Frits Prakke

Archive for the ‘Technisch Weekblad’ Category

Verzin 10.000 listen, Tom Poes

In Technisch Weekblad on maandag, november 20, 2000 at 20:28

De ware steen der wijzen is niet de geniale oplossingen, maar de manier om geniale oplossingen te bedenken. Het denken daarover verschilt naar plaats en tijd. Ingenieurs, bijvoorbeeld, spreken over ”Methodisch Ontwerpen’’. Vroeger geloofden de mensen vrij algemeen in goddelijke inspiratie of genade als bron van ingevingen. Litteratoren hebben hun rode wijn. Heer Bommel roept in geval van nood: “Tom Poes, verzin een list!” Iedere wetenschap kent zijn methodologie, die zich per generatie vernieuwt.

Hoe ontwerpen we een betere Dieselmotor? Inzichten over methodologie komen niet alleen tot stand door verschillen in discipline, cultuur of generatie, maar ook door technische ontwikkelingen. Denk maar aan de microscoop. Volgens de New York Times van19 september maken ingenieurs aan de universiteit van Wisconsin gebruik van supercomputers om door middel van zeer grote aantallen simulaties te komen tot een sterk verbeterd ontwerp van de dieselmotor. De Silicon Graphics Origin 2000 en geavanceerde genetisch algoritmen stellen het Wisconsin team van Dr. Rolf Reiz in staat met hun ontwerpmethodologie de natuur na te bootsen.

Zeer grote aantallen verschillende ontwerpen moeten, net als verschillende mutaties in de natuur, tegen elkaar concurreren op doelvariabelen zoals brandstofverbruik en roet- en nitraatuitstoot. De winnende ontwerpen gaan door voor een volgende ronde van variatie en natuurlijke selectie.

In plaats van aan de genen, vindt bij het onderzoek aan de dieselmotor de variatie plaats aan de parameters van het ontwerp van de dieselmotor, zoals de hoeveelheid brandstof die wordt ingespoten, het tijdstip van de inspuiting en de cilinderdruk. Zonder enige kosten voor de bouw van een prototype werd aldus een ontwerp gemaakt voor een dieselmotor die 15 % minder brandstof gebruikt en een derde minder stikstofoxide en 50 % minder roet uitstoot..

Het resultaat is nog niet een compleet nieuw ontwerp, maar wel de richting waarin een nieuw ontwerp zou moeten gaan. De simulaties hebben aangetoond dat er veel winst valt te behalen door de brandstof in meerdere, zeer kleine hoeveelheden uit te sproeien in plaats van een enkele hoeveelheid per cyclus. De beperking van deze ontwerpmethode ligt in de capaciteit van de gebruikte supercomputer. Deze moest nu nog twee weken continue draaien om tot een optimale configuratie van een klein aantal motorparameters te komen. Dat zal in de toekomst alleen maar versnellen, zodat dan het aantal mutaties kan toenemen.

De lessen die we kunnen trekken uit dit voorbeeld betreffen niet in de eerste plaats het ontwerp van dieselmotoren. Ik beken graag dat ik daar weinig van weet. Het gaat erom dat in de huidige tijd de manier waarop we moeten zoeken naar nieuwe kennis – de listen van Tom Poes – door toedoen van de computer geheel anders is dan vroeger. Het eenmalige geniale idee is minder belangrijk geworden, evenals de goddelijke genade. Het zwaartepunt ligt tegenwoordig veel meer bij de herhaaldelijke toetsing van opvolgende ontwerpen aan de gestelde eisen. Dat is ook de strategie van succesvolle Internet ondernemers. Deze gooien hun aanbiedingen direct op hun website, om pas later, aan de hand van reacties van gebruikers, de parameters van hun product te verbeteren. Het gaat niet om de genetische algoritmen en supercomputers uit het voorbeeld van de dieselmotor. Het gaat erom dat de ontwerpfase veel korter wordt, en de latere toetsing en aanpassing belangrijker. Dit is misschien ook wel het nieuwe paradigma voor een lange reeks van wetenschappen van scheikunde tot economie, bestuurskunde en psychologie. Anno 2000 moet Tom Poes niet. één, maar 10.000 listen bedenken. De computersimulaties, of de praktijk, wijzen dan wel uit welke de beste is. Ontwerpmethodologie is gegaan van goddelijke genade naar giga-computer.

