Frits Prakke

Archive for 2009|Yearly archive page

Duurzaamheid exit

In Technisch Weekblad on maandag, november 16, 2009 at 20:42

Een van mijn jeugdzondes was een liefde voor het amateurtoneel. Ik heb daar veel van geleerd. Terwijl onze opvoering van Oscar Wilde’s De Ernst van Ernst voorploeterde werd al snel duidelijk dat het ons als jonge acteurs ontbrak aan het vermogen de toeschouwers langdurig te boeien. De regisseur, een oude rot in het vak, wist daar wel wat op. Op willekeurige momenten produceerde hij in de coulissen het geluid van een luid klapperend raam. Als dat niet hielp kon hij ook – ongeacht de dramaturgische ontwikkeling – op willekeurige momenten het geluid van een blikseminslag produceren. Of was dat tijdens onze opvoering van De Vrouwen van Troje van Euripides? In ieder geval zat iedereen in de zaal na de donderklap onmiddellijk weer rechtop.

Politiek is ook theater. Het internationale politieke debat over duurzaamheid en klimaatbeleid ter voorbereiding van de APEC conferentie in Kopenhagen gaat steeds meer lijken op slecht amateurtoneel. De spelers komen op en spreken routineus hun teksten. Maar het vuur ontbreekt. De thema’s zijn verouderd. Waar blijft de nieuwe Euripides? Het debat over duurzaamheid is na een jaar kredietcrisis niet langer boeiend. Inhoudelijk dreigt de obsessie met onhaalbare lange termijn afspraken over CO2 uitstoot de pragmatische korte termijn aanpak van direct bedreigende milieuvernietiging te verdringen. Bijvoorbeeld lood en kwikvergiftiging, overbevissing en ontbossing. In Nederland lezen wij de wereld de les over lange termijn CO2 afspraken. Maar we staan toe dat Egmond aan Zee nog jaren lang zijn riool loost op het strand van de Noordzee. In alle landen is de noodzakelijke, direct uitvoerbare verdubbeling van de brandstofbelasting onbespreekbaar. (In Nederland zou die ook de chimaera van de kilometerheffing technisch overbodig maken.)

Er is dringend behoefte aan nieuwe aansprekende thema’s om het veeleisende theaterpubliek wakker te houden. De oude rot Al Gore heeft nog een oude toneeltruc uitgehaald door de introductie van uitstervende ijsberen en smeltende gletsjers in de coulissen. Maar dat is op den duur te willekeurig om te blijven boeien. Het thema duurzaamheid spreekt het grote publiek niet aan en klimaatverandering is te technisch om draagvlak te creëren.

De systeem dynamicus Jay Forrester, auteur van het eerste onderzoek van de Club van Rome over de uitputting der aarde in 1971 (en uitvinder van de RAM chip), verwerpt duurzaamheid als doelstelling. (Interview in Sloan Management Review, winter 2009.) Duurzaamheid is te conservatief. Forrester pleit voor (zoeken naar) evenwicht en overleven als doelstellingen. Hij ziet kansen in de huidige economische crisis, maar vreest politieke tegenwerking van economische machten die terug willen naar herstel van de oude situatie.

Zijn evenwicht en overleven de aansprekende thema’s die het publiek in de grote zaal deze maand in Kopenhagen wakker kunnen schudden? Prima, zolang de direct noodzakelijke acties tegen milieuvernietiging maar niet worden vergeten, en onze acteurs niet te amateuristisch zijn. Duurzaamheid exit.

De slimme stad

In Technisch Weekblad on maandag, oktober 12, 2009 at 20:04

Om de crisis te bestrijden ontbreekt het onze regering niet aan geld. Zie de begroting die op Prinsjesdag is ingediend. Nee, het ontbreekt aan goede initiatieven. Het is allemaal te centralistisch, te Haags. De Haagse fantasie laat zich te gauw beperken tot grootschalige subsidieprogramma’s, terwijl de huidige economische crisis zich juist in lokale knelpunten en misstanden openbaart. Wie in Den Haag het meeste politieke rumoer maakt komt het eerste aan bod voor de grootschalige subsidies. Daarom de Nationale Sloopregeling voor de Bovag, de macromane windmolenparken op de Noordzee waar altijd subsidiegeld bij zal moeten, en de zojuist aangekondigde 500 miljoen euro voor de nationale dubbelglasregeling onder de noemer lokaal klimaatbeleid. Die is voor huiseigenaren die nog steeds te lui waren om hun gasrekening goed te lezen. Deze regeling heet lokaal, omdat de lokale overheden als loket mogen dienen. Maar ieder werkelijk lokaal initiatief ontbreekt.

