arbeidsmarkt en de woningmarkt zijn wel wezenlijke algemene grondslagen van economische ontwikkeling. In een geheel andere politieke context zijn dat ook de grondslagen van het recente economische succes van India.

Vergeleken met de positieve ontwikkelingen in China en India zijn de conjuncturele perikelen in Europa en Noord Amerika, onze “Grote Recessie”, een marginaal verschijnsel. Maar toch. We moeten onze belangrijkste problemen onder ogen zien. De financiële markten hebben gefaald en de nodige hervormingen laten op zich wachten. In Nederland is er sprake van verstarring op de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Een deflationaire ontwikkeling zoals in het verstarde en vergrijzende Japan is de grootste reële dreiging. VVD, PVV en CDA, de partijen in de coalitiebesprekingen die in deze historische week plaatsvinden, lijken er voor te kiezen deze problemen te negeren. Volgens de weinige berichten in de pers wordt hard gewerkt aan bezuinigingen uit vrees voor inflatie, die wel ideologisch, maar nauwelijks statistisch waarneembaar is. De bonussen? Hervormingen van de verstarde arbeidsmarkt (tijdige aanpassing pensioenleeftijd) en woningmarkt (hypotheek- en huursubsidies) zijn taboe verklaard. Moeten we binnenkort bij de Chinezen te rade gaan?

Technologische infrastructuur: de innovatie van de eeuw

In Technisch Weekblad on woensdag, juni 23, 2010 at 22:42

(oftewel het verband tussen het WK voetbal en kindersterfte in Azie)

Het WK voetbal in Zuid-Afrika brengt de globalisering bij je thuis. Terwijl Nederland aan het binnenvetten is in cultureel en politiek opzicht, brengt de televisie iedere dag beelden van een mondiaal theater van de eerste orde. Nigeria tegen Zuid-Korea. Argentinië tegen Griekenland. Bafana, bafana! Honderden miljoenen mensen op vijf continenten kijken naar dezelfde beelden en ondergaan samen de emoties van sportieve winst en verlies. Per telefoon deelde ik vanavond op 6000 km afstand met een vriend de spanning van een wedstrijd en de vreugde over een goal. Het WK doet meer voor ons mondiaal besef, dan de Verenigde Naties en alle ontwikkelingssamenwerking.

Doorgaans wordt ons beeld van het buitenland vernauwd door pessimisme (vooral politiek links) en xenofobie (vooral politiek rechts). Het is de koloniale erfenis, vermoed ik, die onze blik vertroebelt. Wie zien alleen maar òf terroristen òf bedelaars. Maar globalisering betekent ook dat op de meest onverwachte plekken in de wereld mensen werken aan wonderbaarlijke nieuwe ontwikkelingen.

Tot mijn verbazing lees ik dat dit jaar in New Delhi een nieuwe Metro, lengte 200 km, is voltooid die tot de modernste van de wereld behoort. In het smerigste en meest chaotische land dat ik ken is het gelukt een ondergrondse aan te leggen die extreem schoon is, die op tijd rijdt, en met ritkosten tussen 15 en 50 eurocent niettemin winstgevend is. Mèt airco en aansluitingen voor laptops. In een land berucht om bureaucratie en corruptie lijkt de Delhi Metro Rail Corporation daar vrij van te zijn. De Metro is op tijd en binnen het budget van vijf miljard euro voltooid. Laat Amsterdam dat niet horen! Zo er technische bijdragen zijn geweest van westerse ingenieursbureaus, dan is de gehele aanpak toch uitgesproken Indisch. Van ontwikkelingshulp of buitenlandse investeringen lijkt geen sprake. Zou het een regel zijn dat arme landen alleen met succes kunnen globaliseren als ze niet economisch steunen op westerse leningen, op export van olie, of op narcotica?

De Metro is een voorbeeld van de ontwikkeling in India van een eigen technologische infrastructuur. Dat is de motor achter de globalisering. En eigenlijk de belangrijkste innovatie van de eeuw. Technieksociologen noemen dit een National System of Innovation. Dat zijn samenwerkende kennisinstellingen, producenten, banken, en geavanceerde gebruikers. Maar het gaat niet om de uitvinding of de enkele innovatie.