Universiteiten moeten concurreren

In Technisch Weekblad on zondag, september 17, 2000 at 20:26

Het plan van minister Hermans om door de invoering van Bachelors en Masters opleidingen in Nederland het succes van de beste Amerikaanse universiteiten te evenaren is gedoemd. Dat blijft “kurieren an Symptom”. Het hoger onderwijs in Nederland is en blijft een grote overheidsbureaucratie. Het Amerikaanse systeem is een markt, ook al speelt de overheid als marktmeester een belangrijke rol. Regelmatig wordt ik daaraan herinnerd door de post die ik als reünist krijg van M.I.T., de Amerikaanse universiteit waar ik ooit drie zeer plezierig jaren doorbracht. Die post is soms een brief van de President met een verzoek om geld, soms een brief van de dekaan van mijn oude faculteit met een enthousiast verhaal over nieuwe onderwijsprogramma’s of aanstellingen, soms een glossy tijdschrift. Maar altijd is de boodschap dezelfde. Zij zijn bezig het universitaire product te verbeteren en ze gaan de concurrentie aan met Harvard, Berkley en Chicago. Bovenal zien ze mij als gewaardeerde cliënt. De Nederlandse universiteiten daarentegen kijken in de beste bureaucratische traditie, zoals onlangs bij de opening van het academisch jaar, vooral naar hun minister als begrotingsbaas. De Amerikaanse topuniversiteiten kijken naar hun cliënten op diverse markten. Naast de reünisten zijn dat de potentiële studenten, talentvolle onderzoekers, donateurs, en zakelijke partners. Het product is steeds toponderwijs en toponderzoek. Zo krijgt M.I.T. dit jaar van Patrick J. McGovern, een zeer rijke uitgever, $ 350 miljoen voor een nieuw instituut voor hersenonderzoek met 300 medewerkers. Zes andere universiteiten hebben serieus meegedongen naar deze prijs, maar M.I.T. kwam met het beste plan. De Engelse regering betaalt M.I.T. dit jaar $ 135 miljoen om een research joint venture op te zetten met de eigen Universiteit van Cambridge.

Op vergelijkbare manier stellen Amerikaanse topuniversiteiten zich op in de markt voor studenten voor hun Bachelors en Masters opleidingen. Het product is dan toponderwijs, met de kans je academisch te onderscheiden en goede loopbaanperspectieven. De gemiddelde M.I.T. engineering graduate verdiende vorig jaar in zijn eerste baan $ 84.000, lees ik in mijn maandelijkse reünistenbrief. Dank u. Evenzeer concurreren studenten om toelating. Voor een Nederlandse student betekent een 6-min voor een hoofdvak feest. Voor de Amerikaanse Bachelors student betekent zo’n cijfer het einde van zijn kans op toelating tot een goede Masters opleiding. Stel daartegenover de verzekering die minister Hermans geeft, dat zijn plannen er niet toe zullen leiden dat enig student met een bachelors graad toegang tot het Masters programma kan worden geweigerd. Concurrentie is taboe. Het resultaat is dat Nederlandse universiteiten in de markt voor studenten zich nog steeds niet op de kwaliteit van het onderwijs kunnen onderscheiden. De potentiële student wordt benaderd met genante advertenties van Universiteit A met de nadruk op bier en van Universiteit B met disco.

De afgelopen tien jaar is met veel inzet gesleuteld aan de Nederlandse universiteiten, met name efficiency maatregelen en de omvang van het onderzoek. Prima. Nu wordt er hard gewerkt aan de studeerbaarheid. Maar dat blijft opsmuk aan een in wezen introvert, star en bureaucratisch systeem. De getroffen maatregelen doen me denken aan de pogingen van Leonid Brezhnev in de jaren zeventig om de zieltogende Sovjet economie productiever te maken door Westerse management technieken in te voeren zoals prestatiebeloning en marketing. Zonder echte marktwerking werd dat een fiasco.

De noodzakelijke volgende stap voor de Nederlandse universiteiten is de invoering van veel grotere zelfstandigheid en de daarmee verbonden echte concurrentie. Het hoger in Hoger Onderwijs kan alleen dan worden waargemaakt. Dat hoeft geen Big Bang te zijn, als de richting maar overduidelijk is. In ieder geval is het niet voldoende om een paar Amerikaanse termen in te voeren.

Te weinig globalisering van technologie

In Technisch Weekblad on zaterdag, juni 24, 2000 at 20:22

Als 58 Fujian-Chinezen in een tomatencontainer de dood vinden bij een wanhopige poging naar het rijke westen te komen is dat meer dan een menselijk drama. Je hart stokt als het verhaal van de wanhoop van hun laatste uren tot je doordringt. Je hoofd weet dat ieder jaar duizenden op vergelijkbare wijze de dood vinden bij pogingen in wielcompartimenten van vliegtuigen, in wrakke bootjes, of zwemmend onze kusten te bereiken. Na de val van de Berlijnse muur blijkt er nog een andere muur te bestaan tussen hoop en wanhoop, die jaarlijks grote aantallen slachtoffers maakt. Je hoofd weet dat er veel geld en goede wil wordt gestopt in ontwikkelingssamenwerking. Je hart zegt bull shit. Je hoofd knikt. Met zoveel wanhoop in de wereld stelt ons eigen economisch succes weinig voor. Begin maar eens opnieuw na te denken.

Begin met technologie, zegt Harvard econoom Jeffrey Sachs deze week in The Economist. De wereld valt te verdelen in gebieden die technologisch vernieuwend zijn (15 % van de mensheid), technologisch volgend (50 %), en technologisch buitengesloten. Hiertoe behoren onder andere het noorden van Zuid-Amerika, het noorden van India, de grootste delen van China en Afrika, en de voormalige Sovjet Unie, in totaal 2 miljard mensen. Dit is het gebied van de wanhoop. Vroeger dachten we dat natuurlijke hulpbronnen de economische ontwikkeling zouden dienen. Maar vele gebieden rijk aan energiebronnen, ertsen en vruchtbare grond ontkomen niet aan de armoedeval. Rijkdom aan diamanten is in Afrika zelfs vaak een regelrechte vloek gebleken.