Het wezen van een structurele crisis als de huidige is dat oude wegen zijn doodgelopen: institutioneel, cultureel, economisch en technologisch. Nieuwe trajecten van oplossingen moeten worden gezocht. Minder grootschalig en meer bottom-up. Een mooi voorbeeld vind ik het project “Smarter Cities”. Dat is een initiatief van de City University van New York, het Urban Land Institute, het Brookings Institute en IBM. Een belangrijk thema is het beter benutten van de overvloed aan data die in moderne steden wordt verzameld. Doel is zonder geldverslindende bureaucratisering de dienstverlening aan burgers significant te verbeteren.

Toepassingsgebieden zijn verkeer, energiebesparing, veiligheid, gezondheidszorg, sociale diensten en onderwijs. Zo is het software programma CompStat een succesvol hulpmiddel gebleken voor de politie in New York om snel te reageren op onveilige situaties op straat. Het “311” klachtennummer in New York verwerkt 50.000 klachten per dag. De brandweer ontwikkelt met IBM een informatiesysteem waarin bouwkundige details en risicofactoren uit diverse stedelijke databases geïntegreerd kunnen worden doorgegeven aan ladderwagens op weg naar een brand. Dit soort informatie had vorig jaar in Nederland slachtoffers onder de brandweerlieden kunnen voorkomen bij de brand in de scheepswerf in De Punt, waar gevaarlijke stoffen waren opgeslagen.

Met behulp van Business Intelligence software ontwikkeld in het kader van Smarter Cities heeft de Sociale Dienst van Alameda County in California de bureaucratische verspilling zo weten te verminderen dat er nu per client meer tijd kan worden besteed en tegelijk miljoenen dollars worden bespaard. In Dubuque worden gas-, electra- en watermeters gekoppeld aan een IT systeem dat burgers informeert over hun dagelijks gebruik. De wachttijd voor het verlenen van een bouwvergunning in New York is teruggebracht van 40 naar 7 dagen.

Smarter Cities leert van de industriële ervaring met lean manufacturing, ooit geperfectioneerd door Toyota. De essentiële informatie wordt gebundeld en gebracht naar de werkvloer. Daar wordt stap voor stap de effectiviteit en dienstverlening verbeterd. Bottom-up, dat is de toekomst, ook lokaal.

De do’s en don’ts van bedrijfs-R&D plus 10 tips om de crisis te overleven

In Economy, Technisch Weekblad on zaterdag, september 26, 2009 at 18:00

Twitter, het innovatieproces

In Technisch Weekblad on maandag, september 14, 2009 at 15:54

Twitter is de doorbraaktechnologie van 2009. We kunnen nu duidelijk constateren dat radio en TV altijd eenzijdige en tamelijk autocratische media zijn geweest, om over de regenteske kwaliteiten van kranten en tijdschriften maar niet te spreken. Met excuses aan onze hoofdredacteur.

De golf van nieuwe media als Internet, Wikipedia, Hyves, YouTube en Facebook zijn wezenlijk interactiever en daardoor democratisch. Twitter spant de kroon en is dit jaar reeds aangewezen als voornaamste veroorzaker van sociale bewegingen zoals de demonstraties tegen de theocraten in Iran, een opstand tegen communisten in Moldavië en de verkiezingsoverwinning van president Obama in de VS. Bij rampen zoals de crash van Turkish Airlines bij Schiphol is de berichtgeving via Twitter sneller dan alle nieuwsdiensten. Sick City, een zoekapplicatie van Twitter, vormt een belangrijke indicator voor het epidemische verloop van de Mexicaanse griep. De positie van Google als dominante zoekmachine wordt bedreigd.