Het gaat om het systeem van inteerconnecties, de infrastructuur. Een ander, even spectaculair voorbeeld van deze uitvinding van de eeuw, de technologische infrastructuur, is de gezondheidzorg in Azië, waardoor voor miljarden mensen de levensverwachting en het kindertal per gezin binnen twee generaties op ongeveer het Europese niveau is gekomen. Technologische infrastructuur is ook het ingenieursonderwijs in China en India, dat in aantallen en in kwaliteit in 30 jaar Europa en de VS heeft ingehaald. Dat zijn lokale prestaties die zonder de interconnecties van globalisering onmogelijk zouden zijn geweest. We gaan met steeds meer mensen naar het WK voetbal kijken.

Meer regie en minder bureaucratie

In Technisch Weekblad on zondag, mei 23, 2010 at 22:40

In het kader van de influistering van de nieuwe regeringscoalitie na de verkiezingen in juni heeft de Adviesraad Wetenschap en Technologie in een briefadvies aan de Tweede Kamer een oordeel geveld over innovatie en hoger onderwijs in Nederland. “De nieuwe minister moet schoon schip maken in onderzoek en innovatie”. Na de gebruikelijke roep om hogere investeringen in R&D volgt een dringend pleidooi voor meer regie en minder bureaucratie. Komend van het centrale ambtelijk adviesorgaan voor wetenschap en technologie in Nederland vind ik dat nogal onthutsend. En verfrissend.

Evenzeer onthutsend en verfrissend is het oordeel van de Rebecca Hamer en Erik Jan van Rossum op basis van hun promotieonderzoek aan de TU Twente, dat het hoger onderwijs geen echte academici meer aflevert. Studenten leren in het hoger onderwijs veel, maar uiteindelijk wordt alleen gekeken of ze de geleverde kennis kunnen reproduceren of toepassen. Willen studenten innovatieve, creatieve denkers worden, dan moet het onderwijs veranderen.
De bureaucratie heeft bovenmatig greep gekregen op de kern van het hoger onderwijs. Dat lijkt me de erfenis van 150 jaar staatsuniversiteiten in Europa, ooit geïnspireerd door de Pruis von Humboldt. De recentere schaalvergroting en rationalisering in het hoger onderwijs, hoe noodzakelijk ook, heeft de bureaucratische cultuur tot nieuwe hoogtes gevoerd. Het gevolg is een ernstig tekort aan creativiteit, durf en kritisch vermogen. Een hoog gewaardeerde collega klaagde vorige week in een vergadering dat studenten nergens in het curriculum nog leerden om zelfstandig kritisch te denken. Zijn suggestie om daarvoor een cursus te ontwikkelen trilt nog na op mijn trommelvlies.

Een nieuwe regering betekent dat de nieuwe minister van OCW, aangemoedigd door het AWT advies, misschien wel draagvlak kan vinden voor enkele radicale structuur-veranderingen. De tijd lijkt rijp. Bijna alle politieke partijen pleiten voor minder ambtenaren en meer innovatie. De minister moet zijn regie gaan uitoefenen niet als subsidiegever, maar als marktmeester. Dat betekent sturing op output in plaats van sturing op input. Iedereen in het huis van onderwijs en onderzoek kan dan meer zelfstandig en meer resultaatgericht werken. Dat geldt voor toponderzoekers, maar ook voor nederige projectleiders, postdocs, en docenten. Het geldt zeker ook voor studenten. Het debat basisbeurs versus leenbeurs is daarbij nauwelijks relevant. Het zou er om moeten gaan dat voor iedere student het behoud van de beurs en toegang tot de volgende trede in het hoger onderwijs afhankelijk worden gesteld van behaalde prestaties. De minister moet als marktmeester zorg dragen voor de hoognodige transparantie, kwaliteitscontrole, en voor de fairness van het gehele systeem. Dat is radicale cultuurverandering en een directe aanval op de heersende bureaucratisering.
Ook zou het mooi zijn als de nieuwe regering nog wat extra middelen voor de financiering van innovatie en onderwijs kon vinden op de begroting van de komende vier jaar.

