Frits Prakke

Archive for the ‘Technisch Weekblad’ Category

Het gevaar van de ‘ICT FIX’

In Technisch Weekblad on zondag, juli 5, 2009 at 20:50

Het waarschuwen voor de technology fix is een klassiek thema in de kritische maatschappelijke discussie over technische innovatie. Bijvoorbeeld het verzet tegen kernenergie als snelle oplossing voor de energiecrisis. In de jaren zeventig werd in Nederland gedacht dat kernenergie op korte termijn zo goedkoop zou zijn dat we maar zo snel mogelijk het Groningse aardgas moesten uitverkopen aan het buitenland. Binnen enkele jaren zou het immers waardeloos zijn. In Duitsland werden zóveel kerncentrales gepland, en bij uitvoering zou zóveel koelwater worden geloosd, dat de Rijn volgens berekeningen van TNO-ers bij Lobith kokend ons land zou binnenstromen. De kritiek op de Technology Fix van kernenergie kwam gelukkig op tijd. In deze week van het overlijden van de voormalige minister van defensie van de VS, Robert McNamara, moet ook gememoreerd worden dat hij in 1967 de architect was van het onnozele plan een elektrisch hek te bouwen tussen Noord en Zuid Vietnam om een einde te maken aan de Vietnamoorlog.

Het gevaar van de technology fix dreigt in het bijzonder in complexe situaties met een combinatie van overenthousiaste ingenieurs en een kapitaalkrachtige opdrachtgever die niet instaat is, of bereid, zijn behoefte duidelijk te formuleren. Momenteel zijn er zoveel spectaculair falende ICT projecten bij de overheid, dat het tijd is te waarschuwen voor de ICT fix. Minister ter Horst rapporteert deze week in de luwte van de aanstaande zomervakantie aan de Tweede Kamer, dat grote ICT-projecten 527 miljoen euro duurder uitvallen dan gepland. De kosten van de 74 grote projecten zijn samen 2,2 miljard euro. Het project Toeslagen van de Belastingdienst voert de lijst aan met een overschrijding van voorlopig € 85 miljoen. Tijdoverschrijdingen van 5 en 6 jaar worden gemeld.

Acht jaar geleden schreef ik in Technisch Weekblad al eens over het door politieke twisten falende mobiele telefonie project C2000 voor politie en brandweer, dat het technisch onvolwaardig, duur en onveilig was, en gebaseerd op een toen al tien jaar verouderd platform. En dat mijn tienerdochters voor de functionaliteit en vormgeving zeker hun neus zouden ophalen. C2000 werd onlangs toch geïmplementeerd, maar faalde in februari opzichtig bij de vliegramp van Turkish Airlines op Schiphol. Gelukkig hadden de hulpverleners ook hun eigen mobieltjes bij zich.

Deskundigen twisten of de oorzaak van ICT Fix ligt bij de complexiteit van IT of bij de eigenaardigheden van de overheid. Kostenoverschrijdingen en fataal optimisme komen ook voor in de private sector. Maar het grootste nadeel van de overheid ligt in de aard van de besluitvorming. Tijd en geld zijn onvoldoende beperkend. Er is vaak sprake van strijdige doelstellingen, die om de vrede te bewaren niet uitgesproken worden. Eenvoud verliest het daardoor steeds van complexiteit. En dat is tegen de belangrijkste regel van technisch ontwerp.

Management van creatievelingen

In Technisch Weekblad on maandag, juni 15, 2009 at 22:54

De kredietcrisis leert ons dat oude technologische paden zoals schaalvergroting en intensivering van energiegebruik zijn doodgelopen. Het tijdperk van de industriële dinosaurussen die langs deze paden liepen komt ten einde. Zij zullen worden opgevolgd door zwermen van kleine ondernemingen naar het ontwerp van de eerste generatie zoogdieren die na de dinosaurussen kwamen: adaptief, creatief en Darwiniaans competitief. Ik overdrijf. Daar zullen nog wel een paar crises overheen gaan, maar duidelijk is dat de rol van kleine innovatieve bedrijven steeds belangrijker wordt om aan onze doelstellingen van werkgelegenheid en duurzaamheid te voldoen.

