Frits Prakke

Post Tagged ‘innovatie’

Boer pas op je kippen

In Technisch Weekblad on maandag, juni 7, 2004 at 20:37

Als bedrijfsadviseurs innovatie gaan prediken is er alle reden om extra behoedzaam te zijn. Deze week kwam er weer zo’n persbericht uit van een gerenommeerd adviesbureau – dat om fair te blijven hier maar even naamloos moet blijven – met een eigen onderzoek over succes en falen bij innovatieprojecten van Nederlandse bedrijven. Ik zie het voor me. Gert, Henk-Jan en Max zitten deze week toch op de beach. Laat ze maar onze kaartenbak induiken om bedrijven te bellen over hun innovatieprojecten. Dat levert op zijn minst een persbericht op met onze naam, en wellicht een aantal interessante leads bij potentiële cliënten.
Dit soort onderzoek zegt meer over de toevallige samenstelling van de kaartenbak van het adviesbureau dan over innovatie. In casu bleken 63 procent van de innovatieprojecten zich te richten op verbetering van de kwaliteit van de bestaande dienstverlening. Tweederde van de bedrijven schakelen externe adviseurs in, vooral bedrijfsadviseurs en softwarebureaus. Slechts een kwart van “alle” innovatieprojecten in Nederland is succesvol. Zouden dat dezelfde bedrijven zijn die geen adviseurs in huis hebben gehaald, denk ik dan. Maar dit soort nadere analyses ontbreken jammer genoeg. De oorzaak van falen van innovatie bij de onderzochte bedrijven is “vaak” een gebrek aan visie en strategie en draagvlak onder de medewerkers. Tja, maar welk bureau zou nu toevallig adviesinstrumenten aanbieden om dat soort kwaliteiten in een bedrijf te helpen ontwikkelen?

Echt ernstig is dat de suggestie wordt gewekt dat succesvolle innovatieprojecten het resultaat zijn van het inschakelen van externe bedrijfsadviseurs op het gebied van visie, strategie en draagvlak. Innovatie vergt veel meer. Het is wel waar dat bij technische ontwikkelingsprojecten, volgens baanbrekend onderzoek bij NASA over vele jaren, technisch succes afhankelijk is gebleken van de bereidheid van het projectteam om extern technische adviezen in te winnen. Goede ingenieurs zijn nu eenmaal ook beter op de hoogte van welke collega’s meer weten dan zijzelf. Maar innovatie inclusief succesvolle implementatie, die meer is dan succesvolle technische ontwikkeling en die uitstijgt boven diffusie van reeds bewezen technische vernieuwingen, is minder afhankelijk van kennis en meer van ondernemerschap.
Echte innovatie in een bedrijf is gebaseerd op ondernemerschap. Ondernemerschap is niet op projectbasis te koop bij adviesbureaus. Het heeft te maken met risico’s nemen en het aanvaarden van mislukkingen om in tweede, derde of desnoods vierde instantie toch boven te komen drijven. Dat valt niet te leren van een adviseur, maar moet vastgelegd worden in de genen van een bedrijf. Bedrijven moeten bereid en instaat zijn de voorwaarden te scheppen voor hun ingenieurs om te kunnen falen. Vooral voor bedrijven met gevestigde markten is dat moeilijk. Nederlandse en Europese ondernemingen en ingenieurs lijken er meer moeite mee te hebben dan Amerikaanse. Maar het is de enige weg naar succesvolle innovatie.

Ondernemingsgroei, innovatie en slapeloze nachten

In Technisch Weekblad on vrijdag, februari 22, 2002 at 20:16

Waarom groeit juist dat ene bedrijf snel, terwijl de meeste anderen achterblijven? Na het optrekken van de wolken van de crash van de Interneteconomie is die vraag voor velen opnieuw relevant. Als toch niet alles afhangt van het voorspiegelen van een actieve e-commerce strategie, wil de afstuderende ingenieur weten waar dan wel zijn beste kansen liggen. Gaat hij werken in een expanderend bedrijf met volop kansen voor een mooie carrière, of voor een bedrijf dat slechts inkrimpingen te wachten staat. Ook de aandeelhouder die zijn portefeuille overweegt stelt die vraag. Groeiende ondernemingen bieden de beste kans op koersstijgingen op de langere termijn.