De calculerende innovator

In Technisch Weekblad on zondag, april 25, 2010 at 11:48

De calculerende innovator, daar kan ik kort over zijn. Die bestaat niet. Echte vernieuwers kom je sowieso weinig tegen, te weinig misschien. Maar als je ze tegen komt kan zomaar je leven veranderen. Plotseling kom je erachter dat je na die ontmoeting anders tegen de zaken aan bent gaan kijken. Je hebt geleerd mogelijkheden te zien waar die er eerst niet waren. De gewone mens lijdt aan een gebrek aan fantasie. De innovator opent zijn ogen. Niet door zo goed te calculeren, maar door te zien. En te laten zien. Niet door risico’s te berekenen maar door risico’s te nemen.

De innovator in een organisatie verandert deze. Terwijl alle collega’s bezig zijn de regels te volgen, weet de innovator de regels te veranderen. De organisatie, het bedrijf, de afdeling, is nooit meer dezelfde. De mensen in de organisatie zijn, hoe kortstondig ook, andere mensen geworden. Het bedrijf kan prestaties leveren die eerder niet mogelijk waren. Moeilijkheden worden mogelijkheden. Het gevolg is een nieuw product, een succesvolle campagne, enthousiaste klanten. De verwachtingen worden overtroffen. Dat is het talent van de innovator. De wereld is even anders, ook al is dat soms kortstondig. De innovator wordt moe, de mensen gaan calculeren. En dat is het einde van de innovatie. De blauwe wimpel gaat over naar een ander schip. Maar iedereen die ooit met een echte innovator heeft gewerkt zal dat niet meer vergeten. Wie deze ervaring nooit heeft gehad is te betreuren.

We streven innovatie na in ons persoonlijk leven, in ons bedrijf, en in dit lage land achter de duinen. In Nederland werd acht jaar geleden het Innovatie Platform (IP) ingesteld. Daarin werden alle belanghebbenden bij innovatie in Nederland volgens het poldermodel verenigd onder leiding van de premier, om met een aanzienlijk deel van de aardgasbaten innovatie te gaan bevorderen. Omdat je wel eens genoeg krijgt van steeds dezelfde bloemetjesjurk zal het IP na de verkiezingen zeker niet terugkeren. Maar dit is wel het moment om ons af te vragen wat er mis is gegaan. Want ook de volgende regering zal het tekort aan innovatie in Nederland onder ogen moeten zien.

Het grote manco was dat het IP, bestaande uit calculerende belangenbehartigers, op zoek is gegaan naar de calculerende innovator. En die bestaat niet. De vernieuwende visie die de leden individueel misschien nog hadden werd weggepolderd. Zogenaamd werden er echte keuzes gemaakt. Maar zoals Frans Nauta, de oud-secretaris van het IP, achteraf schreef, werden deze keuzes bijgesteld als een achtergestelde dijkgraaf maar hard genoeg klaagde. Sturen op output verloor het van sturen op input.
Internationaal zijn er genoeg voorbeelden van overheden die er in zijn geslaagd temidden van alle calculerende inwoners de echte innovator te vinden. Zelfs na alle bezuinigingen moet dat na de verkiezingen ook in Nederland mogelijk zijn.

Brief aan mijn jonge ik

In Technisch Weekblad on zondag, maart 28, 2010 at 17:12

Een jongen was je ….. maar een domme jongen. Was het de adolescente overmoed? Had je niet opgelet op school? Nee, juist omdat je zo netjes geleerd had en naar Nederland was teruggekomen met aanbevelingen van de beste professoren ter wereld werd jij in de jaren tachtig gevraagd om strategisch verkenner te worden. Diverse adviescommissies van de regering wilden allemaal verkenningen van de toekomst. En jij voelde je gevleid. Ik schrijf aan jou, mijn jonge ik, nu meer dan twintig jaar later, een brief op verzoek van de CPNB in het kader van het Boekenweekthema : “Jong zijn in de wereld van innovatie”.

Wat wist jij het allemaal zeker in de jaren tachtig. Jij en de andere titaantjes, want toegegeven, ook toen sprak iedereen elkaar na. Jullie wisten zeker dat kernenergie na de vreselijke ongelukken met de reactoren op Three Mile Island en in Tsjernobyl een doodlopend pad was. De prijs van ruwe olie bleef door innovatie twintig jaar lang zeer laag, precies zoals jij dat voorspelde op basis van vertrouwen in de markt. Dat was precies in overeenstemming met de colleges economie. Jammer dat jij er kennelijk even niet bij was toen het leerstuk werd behandeld dat de economische wetenschap wel naar achteren maar niet naar voren kan kijken. Zullen we zeggen dat je tijdens dat college in de kroeg zat met de economiestudenten die later bankier op Wall Street zouden worden?