Wat weten we eigenlijk van het management van die kleine innovatieve bedrijven, waar we zoveel van verwachten? Het zijn de ontwerpbureaus, Internetbedrijfjes, geprivatiseerde R&D instituten, video game ontwerpers (2000 in Nederland volgens de laatste telling!), ontwikkelaars van software, ingenieursbureaus, en soms de als business unit opererende R&D-afdelingen van grote industriële ondernemingen.

Traditionele managementpraktijken zijn gebaseerd op verticale organisaties en zeggen ons niet zoveel over de organisatie van teams van creatievelingen. Wel lijkt het duidelijk dat in creatieve teams juist de horizontale structuur van groot belang is. Dat betekent motivatie en de interactie in het team. Will Wright, succesvol video game entrepreneur, zegt in de New York Times deze week daarover het volgende. Creatievelingen worden niet door hun functie of positie in de organisatie gemotiveerd, maar door hun interne aspiraties, hun eigen verborgen identiteit en passie. Het is de taak van de manager die te ontdekken en te stimuleren. Jaarlijkse functioneringsgesprekken zijn daarvoor onvoldoende. Passie voor het werk is een wonderbaarlijke vermeerderaar van alle prestaties. Diversiteit van rollen is van belang voor de interactie. Teamleden kunnen bijdragen als lijm (glue) of als oplosmiddel (solvent). Lijm is nodig om de communicatie in stand te houden en teamgenoten te motiveren. Oplosmiddelen zijn vaak irritant. Ze zoeken het conflict op, maar dat is even belangrijk voor succes als hun technische competentie. Denk aan Johan Cruijff in een lastige wedstrijd.

Naast de motivatie en de interactie in een creatief team is adaptatie, het leren van fouten, van groot belang. Will Wright benadrukt dat een team meer leert van mislukkingen dan van successen. In tegenstelling tot verticale organisaties moeten hier mislukkingen gevierd kunnen worden. (Zo is er een Nederlands IT bedrijf dat jaarlijks op feestelijke wijze de P.B.S. bokaal uitreikt aan de medewerker die in een project de meest exorbitante fout heeft gemaakt. P.B.S. staat voor plat-op-de-bek-smak.) De nadruk op het bestraffen van fouten vermindert het leervermogen van traditionele verticale organisaties.

Adaptief vermogen is het belangrijkste verschil tussen de dinosaurussen en de kleine zoogdieren van 70 miljoen jaar geleden. Het adaptieve en competitieve vermogen van kleine innovatieve bedrijven is nu onze beste hoop op een duurzame economische en ecologische toekomst. Geef de creatievelingen een kans.

Ingenieurs en psychologie – ‘Training’ psychologie is geen verbreding

In Technisch Weekblad on dinsdag, mei 19, 2009 at 22:58

Technisch Weekblad signaleerde vorige week de opmerkelijke populariteit van de postacademische trainingen in psychologische en sociale vaardigheden van het KiviNiria Center of Excellence. Enige kritische kanttekeningen worden daarbij door Christian Jongeneel geplaatst bij de onderdelen neurolinguïstisch programmeren, in Nederland vooral bekend van Emile Ratelband. Cursisten worden in groepsverband geleerd een positiever beeld van zichzelf te hebben.

Maar waar het mij hier vooral om gaat is de moeite die het reguliere hoger onderwijs, al of niet technisch, heeft met het inpassen, in een vierjarige studie, van leerstof die niet is gebaseerd op het wetenschappelijke en professionele paradigma van de gekozen discipline. Dit is een manco dat evenzeer geldt voor werktuigbouw en chemie als voor rechten, medicijnen en economie. Vier jaar hoger onderwijs betekent daarom vaak meer een intellectuele verenging dan een verbreding.

In Nederland zien we onder studenten die het gemis voelen vaak een behoefte aan extra afstudeervakken zoals filosofie, sociale psychologie of marketing. Dat is meestal een soort vreemdgaan. Amerikaanse universiteiten lijken mij door de latere specialisering en het rijkere aanbod van keuzevakken hier een voorsprong te hebben. Het meest populaire keuzevak aan Harvard University dit jaar is Positive Psychology met 855 studenten, dat is zelfs meer dan Economics 101 (669 studenten). Op meer dan 100 andere Amerikaanse universiteiten wordt een vergelijkbare series van colleges aangeboden.