De naoorlogse economie leert dat ontwikkeling een kwestie is van accumulatie van fysiek en menselijk kapitaal. Vijf decennia ontwikkelingshulp tonen aan dat deze benadering op zijn minst onvolledig is. De verwachte convergentie tussen rijke en arme landen is uitgebleven. Hulp moet minder economisch zijn, minder op basis van leningen aan arme landen, en meer technologisch, meer gericht op de daadwerkelijke diffusie van kennis naar lokale instellingen. Gevolg is dat de hopeloze discussie over ‘good governance’ van ontvangende landen als voorwaarde voor steun niet ter zake doet. Opmerkelijk is ook dat Sachs – vaak gezien als de blinde ideoloog van de vrije markt – toegeeft dat vrije markten alleen niet toereikend zijn om de technologisch buitengesloten gebieden te helpen.

Technologische buitensluiting betekent stagnatie en daarom de afwezigheid van perspectief op een betere toekomst voor de bewoners van een gebied. Niet armoede maar uitzichtloosheid drijft de mensen in wrakke bootjes en dodelijke containers. Technologische verandering brengt hoop. Technologiebeleid voor de Derde Wereld betekent, evenals technologiebeleid in het westen, steeds het gelijktijdig stimuleren van ‘push’ en ‘pull’ factoren. Volgens Sachs moet dit beleid op zeer grote schaal op drie fronten tot stand komen: gezondheidsvoorzieningen (effektieve bestrijding van malaria, TB en AIDS), fysieke ontsluiting (goedkoper transport en reductie van handelsbarrieres voor de armste landen), en technisch-wetenschappelijke samenwerking.

Westerse multinationals, technologische instituten en universiteiten moeten, zonodig met financiële steun van hun overheden, instellingen voor research en ontwikkeling opzetten en ondersteunen in de technologisch buitengesloten regio’s. De Landbouwuniversiteit Wageningen moet fondsen krijgen om op uitgebreide schaal in de allerarmste landen dependances op te zetten. We moeten niet bang zijn dat de lage lonen van computer programmeurs in India of de Filippijnen werkloosheid zullen veroorzaken in Amsterdam Zuidoost, of dat de patenten van onze farmaceutische industrie onvoldoende beschermd worden in China. Armoede in de derde wereld is niet het gevolg van te veel, maar van te weinig globalisering, en dan vooral in de zin van te weinig diffusie van technische kennis.

De ontucht van de kapitaalmarkt

In Technisch Weekblad on zondag, april 16, 2000 at 20:25

Menig ingenieur kijkt met een fors wantrouwen naar de markt. Die markt dicteert de opbrengsten van zijn ijver en vernuft, de prijs van zijn producten en zijn loonstrookje aan het eind van de maand. Kunnen die vermaledijde economen – de baasjes van de markt – hem uitleggen wat de redelijkheid daarvan is? Optimale allocatie van schaarse middelen, zegt U? Waarom worden dan mensen die niets produceren ruim beloond en is er altijd te weinig geld voor echt belangrijke zaken als milieu en cultuur? Het is geen wonder dat in de vorige eeuw zoveel sociaal bewogen ingenieurs voor het socialisme kozen.

Juist nu het grote socialistische experiment in het Oosten definitief heeft gefaald en in het Westen zelfs in de Nederlandse PvdA iedereen om het hardst roept om meer marktwerking, zaaien de uitwassen van de Interneteconomie twijfel. De nieuwe economie doet de oude ingenieur huiveren. De RijnSchelde werf in Vlissingen, met 1100 werknemers en een prachtig product, wordt voor één gulden verpatst. Tegelijkertijd maakt de beursgang van Internetbedrijf WorldOnline, specialiserend in gebakken lucht, van oprichtster Nina Brink een multimiljonaire. Die mevrouw met de duimen. Is dat redelijk? Is dat optimale allocatie van schaarse middelen? Het Internet is erin geslaagd de gebreken van de vrije markt tot absurde proporties uit te vergroten juist op het moment van haar grootste zegetocht.

Economen geven graag hoog op van de tucht van de markt. Maar er zijn verschillende markten. Op de markt van producten wordt daarmee bedoeld dat de fabrikant door concurrentie wordt gedwongen de kwaliteit van zijn producten zo hoog mogelijk te maken en de prijs zo laag mogelijk. Als dat niet lukt bestaat de tucht daaruit, dat de ondernemer failliet gaat en de werknemers kunnen verhuizen naar een bedrijf met een hogere productiviteit. Daar worden we allemaal beter van. Deze tucht was ervoor verantwoordelijk dat Europese fabrikanten in de jaren tachtig onder druk van de Japanse concurrentie kwaliteitsmanagement en verhoogde productinnovatie hebben ingevoerd. Dat was vaak een pijnlijk proces voor de betrokkenen, maar uiteindelijk werd door de overlevende bedrijven het verloren marktaandeel teruggewonnen.