Je zult versteld staan dat de prijs van ruwe olie ondanks de economische crisis zich nu al enige tijd tussen $ 80 en $ 150 per vat beweegt en dat alternatieve-energie titaantje Wouter van Dieren tegenwoordig pleitbezorger is van de bouw van nieuwe kerncentrales, zei het hele kleine. Wat moet Herman Damveld van Technisch Weekblad daarvan vinden?

Als technologieverkenner wist jij in de jaren tachtig ook zeker dat Europese industriële bedrijven de innovatiestrijd met Japan zouden verliezen. Net als andere toekomstverkenners heb je de impact van het Internet en van China gemist. Het debâcle met de gesubsidieerde kolengravers van RSV betekende voor jou het einde van industriepolitiek in Nederland. Philips zou in 1985 als going concern nul waarde hebben gehad. Logisch dat het Nederlandse industriële erfgoed in de vorm van Akzo-vezels, Fokker, Hoogovens en DAF Trucks aan de hoogste buitenlandse bieder – voor weing – van de hand werd gedaan. Het zal je verbazen, en de nodige bescheidenheid bijbrengen, te horen dat dit jaar de regering weer € 50 miljoen subsidie heeft verleend voor een herstart van Fokker. Grootvader’s Spijker heeft met € 450 miljoen subsidie het Zweedse Saab gekocht. Na dertig jaar is de Amerikaanse industrie nog steeds de meest innovatieve. Nederland handhaaft zich. En, o ja, met Japan gaat het niet zo goed, zelfs niet met het door jou zo geprezen Toyota.

Warren Buffett en risico management

In Technisch Weekblad on maandag, maart 1, 2010 at 18:53

Als je dan zo slim bent, waarom ben jij niet rijk? Dat is de vraag waarop bijna alle columnisten en andere betweters in het debat over de Kredietcrisis een antwoord schuldig moeten blijven. Zoniet Warren Buffett, sinds 1965 de president van Berkshire Hathaway. Al meer dan veertig jaar groeit de waarde van zijn investeringsfonds jaarlijks met meer dan twintig procent. Dat maakte hem één van de drie rijkste Amerikanen. Hij heeft de charmante gewoonte ieder jaar in een brief publiek verantwoording af te leggen over zijn beleid en vervolgens zonder pardon zijn mening te geven over de staat der natie.

Dit jaar legt Buffett in zijn brief de volle schuld van de kredietcrisis bij foutief risico management. Bestuurders van financiële instellingen zouden alleen die risico’s mogen nemen waarvoor zij in het geheel met hun persoonlijk vermogen verantwoordelijkheid voor nemen. Het mag nooit zo zijn als bij de grootste vier fiasco’s van de laatste twee jaar, dat aandeelhouder een verlies lijden van $ 500 miljard en de belangrijkste bestuurders, zoals Dick Fuld van Lehman Brothers en Jimmy Cayne van Bear Stearns, uit kunnen stappen met behoud van een persoonlijke winst van vele honderden miljoenen. De Europese casinobankiers zijn er persoonlijk ook niet slecht vanaf gekomen.

Alle andere factoren in de kredietcrisis zijn secundair. Buffet weigert de schuld te geven aan een noodlottige samenloop van omstandigheden, zoals we zo vaak moeten aanhoren van Nederlandse bankiers. Ook spreekt de raskapitalist niet over een gebrek aan toezicht of over een teveel aan juridische belemmeringen van de centrale bank.

Eerder legde ik (Technisch Weekblad januari 2009) de schuld aan de crisis bij het gebrek aan transparantie en de ondoorzichtige producten van Financial Engineering zoals credit- default swaps, waardoor complexe risico’s werden berekend door computermodellen zoals het VaR-model. Deze werden door talrijke beurshandelaren toegepast maar slechts door een kleine groep wiskundigen begrepen. De bestuurders van de banken delegeerden het management van de risico’s aan Risk Officers die op hun beurt vertrouwden op de sommen van Financial Engineering. Buffett is van mening dat bestuurders die met hun eigen vermogen aansprakelijk zijn, zich wel degelijk zullen vergewissen van echte risico’s achter de computermodellen. En daar valt wat voor te zeggen. Bij Berkshire is eigenaar Buffett zelf de Risk Officer.