How-to en self-help worden niet geschuwd. Halverwege een college dimmen de lichten. Professor Ben-Shahar vraagt de studenten een aantal minuten te mediteren, met volledige aandacht voor hun ademhaling en ontspanning van het lichaam. Doel van het vak is “the creation of a fulfilling and flourishing life”. Ik kan dat in alle ernst niet vertalen. In totaal zijn 1.400 Harvard studenten, ongeveer een vijfde van alle undergraduates, ingeschreven in de colleges van Ben-Shahar.

Belangrijk is dat Positive Psychology als een volwaardig academisch vak wordt gegeven. De verplichte literatuur is veeleisend en bestaat uit toonaangevend wetenschappelijk onderzoek. Kritische reflectie is een integraal onderdeel van de leerstof. De eisen aan experimenteerwerk en scripties zijn hoog.

Ik verwacht dat dit ook geldt als vergelijkbare vakken worden gegeven aan faculteiten Psychologie in Nederland. Ook een wetenschappelijke behandeling van neurolinguïstische programmering is niet ondenkbaar.

Het probleem ontstaat als het vak psychologie in snippers van enkele dagen als training wordt gepresenteerd aan ingenieurs ter compensatie van een ontbrekende bredere, voorafgaande academische vorming. Zoals de Engelse technologiefilosoof Mike Cooley mij ooit bezwoer, ‘…. education is for humans, training is for dogs.” Dit soort cursussen psychologie leiden niet tot de intellectuele verbreding die ingenieurs zoeken. De deur staat dan open naar dubieuze uitbuiters zoals de Scientology and Landmark organisaties. Voor het Nederlandse Hoger Onderwijs in zijn geheel ligt de oplossing, lijkt me, in een minder rigoureuze vroegtijdige specialisatie gepaard aan een bredere wetenschappelijke vorming.

Negatieve visie uit angst voor populisme

In Technisch Weekblad on zondag, mei 10, 2009 at 22:56

De campagne voor de verkiezingen in juni voor het Europese Parlement kenmerkt zich door nietszeggende debatten. De PVV permitteert zich meestal niet eens te verschijnen. Andere partijen verzanden al snel in een provinciaal gekissebis. Het is beschamend. Iedere positieve visie ontbreekt.

En dit allemaal terwijl de EU zo ver is gekomen op haar weg naar de na-oorlogse droom van een verenigd Europa. Middelgrote Nederlandse bedrijven exporteren steeds meer door het opheffen van handelsbelemmeringen. Wij profiteren van betere producten uit het buitenland. Duits bier en Franse rosé wijn worden goedkoper door het opruimen van middeleeuwse regelgeving die slechts de fabrikanten diende. Deze weekt legt de Europese Commissie de Amerikaanse chipsfabrikant Intel een boete op van meer dan een miljard dollar wegens concurrentievervalsing. De nieuwe Opteron chip van AMD werd door Intel op illegale wijze uit de markt geweerd. Al eerder kreeg Microsoft een boete van meer dan een miljard dollar. Niemand ontkent dat de huidige kredietcrisis rampzalig zou zijn geweest voor Europa zonder de Monetaire Unie en de Euro.

Door gebrek aan visie onder de kandidaten voor het Europees Parlement was het deze week in een door het Algemeen Dagblad georganiseerd debat prijsschieten op de grote aantallen Europese ambtenaren. Uit arren moede moest Europees Commissaris Neelie Kroes de verdediging op zich nemen. Ze stelde dat de EU niet meer ambtenaren telt dan een middelgrote stad in Nederland. Uit eigen ervaring als externe adviseur in programma’s van de EU voor R&D en voor regionale ontwikkeling weet ik dat de kwaliteit zeker niet minder is dan die van de ambtenaren van de lidstaten.

Opmerkelijk is dat VVD kandidaat Hans van Balen, partijgenoot van Kroes, haar niet bijvalt. Zijn gezichtsveld wordt getekend door zijn voorstel te gaan onderhandelen met Brussel over een nieuwe korting van een miljard euro op de Nederlandse EU-bijdrage. De visie van CDA, PvdA, VVD en CU in het debat beperkt zich verder tot het bevorderen van eigen nationale regels en een rem op de uitbreiding van de EU. De angst voor het populisme wint het bij alle politici van enige positieve visie op Europa.