Evenzo heeft de tucht van de vrijere arbeidsmarkt de laatste jaren geleid tot veel grotere flexibiliteit. Werkgevers en werknemers zijn minder elkaars gevangenen. Dat lijkt een belangrijke bijdrage te zijn geweest aan de verminderde werkloosheid en inflatie in Nederland.

Op gebieden als hoger onderwijs en gezondheidszorg is in veel mindere mate sprake van een vrije markt en dus ook minder sprake van product- en procesinnovatie dan in de industrie. Business Process Re-engineering, een vorm van kwaliteitsmanagement die al jaren gemeengoed is in industrie en commerciële dienstverlening, werd onlangs “ontdekt” in de ziekenhuiszorg als tovermiddel voor de toekomst. Maar de tucht ontbreekt.

Resteert de ontucht van de kapitaalmarkt, in Nederland gepersonifieerd door Nina Brink. Ook economen moeten toegeven dat deze markt tot misallocatie leidt. Onderzoek van de Tilburgse econoom Hans Schenk heeft overtuigend aangetoond, dat fusies en overnames voor de betrokken bedrijven en aandeelhouders gemiddeld een vermindering van waarde opleveren. Liefhebbers van ontucht zullen genieten van het boek over Wall Street bankiers begin jaren negentig, Liar’s Poker, van Michael Lewis. Kort samengevat: de foute mensen worden walgelijk rijk om de foute redenen. Marxisten lijken gelijk te hebben dat het hart van het kapitalisme, de kapitaalmarkt, verrot is. Zeker op de korte termijn heerst daar geen tucht maar ontucht. Het wantrouwen van de ingenieur is terecht. Internet versterkt deze absurde kant van de vrije markt economie. De enige troost is dat voorgaande technologische revoluties, zoals de opkomst van de spoorwegen en de olie-industrie, ook hierdoor gekenmerkt werden. Op de langere termijn wordt kennelijk hiermee de noodzakelijke dynamiek gediend. Het systeem is gebrekkig, maar ieder alternatief is slechter.

Technologie zonder stropdas

In Technisch Weekblad on donderdag, februari 17, 2000 at 20:23

Karl Marx (1818 – 1883) had natuurlijk gelijk. De technologie dicteert de verhoudingen tussen mensen. In zijn tijd spanden mechanisering en de kapitalisten samen om op grote schaal medemensen in de ellende te storten. Evenzo leidden staal en olie tot imperialistische oorlogen. Het einde van de mechanisering als dominante technologie betekende ook het einde van het klassieke marxisme in de arbeidsverhoudingen, al weer enige tijd geleden.

Mutatis mutandi heeft culturele vernieuwing de steun nodig van een dragende technologische golf. Jammer genoeg kwamen anarchistische ideeën als “flower power” en “small is beautiful” ten tonele begin jaren zeventig, toen kernenergie en de grootschalige computers van IBM technologisch de toon aangaven. De witte overhemden met das van de automatiseerders van IBM hebben uiteindelijk de culturele veldslag van de jaren zeventig gemakkelijk gewonnen. Vanaf de jaren twintig waren de overheersende communicatie¬technieken radio en, even later, televisie. Het effect was populariserend, maar vooral ook eenzijdig en demagogisch. Terugpraten tegen radio of televisie is technisch nagenoeg uitgesloten, wat steeds weer blijkt uit de arrogantie van deze media, of ze nu commercieel of publiek zijn. De technologie dicteerde dat.

Eind jaren tachtig overvleugelden personal computers de main-frames van IBM, wat bijna tot het faillissement van deze onderneming leidde. PC’s en Internet zijn ontstaan in een tijd dat het anarchisme van Berkley en Parijs slechts voortleefde in de gesmoorde dromen van bebaarde grijsaards en hun ‘old ladies’. Decentrale computers en het technisch interactieve internet zijn de dragers van een nieuwe culturele revolutie. De daadwerkelijke structurele veranderingen zijn niet gering. Het aloude omroepbestel is aan het desintegreren. Overal beginnen pas afgestudeerde ingenieurs en juristen – vaak zelfs de niet-afgestudeerden – hun eigen bedrijfje. Het effect van Internet op de kapitaalmarkt is zodanig dat grote traditionele Nederlandse bedrijven zoals Aegon, Ahold, Buhrmann en Nedlloyd, nu hebben aangekondigd in de toekomst aandeelhouders via het Internet stemrecht te geven in aandeelhouders¬vergadering.

Deze culturele revolutie vindt overigens plaats in een klimaat waarin schijnbaar nauwelijks sprake is van sociale kritiek. Niet “talk the talk”, maar “walk the walk”. Even interessant als de aandelenopties van de werknemers van de software en internet bedrijfjes is in deze zin de afwezigheid van stropdassen, tot en met ’s-werelds rijkste man Bill Gates. Zelfs bij IBM zijn wit overhemd en stropdas niet langer verplicht. Dat is meer dan uiterlijk. Vraag het Prins Claus. Ook ideeën over hiërarchie, persoonlijke vrijheid en loopbaan wijken sterk af van die van de voorgaande generatie. Ze vinden vrijheid – persoonlijke groei zou de bebaarde grijsaard zeggen – belangrijker dan vastigheid en loyaliteit aan de werkgever. Dat is natuurlijk makkelijk zolang werkgevers in de rij staan om een of twee ton voor je diensten te betalen. Zou deze culturele revolutie ten einde komen met de volgende technologische omwenteling? Dat zou Marx in ieder geval moeten begrijpen.

