Frits Prakke

Archive for 2009|Yearly archive page

Bonussen voor Betas

In Technisch Weekblad on maandag, maart 9, 2009 at 20:17

Sinds jaar en dag hebben onze regering en de industrie geprobeerd door middel van campagnes zoals Kies Exact studenten over te halen voor bètafaculteiten te kiezen. Jarenlang, zolang de hoogconjunctuur voortduurde, heeft dat in Nederland, evenals in andere industrielanden, nauwelijks iets opgeleverd. In 2007/2008 is eindelijk een ommekeer opgetreden. Inmiddels is het economische tij ook gekeerd. Sterk toegenomen aantallen bètastudenten zullen binnenkort afstuderen midden in de diepste depressie sinds de jaren dertig. Zoek het verband.

In deze donkere economische dagen, waarin geen nieuwsuitzending voorbijgaat zonder berichten over falende banken, wegglijdende beurskoersen en ontslagrondes, is het goed weer eens te kijken naar de lange termijn analyses van Nikolai Kondratiev (1892-1938). Hij beweerde dat de economische conjunctuur onderhevig is aan cycli van 50 tot 60 jaar. Op het dieptepunt van de cyclus ontstaan nieuwe technologische en demografische ontwikkelingen, keerpunten, die de grondslag vormen voor een aantal decennia van productiviteitsgroei, optimisme en nieuwe welvaart. De opkomst van de spoorwegen en van de automobielindustrie zijn historische voorbeelden van keerpunten. De ingenieurs die deze bedrijfstakken schiepen waren de nieuwe rijken van hun tijd.

In de klassieke film “The Graduate” (1967) krijgt acteur Dustin Hoffman als pas afgestudeerde met een wereld van mogelijkheden aan zijn voeten, carrièreadvies van de geslaagde zakenman, Mr. Robinson. “Plastics, young man” luidt zijn goede raad. Één van de dingen die Mr. Robinson ook niet wist was dat de kunststofindustrie onderdeel was van een complex van verouderende technologieën, verbonden aan een neerwaartse fase van de Kondratiev cyclus in de jaren zeventig.

Een beter carrièreadvies zou toen zijn geweest: “Finance, young man”. Recent onderzoek heeft aangetoond dat in de VS tussen 1980 en 2007 het aandeel van deze bedrijfstak in alle ondernemingswinsten is toegenomen van 19 tot 30 procent. Het gemiddelde salaris in de bank- en verzekeringssector is sinds 1980 gegroeid van 100 % tot 170% van het gemiddelde voor alle industrie. De bonussen voor bankiers, die nu weer zo worden betreurd, hadden een grote aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt. Volgens een onderzoek van Harvard economen over de studenten van Amerikaanse topuniversiteiten, verdriedubbelde het percentage afgestudeerden dat koos voor een loopbaan in het bank- en verzekeringswezen van 5 procent in 1970 tot 15 procent in 1990. Deze stijging ging en gaat ten koste van de andere beroepen zoals medicijnen, rechten en techniek. Hoewel cijfers mij ontbreken, lijken de ontwikkelingen in Europa niet anders te zijn geweest. De nieuwe rijken van de meest recente Kondratiev cyclus, inmiddels al weer verleden tijd, zaten in de financiële sector. Zelfs de Internet IPO’s hebben meer bankiers rijk gemaakt dan ingenieurs. Al die campagnes “Kies Exact” waren absoluut kansloos. De studenten gaan niet af op PR voor eerstejaars maar op de bonussen voor afgestudeerden. Weten al die nieuwe bètastudenten van 2008 meer dan wij en brengt de volgende Kondratievcyclus hun de bonussen?

Hoe de vrouw verdween uit de informatica

In Technisch Weekblad on maandag, februari 9, 2009 at 20:18

Een van de graadmeters van voortschrijdende beschaving in Nederland is de participatie van vrouwen in het Hoger Onderwijs. In mannenbolwerken zoals de faculteiten Rechten, Psychologie en Medicijnen hebben de heren hoogleraren – ja, nog steeds in overgrote meerderheid heren – het percentage meisjesstudenten in de collegebanken de afgelopen jaren zien stijgen tot boven de vijftig. Ook aan technische faculteiten zoals Bouwkunde, Scheikunde, en Civiele Techniek is het vrouwelijk aandeel tegenwoordig aanzienlijk. Binnen een kwart eeuw heeft zich hier een revolutie voorgedaan. Het is daarom opmerkelijk dat het vak Informatica, dat in de jaren tachtig nog een relatief hoog percentage vrouwen had, inmiddels is afgezakt tot een vrouwonvriendelijke opleiding, zowel in getal als in imago. De slimme meid is op haar toekomst voorbereid, maar buiten de ICT sector.

In de geschiedenis van de emancipatie van vrouwen is de positie van IT, of Computer Science, uitzonderlijk en wisselend. Voor de eerste computer na de oorlog, de ENIAC (1946) van de Amerikaanse Navy, werd nagenoeg al het programmeren gedaan door vrouwen. Volgens historisch onderzoek van Adrienne van den Bogaard aan de TU Delft, werkten in 1952 vooral grote aantallen vrouwen aan de allereerste Nederlandse computers, de ARRA I en II van het Mathematisch Centrum in Amsterdam. Programmeren was uiterst secuur werk. Maar mannen waren de baas. Niet één van die vrouwen bleef voor een loopbaan in computers.