Maar er is nog zo veel te doen. Bijvoorbeeld, deregulering voor het MKB. De interne markt is nog lang niet af. Volgens onderzoek scoort Europa vergeleken met de VS om die reden laag in de snelheid van de geografische diffusie van technologische innovaties. Een klein bedrijf met een succesvol nieuw product in Helmond kan slechts met grote vertraging vestigingen openen in Toulouse en Innsbruck.

Ook zouden de kandidaten zich meer uit kunnen spreken over de bestuurlijke deregulering met een visie van minder is meer. Één parlementsgebouw lijkt me bijvoorbeeld beter dan twee. Wèg met het Acquis Communautaire met zijn detailregelgeving voor heel Europa. Althans, daar zou ik een visie op verwachten in een debat over Europa.

Schaalgrootte als boze heks van de crisis

In Technisch Weekblad on maandag, april 6, 2009 at 20:22

Zelfs een oppervlakkige studie van de geschiedenis van economische crises leert dat ze onvermijdelijk zijn en nuttig. Momenteel zitten we met een echte structurele crisis, niet een tijdelijke dip in de financiële sector zoals de regering eerst dacht. We hebben strategische fouten gemaakt.

Een structurele crisis markeert doorgaans het einde van een langere periode van economische groei gedragen door fundamentele technologische trajecten zoals, in het verleden, de opkomst van de spoorwegen, elektrificatie, de PC en fabrieksautomatisering. Complementair aan technologische trajecten zijn economische en culturele strategieën, bijvoorbeeld algemeen onderwijs, verstedelijking, vooruitgangsgeloof, grootschaligheidgeloof, globalisering en ondernemerschap. Deze strategieën zijn vaak ideologisch in de zin dat er een taboe rust op twijfel.

Hoe langer en sterker de groei, hoe dieper de crisis of depressie die erop volgt. Dat is onvermijdelijk. We worden gedwongen verouderde strategieën af te zweren. Taboes kunnen worden doorbroken. Echte innovatie krijgt een kans. Daarin ligt het nut van de crisis, vooral een echte zware. Bedenk dat in de malaise in het midden van de jaren 70, tussen twee diepe energie crises en op een cultureel en politiek dieptepunt (respectievelijk Abba en Watergate), in de VS Microsoft en Apple zijn ontstaan. Dat zijn voorbeelden van nieuwe technologie èn nieuwe strategieën.

Is er in Nederland zicht op verandering? In de acties van de regering zie ik alleen een begin van reparaties van misstanden in de financiële sector, geen nieuwe strategie. Vervolgens is er een crisispakket waarin, koste wat kost, bestaande partijen, met hun oude strategieën, te vriend worden gehouden. Taboes blijven taboes.

Als de historici over een halve eeuw terugkijken naar de crisis van 2009, dan zullen ze vooral verbaasd zijn dat er niet eerder is afgerekend met de strategie van de grootschaligheid. In de industrie is aan dit technologisch traject na 60 jaar Fordisme al in de jaren tachtig een eind gekomen. Toen werd de traditionele lopende band onder druk van Japanse concurrentie verdrongen door flexibele automatisering. RS Verolme ging failliet en de toekomst was aan het flexibele Damen Shipyards. PC’s en Internet verhoogden overal de productiviteit van kleinschalige bedrijven. Maar in overheidsorganisaties bleef grootschaligheid overeind als ideologie; zo ook in het onderwijs en in de gezondheidzorg. Vaak heb ik daar gezien dat voorstellen voor schaalverkleining onbesproken van tafel werden geveegd. Wie nu naar een ziekenhuis gaat, krijgt de indruk een kathedraal binnen te lopen. Eindeloze rondes van bezuinigingen en fusies volgen elkaar op, maar van productiviteitsstijging is geen sprake.

Schaalgrootte waart ook als een boze heks door de financiële wereld. Jeroen Smit beschrijft in De Prooi de komisch over elkaar heen buitelende Raad van Bestuur van de ABN-AMRO die het op geen enkel punt met elkaar eens kunnen worden behalve de noodzaak van schaalgrootte. En daar gaan ze dan eind 2007 aan kapot. Een jaar later begint de ernstigste crisis sinds 1932.