Het millenium gevoel

In Technisch Weekblad on donderdag, december 2, 1999 at 20:11

Als beroepsvernieuwer gaat het afscheid nemen van vertrouwde zaken mij toch aan het hart. Nostalgie is mij niet vreemd. De krantenberichten deze decembermaand zijn bijzonder meedogenloos. Alsof we al niet voldoende doordrongen waren van het feit dat een tijdperk wordt afgesloten, moeten we lezen dat Hoogovens, zich verschuilend achter de naam Corus, op het hoofdkantoor in Londen heeft besloten de afdeling voor smeed- en betonstaal met 600 werknemers in IJmuiden te sluiten. Philips verhuist de productie van spaarlampen – symbool van Hollands technisch vernuft en zuinigheid – naar Polen. Dat kost 280 banen in Terneuzen.

De Nederlandse staat gaat de uraniumverrijkingsfabriek Urenco in Almelo, de trots van Nederlandse kernfysici na de oorlog, verkopen aan het Britse BNLF of aan het Franse Cogema. De voorheen uiterst succesvolle ontwikkelingsafdeling van Nedcar in Helmond, schepper van DAF en Volvo personenwagens over drie decennia, wordt verkocht. Het oer-Hollandse bedrijf Vredestein maakt in dezelfde week bekend alle productie van dat oer-Hollandse product fietsenbanden in zijn vestiging in Doetinchem, ten koste van 125 banen, te zullen beëindigen en te verhuizen naar een lagelonenland. Het grootse deel van de elektriciteitsproductiebedrijven is sinds kort in buitenlandse handen. De gehele wereldklasse kunstvezelproductie van de voormalige AKU is eerder dit jaar – zich verhullend achter de naam Cordis, wat is dat toch met die fantasienamen? – al verkocht aan buitenlandse investeerders. Dit alles gebeurt zonder noemenswaardige publieke reactie, laat staan een reactie van de minister van Economische Zaken.

Er is sprake van een culturele revolutie in de technologie. Juist voor ingenieurs, met hun ideaal van de ‘homo faber’, is het vaak moeilijk deze veranderingen te accepteren. Een intelligente gepensioneerde ingenieur vroeg mij begin vorig jaar naar mijn mening over geschikte aandelen om in te beleggen. Mijn suggestie van aankoop van aandelen Baan werd met enige moeite aanvaard. Immers, die deden wat voor de productiebesturing bij Ford. Maar mijn suggestie van aandelen in televisieproducent EndeMol werd van tafel geveegd. “Die maken toch niet iets echts?” Ik heb maar afgezien van suggesties van aankoop van Amerikaanse Internet bedrijven zoals Amazon.com, die niet alleen geen ‘echte’ producten maken, maar ook geen winst, en soms zelfs niet eens omzet.

Maar nostalgie is misplaatst. Juist door de technologische revolutie van het eind van dit millennium moeten verouderde technologische idealen op de schop. Nog voor het jaar 2000 gaan de meeste kroonjuwelen van de Nederlandse naoorlogse industrialisatie in de ramsch. Vorig week mocht ik een seminar van het Ministerie van Economische Zaken bijwonen over de toekomst van het industriebeleid. Maar de enige conclusie kan zijn – zie de berichten uit de kranten hierboven – dat industriebeleid door de feiten is achterhaald.

Is dit de kenniseconomie en dus een zaak van wetenschappelijk onderwijs? De feiten – de salarisenquête vorige week in Technisch Weekblad – leren dat juist op het gebied van automatisering de universitaire ingenieur nauwelijks meer verdient dan de HTS-er. Een handige website-ontwerper zonder diploma verdient evenveel als een afgestudeerde ingenieur en draagt kennelijk evenveel bij. Ik ken hier ter stede een 16 jarige gymnasiast die met zijn eigen Internet bedrijfje een jaaromzet draait van f 1 miljoen. Overdag Livius, Rimbaud en het Doppler effect, ‘s-avonds HTML. Moet minister Hermans zich zorgen maken? Iemand met technische aanleg anno 1999 verdoet misschien wel zijn tijd door naar een Nederlandse Technische Universiteit te gaan. En wie gehecht is aan nostalgie mag op oudjaar met mij het nieuwe millennium komen vieren met ouderwetse carbidblikken.

De betuwelijn als ideologische technologie

In Technisch Weekblad on maandag, september 27, 1999 at 20:09

Niks einde van de ideologie. De politieke besluitvorming over de Betuwelijn bewijst dat ideologie, in de zin van een door taboes afgeschermd stelsel van politieke ideeën, in Nederland anno 1999 recht overeind staat, en nog wel op een schijnbaar door economie en techniek bepaald gebied als investering in goederentransport. De discussie over de Betuwelijn in Nederland is nog het beste te vergelijken met de discussie in de V.S. in de jaren tachtig over het Strategic Defense Initiative (SDI), populair het “Star Wars” project.