Drie gangbare theorieën verklaren de groei van bedrijven. De traditionele verklaring is dat bedrijven groeien om schaalvoordelen uit te buiten, zowel in de technologie als in de marketing. Die groei gaat door totdat de optimale grootte bereikt is, geen verdere winstgevende investeringen mogelijk zijn, of de bureaucratisering ten gevolge van de omvang van het bedrijf tot verstarring leidt. Een modernere verklaring is de levenscyclustheorie. De groei is afhankelijk van de fase waarin het bedrijf verkeert. De eerste fase van een bedrijf wordt gekenmerkt door ondernemerschap, de tweede fase door volwassenheid en de derde door verval. Tenslotte wordt de groei van een bedrijf ook vaak afhankelijk gesteld van de core competencies, het opgebouwde vermogen om voordelen te behalen op de concurrenten op gebieden zoals productinnovatie, productietechniek of marketing.

Ieder van deze verklaringen lijkt op het eerste gezicht aannemelijk en ze worden dan ook dikwijls aangevoerd door ondernemers bij de onderbouwing van strategische beslissingen zoals reorganisaties, fusies en overnames. Kunnen deze factoren werkelijk de groei bepalen of zijn het modieuze pogingen om beursanalisten naar de mond te praten? Om dit te toetsen heeft Paul Geroski van de London School of Economics empirisch onderzoek gedaan naar de werkelijke patronen van groei van grote aantallen bedrijven. Zijn conclusie is dat de groeipatronen niet in overeenstemming zijn te brengen met één van de drie theorieën, maar slechts gekenmerkt worden door onregelmatigheid en onvoorspelbaarheid. In statistische termen heet dat een “random walk”.

Een patroon dat Paul Geroski wel vindt is dat zeer jonge bedrijven sneller groeien. Maar de omvang van bedrijven tendeert niet naar bepaalde waarden, ook niet binnen dezelfde bedrijfstak. Bovendien correleert de groei van een bedrijf slechts in zeer beperkt mate met de groei van de algehele economie of zelfs van de eigen bedrijfstak. Recessies treffen de groei van slechts een kleine minderheid van de bedrijven.

Het antwoord op toenemende concurrentie is innovatie, maar in plaats van een continue proces treft Geroski een patroon aan van sporadische tussensprints. Innovatie in bedrijven lijkt niet een planmatige, reguliere activiteit, maar een reactie op sporadische crises in de concurrentiepositie. Een van mijn Amerikaanse leermeesters poneerde ooit de stelling dat ondernemers die niet de ervaring hebben gehad van een slapeloze nacht over het niet kunnen uitbetalen van de lonen aan het einde van de maand, niet in staat zijn tot echte innovaties.

Het zou kunnen zijn dat ondernemers ondeugdelijke theorieën verkondigen om strategische beslissingen te verdedigen tegenover de beursanalisten, maar in de praktijk wel degelijk over het inzicht van de praktijkman beschikken om de juiste koers te volgen. Het tegendeel blijkt. KPMG Consultancy maakte deze week in de Financial Times een onderzoek bekend dat het ergste doet vrezen. De meerderheid van de 500 grootste overnames uit de jaren negentig, zo blijkt, heeft de aandeelhouders geen winst opgeleverd. Tweederde van deze overnames wordt op het ogenblik weer teruggedraaid.

We concluderen dat de strategische analyses die ondernemers doorgaans aanbieden op de financiële pagina’s van de kranten om het groeipotentieel van hun bedrijven aan te prijzen ondeugdelijk zijn. Van werkelijk belang is noch schaalgrootte, noch verjonging, noch vermeende core competencies. Van belang is het vermogen tot een Toynbee-achtige, innovatieve reactie op uitdagingen in de markt. Het beleven van slapeloze nachten. Voor de jonge sollicitant of voor de potentiële aandeelhouder is het een niet geringe opgaaf om daar een oordeel over te vormen.