Bonussen voor Betas

In Technisch Weekblad on maandag, maart 9, 2009 at 20:17

Sinds jaar en dag hebben onze regering en de industrie geprobeerd door middel van campagnes zoals Kies Exact studenten over te halen voor bètafaculteiten te kiezen. Jarenlang, zolang de hoogconjunctuur voortduurde, heeft dat in Nederland, evenals in andere industrielanden, nauwelijks iets opgeleverd. In 2007/2008 is eindelijk een ommekeer opgetreden. Inmiddels is het economische tij ook gekeerd. Sterk toegenomen aantallen bètastudenten zullen binnenkort afstuderen midden in de diepste depressie sinds de jaren dertig. Zoek het verband.

In deze donkere economische dagen, waarin geen nieuwsuitzending voorbijgaat zonder berichten over falende banken, wegglijdende beurskoersen en ontslagrondes, is het goed weer eens te kijken naar de lange termijn analyses van Nikolai Kondratiev (1892-1938). Hij beweerde dat de economische conjunctuur onderhevig is aan cycli van 50 tot 60 jaar. Op het dieptepunt van de cyclus ontstaan nieuwe technologische en demografische ontwikkelingen, keerpunten, die de grondslag vormen voor een aantal decennia van productiviteitsgroei, optimisme en nieuwe welvaart. De opkomst van de spoorwegen en van de automobielindustrie zijn historische voorbeelden van keerpunten. De ingenieurs die deze bedrijfstakken schiepen waren de nieuwe rijken van hun tijd.

In de klassieke film “The Graduate” (1967) krijgt acteur Dustin Hoffman als pas afgestudeerde met een wereld van mogelijkheden aan zijn voeten, carrièreadvies van de geslaagde zakenman, Mr. Robinson. “Plastics, young man” luidt zijn goede raad. Één van de dingen die Mr. Robinson ook niet wist was dat de kunststofindustrie onderdeel was van een complex van verouderende technologieën, verbonden aan een neerwaartse fase van de Kondratiev cyclus in de jaren zeventig.

Een beter carrièreadvies zou toen zijn geweest: “Finance, young man”. Recent onderzoek heeft aangetoond dat in de VS tussen 1980 en 2007 het aandeel van deze bedrijfstak in alle ondernemingswinsten is toegenomen van 19 tot 30 procent. Het gemiddelde salaris in de bank- en verzekeringssector is sinds 1980 gegroeid van 100 % tot 170% van het gemiddelde voor alle industrie. De bonussen voor bankiers, die nu weer zo worden betreurd, hadden een grote aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt. Volgens een onderzoek van Harvard economen over de studenten van Amerikaanse topuniversiteiten, verdriedubbelde het percentage afgestudeerden dat koos voor een loopbaan in het bank- en verzekeringswezen van 5 procent in 1970 tot 15 procent in 1990. Deze stijging ging en gaat ten koste van de andere beroepen zoals medicijnen, rechten en techniek. Hoewel cijfers mij ontbreken, lijken de ontwikkelingen in Europa niet anders te zijn geweest. De nieuwe rijken van de meest recente Kondratiev cyclus, inmiddels al weer verleden tijd, zaten in de financiële sector. Zelfs de Internet IPO’s hebben meer bankiers rijk gemaakt dan ingenieurs. Al die campagnes “Kies Exact” waren absoluut kansloos. De studenten gaan niet af op PR voor eerstejaars maar op de bonussen voor afgestudeerden. Weten al die nieuwe bètastudenten van 2008 meer dan wij en brengt de volgende Kondratievcyclus hun de bonussen?

Hoe de vrouw verdween uit de informatica

In Technisch Weekblad on maandag, februari 9, 2009 at 20:18

Een van de graadmeters van voortschrijdende beschaving in Nederland is de participatie van vrouwen in het Hoger Onderwijs. In mannenbolwerken zoals de faculteiten Rechten, Psychologie en Medicijnen hebben de heren hoogleraren – ja, nog steeds in overgrote meerderheid heren – het percentage meisjesstudenten in de collegebanken de afgelopen jaren zien stijgen tot boven de vijftig. Ook aan technische faculteiten zoals Bouwkunde, Scheikunde, en Civiele Techniek is het vrouwelijk aandeel tegenwoordig aanzienlijk. Binnen een kwart eeuw heeft zich hier een revolutie voorgedaan. Het is daarom opmerkelijk dat het vak Informatica, dat in de jaren tachtig nog een relatief hoog percentage vrouwen had, inmiddels is afgezakt tot een vrouwonvriendelijke opleiding, zowel in getal als in imago. De slimme meid is op haar toekomst voorbereid, maar buiten de ICT sector.