Star Wars werd door president Reagan gelanceerd als een plan voor een binnen tien jaar te ontwikkelen systeem van satellieten en computergestuurde anti-raket raketten om volledige bescherming tegen vijandige ICBMs te garanderen. Hierdoor zou de militaire dominantie over de Sovjet Unie gegarandeerd zijn. Het militair-industrieel complex likte zijn lippen in afwachting van vette contracten. Onafhankelijke technische deskundigen wisten snel aan te tonen dat de technische doelstellingen van dit ultieme wapen niet haalbaar waren. De kosten zouden de fiscale draagkracht van zelfs de Amerikaanse overheid snel overschrijden en door deze eenzijdige inspanning zou Amerika op andere technologische gebieden achterop raken in de concurrentie met Japan en Europa. Sommige onderdelen van SDI bleken al vroeg onbetaalbaar en werden door de regering geschrapt. Daardoor werd de oorspronkelijke doelstelling van volledige bescherming onhaalbaar, maar dat deerde plotseling niet meer.

Politieke tegenstanders moesten opboksen tegen de Amerikaanse taboes van die tijd. Tegenstand betekende twijfel aan de post-Vietnam militaire strategie gebaseerd op raketten, twijfel aan de superioriteit van de Amerikaanse computertechnologie en, bovenal, twijfel aan anticommunistische gezindheid. Steun voor SDI werd een soort politieke test van vaderlandsliefde en viriliteit. Daarmee was het pleit in het patriottische Amerika beslecht. Technisch bleek de Star Wars technologie meer dan $100 miljard en 15 jaar later niet eens in staat om Jeruzalem en Tel Aviv te beschermen tegen verouderde Irakese Scud raketten. Politiek werd het project tot een succes verklaard.

Wat voor Amerikanen de strijd tegen het communisme was, is voor Nederland schijnbaar de handhaving van Rotterdam als mainport. Het is een deel van de nationale psyche. Ik ken geen echt overtuigende economische analyses met de conclusie dat het voor Nederland voordelig is zoveel tonnen bulkgoederen over onze kwetsbare delta te slepen. Maar twijfel hieromtrent is sinds de tachtigjarige oorlog een taboe. Tegenstand tegen de Betuwelijn overwinnen is een politieke test geworden van leiderschap. Ook twijfel aan de gekozen strategie om dat doel te bereiken maakt verdacht. Een Europese strategie, bijvoorbeeld door activering van de IJzeren Rijn via België, of een technologische strategie, door investeringen in nieuwe, stillere en meer flexibele spoortechnieken, of in modernisering van de binnenvaart, zijn officieel taboe.

Dat de Betuwelijn vooral als een ideologisch project gezien moet worden blijkt ook uit de ideologische aard van de van aanvang af gehanteerde nevendoelstellingen: milieubescherming en privatisering. Het is niet duidelijk waarom een zeer lawaaierige en landschapvervuilende technologie zoals een goederenspoorlijn, technologisch gevangen in negentiende eeuwse beperkingen, om milieuredenen gesubsidieerd zou moeten worden om luttele procenten vervoer per vrachtwagens en binnenvaart te vervangen.

Privatisering, in dit geval door medefinanciering van de Betuwelijn door het bedrijfsleven, was van aanvang af een belangrijk ideologisch fundament. Kritische bezinning op en zelfs terugdringen van de rol van de overheid in een ontwikkelde economie zoals de Nederlandse zijn van groot belang, maar mogen niet, zoals zovaak, rationele publieke besluitvorming vervangen. Jammergenoeg is privatisering, in de vulgaire vorm van de overheid als concern met winst maximaliserende business units, verworden tot ideologie, met als meest recente uitwas het bankieren van de treasury van de provincie Zuid Holland.

Essentiële oorspronkelijke elementen van de Betuwelijn zoals private financiering, milieubescherming, alsook de Noordtak, ooit absolute voorwaarden, zijn inmiddels vervallen, maar de regering blijft krampachtig het plan steunen. Wordt de Betuwelijn de Star Wars van Wim Kok?

Leuke ruimtevaart

In Technisch Weekblad on vrijdag, juni 4, 1999 at 20:08

Er bestaat technische gein en technische ongein. Een mooi recent voorstel voor technische gein komt nota bene van een politicus. In de Verenigde Staten is vice-president Al Gore gekomen met het idee – naar zeggen in een droom – om een satelliet te lanceren in een baan om de zon op een miljoen mijl van de aarde zodat deze continue de volledige zonovergoten aardbol in beeld kan brengen. Om dit te bereiken wordt de satelliet gepositioneerd op een lijn tussen de aarde en de zon op het punt, Lagrange 1 geheten, waar de aantrekkingskracht van de zon en de aarde elkaar uitschakelen. De hier reeds aanwezige wetenschappelijke satellieten zijn allemaal gericht op de zon. Niemand had ooit bedacht dat het ook interessant kon zijn om de camera om te keren en de aarde te bestuderen. De resulterende beelden kunnen dan ‘live’ en gratis via Internet en TV verspreid worden naar iedere huiskamer en klaslokaal in de wereld. Earthcam!