Midden jaren tachtig keken we jaloers naar de VS, waar 38 % procent van de Bachelor Informatica (vooral administratieve automatisering) studenten een vrouw was. Nederland bungelde onderaan in Europa. Informatica faculteiten die bij visitaties op hun feilen werden gewezen beloofden beterschap. In het HBO Informatica onderwijs werden video, communicatie, website design en textiele ontwerpen (CAD) opgenomen in het vakkenpakket. De opkomende, exclusief mannelijke, cultuur van action gaming werd gezien als barrière voor vrouwen. Tevergeefse pogingen werden gedaan om computerspelletjes apart voor meisjes te ontwikkelen.

De aanmeldingscijfers voor vrouwen stegen licht, maar bleven in tegenstelling tot de ontwikkeling in andere vakken zeer laag. Achteraf bleek ook in Amerika 1985 een hoogtepunt te zijn geweest. De Bachelor of Science cijfers liggen daar nu op rond de 20 % meisjesstudenten, en voor topopleidingen Informatica aanzienlijk lager, tot onder de 10 %. We moeten concluderen dat in allerlei Hi-tech vakken zoals de chemie en civiele techniek vrouwen steeds meer met computers werken, behalve in de informatica.

Hoe concurrerend is de Nederlandse ICT sector? En hoe zelfscheppend? Niet erg. Met uitzondering van enkele niches, lijken onze belangrijkste bedrijven sterk afhankelijk van technologische impulsen uit het buitenland. De ICT opleidingen moeten minder introvert zijn en een leidende rol opeisen. Iedere vijftien jaar vernieuwt de ICT zich en zijn er nieuwe kansen. Het aantrekken van vrouwelijk talent lijkt mij daarbij een prima graadmeter van succes in de volgende ronde.

Financial engineering in verdachtenbank

In Technisch Weekblad on maandag, januari 12, 2009 at 20:20

Er is nog geen uitsluitsel over de voornaamste schuldige aan de huidige kredietcrisis, maar een belangrijke verdachte is Financial Engineering. Of persoonlijker, de Financial Engineer. In Nederland, een land waar sinds jaren iedere president-directeur Chief Executive Officer wil heten, is er geen equivalent in de eigen taal.

Wat betekent deze verdachtmaking van Engineering? Hebben we hier te maken met een loze aanval op de reputatie van het aloude ingenieursvak? Of schuilt hier een nuttige les voor degenen die in hun opleiding hebben geleerd dat, ‘meten is weten’? Financial Engineering is een uiterst specialistisch vakgebied, een mengeling van statistiek, wiskunde en informatica, waarvan de beoefenaren – vaker econoom of wiskundige dan ingenieur – werken in stafafdelingen van banken of adviesbureaus. Het onderdeel Risk Engineering is ook in Nederland bij studenten een populair keuzevak. Deze specialisten hebben niet alleen de zeer complexe financiële producten ontwikkeld die een centrale rol hebben gespeeld in de kredietcrisis, maar ook de risicomodellen die de veiligheid moesten garanderen.

Credit-default swaps, contracten tussen banken, hedge funds en andere instellingen, werden ooit ontwikkeld om conservatieve investeerders extra zekerheid te bieden. Vervolgens werden deze derivaten door de bazen van de Financial Engineers, de brokers, verhandeld om allerhande leeninstrumenten te verzekeren, waaronder steeds meer riskante hypotheken. Omdat deze contracten niet zoals andere waardepapieren op publieke beurzen worden verhandeld, is de waardering ondoorzichtig en worden de effecten van prijsfluctuaties onvoorspelbaar. De totale boekwaarde van de markt van credit-default swaps is inmiddels gestegen naar een geschatte $ 55 biljoen (meer dan zeventig keer zo groot als het reddingsplan van $ 750 miljard van de Amerikaanse Senaat). De eerste nuttige les is dus dat ingewikkelde engineering producten, zoals swaps, in de handen van naïeve brokers onder toezicht van luie managers in korte tijd tot een ramp kunnen leiden. Dat moet bekend klinken.

Om rampen vroegtijdig te onderkennen zijn door de Financial Engineers risicomodellen gemaakt. Zeer populair vanaf de jaren negentig was het VaR-model, Value at Risk. Zeer geraffineerd, zeer compleet, breed toepasbaar en vooral makkelijk in het gebruik. Een avondcursus beursmakelaar was voldoende om van iedere transactie in simpele dollars het risico te kunnen bepalen en zonodig tegenover de baas en zelfs tegenover de toezichthouders van de SEC te verantwoorden. Door automatisering werd het menselijk oordeel steeds meer naar de marge geduwd. Achteraf bleek dat het model VaR goed werkte bij normale risico’s, maar niet bij grote fluctuaties zoals een daling van meer dan 20 % in huizenprijzen, of een serieuze economische depressie. Op de korte termijn werd iedereen rijk en bij vele banken nam tot op het hoogste niveau niemand verantwoordelijkheid voor het geheel. De tweede nuttige les is dat risico’s nooit op louter technische gronden kunnen worden ‘weggecijferd’. Niet het meten, maar de mens is de uiteindelijke maatstaf. Maar dat hebben wijze ingenieurs altijd al geweten.