In de geschiedenis van de emancipatie van vrouwen is de positie van IT, of Computer Science, uitzonderlijk en wisselend. Voor de eerste computer na de oorlog, de ENIAC (1946) van de Amerikaanse Navy, werd nagenoeg al het programmeren gedaan door vrouwen. Volgens historisch onderzoek van Adrienne van den Bogaard aan de TU Delft, werkten in 1952 vooral grote aantallen vrouwen aan de allereerste Nederlandse computers, de ARRA I en II van het Mathematisch Centrum in Amsterdam. Programmeren was uiterst secuur werk. Maar mannen waren de baas. Niet één van die vrouwen bleef voor een loopbaan in computers.

Midden jaren tachtig keken we jaloers naar de VS, waar 38 % procent van de Bachelor Informatica (vooral administratieve automatisering) studenten een vrouw was. Nederland bungelde onderaan in Europa. Informatica faculteiten die bij visitaties op hun feilen werden gewezen beloofden beterschap. In het HBO Informatica onderwijs werden video, communicatie, website design en textiele ontwerpen (CAD) opgenomen in het vakkenpakket. De opkomende, exclusief mannelijke, cultuur van action gaming werd gezien als barrière voor vrouwen. Tevergeefse pogingen werden gedaan om computerspelletjes apart voor meisjes te ontwikkelen.

De aanmeldingscijfers voor vrouwen stegen licht, maar bleven in tegenstelling tot de ontwikkeling in andere vakken zeer laag. Achteraf bleek ook in Amerika 1985 een hoogtepunt te zijn geweest. De Bachelor of Science cijfers liggen daar nu op rond de 20 % meisjesstudenten, en voor topopleidingen Informatica aanzienlijk lager, tot onder de 10 %. We moeten concluderen dat in allerlei Hi-tech vakken zoals de chemie en civiele techniek vrouwen steeds meer met computers werken, behalve in de informatica.

Hoe concurrerend is de Nederlandse ICT sector? En hoe zelfscheppend? Niet erg. Met uitzondering van enkele niches, lijken onze belangrijkste bedrijven sterk afhankelijk van technologische impulsen uit het buitenland. De ICT opleidingen moeten minder introvert zijn en een leidende rol opeisen. Iedere vijftien jaar vernieuwt de ICT zich en zijn er nieuwe kansen. Het aantrekken van vrouwelijk talent lijkt mij daarbij een prima graadmeter van succes in de volgende ronde.

Financial engineering in verdachtenbank

In Technisch Weekblad on maandag, januari 12, 2009 at 20:20

Er is nog geen uitsluitsel over de voornaamste schuldige aan de huidige kredietcrisis, maar een belangrijke verdachte is Financial Engineering. Of persoonlijker, de Financial Engineer. In Nederland, een land waar sinds jaren iedere president-directeur Chief Executive Officer wil heten, is er geen equivalent in de eigen taal.

Wat betekent deze verdachtmaking van Engineering? Hebben we hier te maken met een loze aanval op de reputatie van het aloude ingenieursvak? Of schuilt hier een nuttige les voor degenen die in hun opleiding hebben geleerd dat, ‘meten is weten’? Financial Engineering is een uiterst specialistisch vakgebied, een mengeling van statistiek, wiskunde en informatica, waarvan de beoefenaren – vaker econoom of wiskundige dan ingenieur – werken in stafafdelingen van banken of adviesbureaus. Het onderdeel Risk Engineering is ook in Nederland bij studenten een populair keuzevak. Deze specialisten hebben niet alleen de zeer complexe financiële producten ontwikkeld die een centrale rol hebben gespeeld in de kredietcrisis, maar ook de risicomodellen die de veiligheid moesten garanderen.

Credit-default swaps, contracten tussen banken, hedge funds en andere instellingen, werden ooit ontwikkeld om conservatieve investeerders extra zekerheid te bieden. Vervolgens werden deze derivaten door de bazen van de Financial Engineers, de brokers, verhandeld om allerhande leeninstrumenten te verzekeren, waaronder steeds meer riskante hypotheken. Omdat deze contracten niet zoals andere waardepapieren op publieke beurzen worden verhandeld, is de waardering ondoorzichtig en worden de effecten van prijsfluctuaties onvoorspelbaar. De totale boekwaarde van de markt van credit-default swaps is inmiddels gestegen naar een geschatte $ 55 biljoen (meer dan zeventig keer zo groot als het reddingsplan van $ 750 miljard van de Amerikaanse Senaat). De eerste nuttige les is dus dat ingewikkelde engineering producten, zoals swaps, in de handen van naïeve brokers onder toezicht van luie managers in korte tijd tot een ramp kunnen leiden. Dat moet bekend klinken.