De satelliet heeft al een naam, Triana, naar Rodrigo de Triana, de spieder op het schip van Columbus die als eerste in 1492 de Nieuwe Wereld in het zicht kreeg. De totale kosten bedragen tussen de 20 en de 75 miljoen dollar, een fooi in de wereld van de ruimtevaart. Het realtime beeld van de stralend blauwe aardbol tegen de zwarte achtergrond van de ruimte zal volgens Al Gore leiden tot een nieuw milieubewustzijn en een inspiratiebron zijn van onderwijs en wetenschap. Triana is het al te zeldzame product van de innovatieve combinatie van technologie en kunst. Dat is geestverruiming zonder drugs. In onze tijd is dat door de benauwende specialisatie van technologen en wetenschappers nagenoeg letterlijk ‘ondenkbaar’ geworden. Daar is dan een politicus voor nodig.

Door de relatie met Al Gore is Triana nu in Amerika politiek besmet. Omdat de Republikeinse meerderheid in het Congres de waarschijnlijke Democratische presidentskandidaat in 2001 niets gunt zijn op 19 mei de benodigde fondsen van de begroting van NASA geschrapt. Dit is onze kans. Nederland moet het project overnemen. Voor een luttel bedrag kunnen we met een eigen ruimtevaartbeleid de wereld versteld doen staan. Niet langer morrend meehobbelen met de Europese ruimtevaartorganisatie, de ESA, die onderling verdeeld is en pijnlijk ondergeschikt aan de NASA, en waar bovendien nog steeds wordt gewerkt aan megalomane plannen voor bemande ruimtevaart. Een bemand ruimtestation is een typisch voorbeeld van technische ongein: fantasieloos, doelloos en duur.

Een Nederlandse aardverspieder zou niet Triana moeten heten maar Blau of Spinoza, goudeneeuwers die in hun tijd door een nieuwe manier van kijken en in beeld brengen de wereld versteld deden staan. Het project is nu al een combinatie van technologie, kunst, milieubewustzijn en geestverruiming. Daar voegen we nog Hollands koopmanschap aan toe door uitbesteding aan de laagste bieder in plaats van maximale steun voor de eigen industrie, zoals gebruikelijk in de ruimtevaart. Het wordt dus veel goedkoper dan bij NASA, misschien wel ongeveer f 68 miljoen. En dat is precies het bedrag dat de Nederlandse staat volgens Eurocommissaris van Miert heeft verdiend aan onze vorige innovatie in technologiebeleid, de Techno-lease. Dan klopt het ook boekhoudkundig en is iedereen blij. Dat lijkt me technische gein van de eerste orde.

Kan internet de krant vervangen?

In Technisch Weekblad on dinsdag, maart 30, 1999 at 20:06

De krant bestaat niet om ons van meer informatie te voorzien, maar om de hoeveelheid informatie die zich aanbiedt te beperken. We willen niet alles weten, maar alleen dat wat van belang is. Tijd is schaars. Daarom gaat het niet om informatie vergaren maar om informatie selecteren. Zo heel nu en dan willen we iets horen dat echt nieuw of verrassend is. Om ons niet te zwaar te belasten houden de meeste kranten zich daaraan en zijn ze vooral bezig onze bestaande (voor-) oordelen te bevestigen. De zichzelf respecterende journalist zal tegen deze zienswijze protesteren, maar tegelijk toegeven, als hij de oude krantenwijsheid beaamt, dat een goede krant een “mijnheer” moet zijn: voorspelbaar, eerbiedwaardig en lid van dezelfde club. Ik schrijf dit niet als een aanval op het journaille. Integendeel. Ik maak me juist zorgen hoe kranten ooit een grotere rol kunnen gaan spelen op een in technische opzichten superieur medium als Internet. Want Internet selecteert niet.

Een hardnekkige griep heeft me een week zodanig aan huis gekluisterd dat ik me volledig heb kunnen wijden, zonder tijdklem, aan de informatievergaring via Internet. Het informatieaanbod op het Internet, zo blijkt dan, is zeer zeker geen “mijnheer”. Veeleer is er sprake van een “pukkelige puber”. Voortdurend wordt je om de oren gekletst met overvloedige, uitdagende, verrassende, verontrustende, moeilijk te plaatsen en zelfs ongewenste informatie. Het Internet weet zijn hormonen niet te beheersen. Het is fascinerend op de website van cyber-roddeltante Matt Drudge op woensdag te lezen dat het huwelijk van Bill en Hillary Clinton nu definitief op de klippen is gelopen, en dit met dezelfde vage bronvermelding op vrijdag als opening in de Telegraaf te lezen. Maar is dat dan waar? Wie beweert dat? Of, wil ik dat weten?