De kern van Buffetts boodschap over risico management is, denk ik, dat het evenwicht tussen bonus en malus, tussen beloning en straf, bewaakt moet worden. Dat moet het uitgangspunt zijn van alle governance. Het maximeren van de bonus is een populistisch schijngevecht. Dat geldt niet alleen voor bankiers, maar ook voor ingenieurs die de daken van zwembaden construeren, maagdarm chirurgen en bouwers van de N/Z lijn in Amsterdam, zowel aannemers als wethouders. Maar nu eerst het financiële stelsel. De uitdaging aan Europa is om het kapitalistische principe van Buffett om te zetten in degelijke Europese regulering.

De andere kredietcrisis: Venture Capital

In Technisch Weekblad on maandag, februari 1, 2010 at 18:50

Terwijl vandaag op het Binnenhof de commissie-De Wit Nederlandse bankiers aan de tand voelde over hun roekeloze beheer van het kapitaal van ons land, mocht ik enkele straten verderop deelnemen aan een volstrekt tegengestelde bijeenkomst van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid over de financiering van innovatie. De centrale vraag daar was:” Hoe de bijdrage van de financiële sector aan de innovatiekracht van ons land te vergroten?”. De aanwezige vertegenwoordigers van financiële instellingen werden door een keur van internationale innovatiedeskundigen aan de tand gevoeld over het tekort aan innovatiekredieten in Nederland.

Laks monetair beleid en de halleluja economie hebben volgens de kenners in de Verenigde Staten geleid tot een golf van innovatie in kennisintensieve kleine bedrijven in de biotechnologie en in de ICT, naast een fatale crash in de markt voor hypotheken en complexe financiële producten. In Nederland hebben we alleen dat laatste effect gehad. Hoe kan dat?

Na eerdere golven van langdurige economische groei die gebaseerd waren op technologische innovatie in de spoorwegen en Fordistische productie van consumptiegoederen, wordt het huidige tijdperk beheerst door de brede invoering van ICT. Carlota Perez van de Cambridge Universiteit stelt, voortbouwend op de theorieën van Kondratiev en Schumpeter, dat een bijzonder kenmerk van deze technologische golf is de cruciale rol die gespeeld wordt door relatief kleine, kennisintensieve bedrijven. Ze spreekt over SKIE’s, Small Knowledge Intensive Enterprises. Deze bedrijven zijn voor hun ontwikkeling niet afhankelijk van goedkope energie en goedkope arbeid, maar van specialistische kennis en investeerders die bereid zijn daarin te investeren. Hun risicokapitaal moet ook geduldkapitaal zijn.

Het Nederlandse onderwijs scoort niet slecht in de aantallen hoogopgeleide ICT specialisten. Mede door een breed spectrum van innovatiesubsidies van de overheid is daarom het aantal ICT starters ook sterk verbeterd de laatste jaren. Maar het grote verschil met de Verenigde Staten ligt in de mogelijkheden om bij succes snel door te groeien. Daarvoor zijn veel grotere investeringen nodig dan wat beschikbaar is in de Nederlandse stimuleringsprogramma’s. In de VS heeft zich onder andere in Silicon Valley en rond Rte. 128 bij Boston een apart systeem van investeerders ontwikkeld, technisch evenzeer gespecialiseerd als financieel, die de groei van SKIE’s mogelijk maakt. Hun zekerheid is niet een machinepark, maar de aanwezige kennis in het bedrijf. Kan de AWT het onze pensioenfondsen en handelsbanken kwalijk nemen dat ze dit spel van risico financiering nog niet mee kunnen spelen? Toch kan ook hier gesproken worden van een kredietcrisis. Al luisterend fantaseerde ik vanmiddag, dat ooit een opvolger van de commissie-De Wit met hulp van Carlota Perez op het Binnenhof de opvolger van Naut Wellink bij de Nederlandse Bank aan de tand zou voelen over het onverantwoordelijke gedrag van de Nederlandse financiële instellingen door het in gebreke blijven bij de noodzakelijke investering in SKIE’s. Wat deed de toezichthouder?