Om rampen vroegtijdig te onderkennen zijn door de Financial Engineers risicomodellen gemaakt. Zeer populair vanaf de jaren negentig was het VaR-model, Value at Risk. Zeer geraffineerd, zeer compleet, breed toepasbaar en vooral makkelijk in het gebruik. Een avondcursus beursmakelaar was voldoende om van iedere transactie in simpele dollars het risico te kunnen bepalen en zonodig tegenover de baas en zelfs tegenover de toezichthouders van de SEC te verantwoorden. Door automatisering werd het menselijk oordeel steeds meer naar de marge geduwd. Achteraf bleek dat het model VaR goed werkte bij normale risico’s, maar niet bij grote fluctuaties zoals een daling van meer dan 20 % in huizenprijzen, of een serieuze economische depressie. Op de korte termijn werd iedereen rijk en bij vele banken nam tot op het hoogste niveau niemand verantwoordelijkheid voor het geheel. De tweede nuttige les is dat risico’s nooit op louter technische gronden kunnen worden ‘weggecijferd’. Niet het meten, maar de mens is de uiteindelijke maatstaf. Maar dat hebben wijze ingenieurs altijd al geweten.

Een beroepseed voor bankiers en ingenieurs

In Technisch Weekblad on maandag, december 1, 2008 at 18:54

Het aangrijpende verhaal van Henk Tolsma in Technisch Weekblad vorige week over de schuldbewuste ingenieur Walter G., die door een rechtbank in Duitsland is veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, heeft mij aan het denken gezet. Hij had de dragend spanten van een ijshal bij de bouw in 1973 niet goed berekend. Bij een zware sneeuwstorm in 2006 kwam het dak naar beneden waardoor 15 mensen omkwamen. De evenzeer betrokken en inmiddels eveneens bejaarde architect en inspecteur gingen vrijuit.

Is dat recht? Heeft dat zin? Daar moet toch meer aan te doen zijn dan na meer dan dertig jaar een enkele bejaarde als zondebok aan te wijzen. In onze hoogspecialistische techno-samenleving komen fatale fouten in de beroepsuitoefening steeds vaker voor. Jaarlijks overlijden in Nederland enige duizenden patiënten door vermijdbare medische fouten. Chirurgen gebruiken OK’s ondanks evidente besmettingsgevaren. Want de bezettingsgraad is heilig. Ingenieurs in Den Haag en Amsterdam kunnen geen diepe tunnels bouwen zonder dramatische lekkages. Goedkoop wint van goed. Grootschalige onderwijsvernieuwingen hebben de status van het beroep uitgehold. Leraren voelen zich geknecht en gaan zich ernaar gedragen. Bankiers, vroeger een beroep met status, gaan jarenlang door met het verkopen van financiële producten die honderden miljoenen euro’s verlies opleveren. Als het mis gaat moeten ze toegeven dat eigenlijk niemand het meer begreep.

De beroepen worden vermalen tussen twee elkaar beconcurrerende regulerende mechanismen, enerzijds de wet en regelgeving van de overheid en anderzijds de vrije markt. We vergeten dat een derde regulerend mechanisme mogelijk en wenselijk is, namelijk dat van het beroep. Kern van een dergelijk mechanisme is de verantwoordingsverhouding. Aan wie wordt voor een geleverde prestatie verantwoording afgelegd? De systeemingenieur zou zeggen: aan wie wordt er teruggekoppeld? Dat kan aan de ambtenaren en rechtbanken van de staat op basis van wet en regelgeving. (Zoals de arme Walter G..) Dat kan aan managers in de markt op basis van winstmaximalisering. Maar dat kan ook aan de eigen beroepsgroep op basis van daarin vastgelegde protocollen en waarden.