Internet is technologie die zich nog moet aanpassen aan onze cultuur. Al in de oudheid was bekend aan welke drie eisen een boodschap moest voldoen om gehoor te vinden. Enkel informatie en logische samenhang (de ‘logos’) is niet voldoende. Evenzeer zijn van belang de intentie en het gevoel (de ‘pathos’) die overgebracht worden en de aard (de ‘ethos’) van de boodschapper. Verdient hij onze aandacht? Wil je je ermee identificeren? Omdat op het Internet de aanbieders veelal onbekenden zijn ontbreekt het vooral aan de kwaliteiten pathos en ethos. Dat zijn precies de eigenschappen die de krant, juist door zijn beperkingen als “Mijnheer” in overvloed bezit. De beste informatiebronnen op het Internet zijn voor mij dan ook gevestigde kranten – super-mijnheren – die een website hebben, zoals de New York Times en in Nederland de onlangs sterk verbeterde website van het Parool. Ik verwacht dat op termijn de hardcopy uitgaven overbodig zullen worden. Mijn abonnement betaalt toch enkel de kosten van papier en drukker. De uitgever en redactie kunnen dan van de digitale advertenties leven. Alleen, waar wordt dan morgen de vis in verpakt?

Een nieuw jaar, een nieuw economie?

In Technisch Weekblad on zaterdag, december 19, 1998 at 20:20

Mijn beste wensen voor het nieuwe jaar zijn dat 1999 het jaar wordt van ‘de nieuwe economie’. Het besef zal doorbreken dat in de economie alles anders is dan vroeger. Anders dan de mechanica of de scheikunde heeft de economie, zeker in de toegepaste versie, de onhebbelijke gewoonte soms vrij plotseling bestaande en beproefde basisvoorwaarden in te wisselen voor nieuwe. De eigenschappen van het onderzochte systeem veranderen, zodat deskundigen die de aloude economische vuistregels willen toepassen het soort fouten gaan maken van een amanuensis die, getransponeerd naar de maan, zijn bekende repertoire aan proefjes aan de klas wil tonen. Alles mislukt. In de economie zijn de laatste jaren door onder andere een cumulatie van technologische ontwikkelingen, met name ICT (informatie- en communicatietechnologie), door dematerialisering en door de afbrokkeling van oude structuren de basisvoorwaarden grondig gewijzigd.

Het rijtje slachtoffers van verouderde vuistregels is indrukwekkend. De toegepaste economen bij beleggingsfondsen voorspellen al vier jaar een einde aan de huidige periode van economische groei en in het bijzonder aan de hausse in de aandelenmarkt. Door het uitblijven daarvan onder de ‘nieuwe economische’ verhoudingen is de waarde van bijna alle beleggingsfondsen nu fors lager dan wanneer vier jaar lang slechts in het gemiddelde van de AEX of Dow Jones index was belegd. Een beursbedrijf dat de economische theorie van twee winnaars van de Nobelprijs voor de economie in 1997, Robert Merton en Myron Scholes, in de praktijk probeerde te brengen heeft in september van dit jaar een verlies moeten toegeven van acht miljard dollar. Centrale banken maken zich zorgen om inflatie, maar het gevaar van deflatie (prijsdalingen) is veel groter. Economische journalisten en politici waarschuwen al 18 maanden nagenoeg eenstemmig voor de effecten van de crisis in Azië, maar in de Europese Unie en de VS zet de groei door. In Nederland maken we ons zorgen over het verlies aan banen bij De Schelde en Philips, maar in de nieuwe economie is het veel ernstiger dat zo weinig ingenieurs die bedrijven verlaten om voor zich zelf te beginnen.

Zoals massafabricage en de lopende band de technologische drager waren van de oude economie, zo zijn de computer en het Internet dat voor de nieuwe economie. Het is niet moeilijk te beargumenteren dat ook economisch belangrijke andere gebieden van technologische ontwikkeling zoals biotechnologie, energiebesparing, logistiek en medische technologie daar sterk afhankelijk van zijn. De economie van Internet bedrijven kent een volstrekt eigen dynamiek. Traditionele ideeën over investeringen in produktiecapaciteit en in research & development, ‘break-even-points’, en afnemende meeropbrengst hebben daar geen plaats. Een insiders zoals Kevin Kelly, redacteur van het tijdschrift Wired, spreekt over “Embrace the Swarm”, “Feed the Web First”, “Tipping Points” en “No Harmony, All Flux” om de cruciale dynamiek aan te geven. In de Internet hausse van het laatste jaar waren er voorbeelden van succesvolle beursintroducties van bedrijven, tot honderden miljoenen dollars, die niet alleen nog nooit winst hadden gemaakt maar zelfs nog nooit een produkt hadden verkocht. Het eerste exemplaar van een software produkt kan tien miljoen gulden kosten en de volgende 10.000 exemplaren slechts 35 cent per stuk. De dematerialisatie is nagenoeg compleet. Het gaat hier slechts om nullen en enen, als ze maar in de goede volgorde staan. Evenmin gaat het echt om kennis in de traditionele zin. Specialisatie en fanatisme zijn op het Internet belangrijker dan een afgeronde academische studie, laat staan een proefschrift. De wezenlijke schaarste is hier niet kennis maar zoiets als aandacht.

De uitdaging van ‘de nieuwe economie’ in het jaar 1999 is dus uiteindelijk niet gericht aan de economen maar aan de ingenieurs, al of niet gestudeerd, die informatie- en communicatietechnologie op eigen creatieve wijze gestalte moeten geven. De economen, zo is de ervaring van deze eeuw, zullen dan te eniger tijd, met terugblikkend wijsheid, vanzelf volgen om de nieuwe economie uit te roepen.