De beroepen zullen hun rol als derde regulerend mechanisme moeten bevechten. Daarvoor moet een daadwerkelijke kwaliteitscontrole tot stand gebracht worden die bovendien voldoet aan de hoogste eisen van transparantie en democratische controle. Met uitzondering van de transparantie kunnen de accountants en medische specialisten voorlopig als voorbeeld dienen. Maar ingenieurs, leraren en zelfs bankiers hebben langs deze weg ook veel te winnen, voor zichzelf en voor de samenleving.
De middelen die een beroepsgroep heeft om de taak van regulerend mechanisme in de praktijk waar te maken zijn bijvoorbeeld het leerlingenstelsel, de beroepsopleiding, certificering, de beroepseed, nascholing, visitaties, benoemingscommissies en tuchtcolleges. Globalisering en Internet maken de hiervoor vereiste informatiestromen mogelijk. Voor wie dit allemaal teveel lijkt op de middeleeuwse gilden, bedenk dat de grote Kathedralen ooit werden gebouwd door meester-metselaars, zonder noemenswaardige aanwijzingen van de staat, de markt, of zelfs van bouwtekeningen.

Kuifje in Innovatieland

In Technisch Weekblad on zondag, november 16, 2008 at 18:03

Een vaste waarde van de Nederlandse poldercultuur is dat belangrijke politieke besluitvorming achter dichte deuren plaatsvindt. En dat blijft zo. Daarom is er bij ons geen parlementaire discussie toegestaan over Irak. Wij kennen jammer genoeg ook geen traditie van politieke autobiografieën, zoals in de meeste volwassen democratieën. Daarom is het boek van Frans Nauta, Innoveren in het Centrum van de Macht, toe te juichen. Het is een openhartig verslag van zijn ervaring van 2003 tot 2005 als secretaris van het nationale Innovatie Platform (IP) onder het voorzitterschap van premier Balkenende.

Het boek leest als Kuifje in Innovatieland, spannend en brutaal. Het is niet politiek correct. Het is leerzaam. Maar het is on-Nederlands. Het is dan ook niet verwonderlijk dat op de dag na het verschijnen van het boek CDA-minister Maria van der Hoeven in de Tweede Kamer de kritiek van Nauta op het IP louter toeschrijft aan zijn “gekwetste gevoelens”. Tegenover een sceptische oppositie verdedigt ze het bestaansrecht van het inmiddels vijf jaar oude en versleten instituut.

Het Innovatie Platform is bij lange na niet het eerste nationale plan om technologische en economische vernieuwing te stimuleren. Zo adviseerde een commissie van deskundigen reeds in 1928 tot de oprichting (in 1934) van TNO. In 1980 presenteerde de regering de Innovatienota aan de Tweede Kamer, resultaat van twee jaar onderzoek en intensief overleg tussen de ministeries van Economische Zaken en Onderwijs en Wetenschappen. Ik mocht daarvoor als deskundige in zes verschillende landen interviews doen met industriëlen. Zo konden we in zes landen de innovatiesystemen vergelijken. Nooit vergeet ik de Akzo researchdirecteur die mij beleefd te woord stond, maar eigenlijk niet wilde vertellen wat de regering moest doen om innovatie te bevorderen. Ik voorspel je, zei hij, dat die andere vijf regeringen jouw rapport goed zullen lezen en hun eigen bedrijven effectief gaan helpen. Maar de Nederlandse regering zal nooit tot daden komen. Het eindresultaat zal slechts zijn dat Akzo in vijf landen sterkere concurrenten krijgt.

Het lijkt wel zeker dat Frans Nauta of zijn projectteam nooit zes landen heeft bezocht om daar te leren van hun nationale systemen van innovatie. Hij komt in 2003 naar Den Haag met cijfers over de dalende Nederlandse bestedingen aan technologisch onderzoek, aangevuld met de ervaring van een week in Finland, zijn grote voorbeeld. Hij is verbaasd als dit weinig indruk maakt op de tientallen deskundigen op de betrokken ministeries en bij de universiteiten. Als een eigenwijze, naïeve Kuifje trekt hij ten strijde tegen deze IJzeren Ring, die, ieder voor zich, allereerst belang heeft bij de eigen departementale begroting. Het is wel kostelijk om te lezen.

Nauta zou, ook zonder technisch-economische achtergrond, als politicoloog geschoold moeten zijn als ‘change agent’. Hij zou moeten weten dat het in de polder beter is je niet op te stellen als een brutale Kuifje, maar als de uiterst voorkomende en slimme Tom Poes.