Twitter is niet alleen kenmerkend voor de nieuwe media. De introductie van Twitter biedt ons ook een belangrijke kijk op het nieuwe gezicht van innovatie. De oprichters van Twitter, Evan Williams, Biz Stone en Jack Dorsey, spreken niet van een uitvinding of een innovatie, maar van een nieuw platform. De oorspronkelijke basisfuncties zijn simpel: tweets, followers en zoekopdrachten naar onderwerpen. Maar daar zijn in de loop van een jaar vele nieuwe en essentiële functies en applicaties aan toegevoegd. Dat is gedaan door de gebruikers van Twitter, niet door de uitvinders en al helemaal niet door mensen op hun loonlijst. Het idee om een groep van tweeters – bijvoorbeeld ooggetuigen van een vliegramp of bezoekers van een wetenschappelijk congres of een concert – te identificeren via een “hashtag” is een spontane uitvinding van gebruikers. De software voor zoekopdrachten in een lopende stroom van tweets is ontwikkeld door een start-up bedrijfje, Summize, dat vervolgens voor een beperkt bedrag door Twitter is overgenomen.

Waar traditionele industriële bedrijven om het marktbereik te vergroten jarenlang honderden ingenieurs tegen hoge kosten moeten inzetten om applicaties voor basisinnovaties verder te ontwikkelen, is dit werk in het geval van Twitter door derden, de zogenaamde lead users en end users, gedaan. In zeer korte tijd en meestal voor niks. Er zou inmiddels meer dan een half miljard dollar voor Twitter geboden zijn. Zelfs als we de voorafgaande mislukte start-ups van de drie oprichters meerekenen, zijn de investeringen in onderzoek en ontwikkeling bijzonder laag geweest.

Het innovatieproces van Twitter wijkt sterk af van het traditionele lineaire innovatiemodel, waarin research wordt gevolgd door ontwikkeling, ontwerp en marketing, doorgaans volgtijdelijk en bedrijfsorganisatorisch strikt gescheiden. Twitter is een voorbeeld van Open Innovatie, steeds belangrijker in opkomende sectoren zoals elektronica, ICT en hightech diensten. Open Innovatie is democratisch. Voor succesvol management van R&D betekent dat openheid en oriëntatie op de gebruikers van de innovatie.

Kyoto en dan wat?

In Technisch Weekblad on maandag, augustus 3, 2009 at 22:00

Dat gaat zo niet lukken. De strijd tegen klimaatsverandering en voor duurzame economische en technologische ontwikkeling is verzand in symbooldiscussies en korte termijn politiek.

Autohandelaren melden enthousiast dat in het kader van de Nationale Sloopregeling in korte tijd al 18.000 vervuilende auto’s daadwerkelijk zijn gesloopt en dat tegen ongeveer € 1.000 subsidie per autowrak verwacht mag worden dat binnenkort het totale budget van de regeling, à € 80 miljoen, succesvol besteed zal zijn. Het succes is zelfs zo groot dat SenterNovem, de uitvoerende dienst, extra werknemers moet inzetten. Het vergelijkbare programma “Cash for Clunkers” in de VS – alleen tien keer zo omvangrijk – was met 200.000 aanvragen binnen een week uitverkocht, zodat het doorgaans zeer trage Congres nu midden in de zomer bijeen kwam om een extra $ 2 miljard goed te keuren. Hoeveel dollars zou dat zijn per eenheid klimaatsverbetering? Of per centimeter daling van de zeespiegel? Die vraag wordt allang niet meer gesteld. Evenmin als bij de subsidies voor windmolens op onze Noordzee.

Na Kyoto was de hoop dat de moeizaam tot stand gekomen internationale consensus rond bestrijding van de opwarming van de aarde en de noodzaak van duurzame technologie zou leiden tot belangrijke concrete stappen. Tot 2008 was er nochtans veel “op de politieke agenda” gezet en waren er zeer ambitieuze CO2 doelstellingen voor 2020 overeengekomen, maar er waren nauwelijks echte ombuigingen. Die hoop werd nieuw leven ingeblazen door de Kredietcrisis in de winter van 2009. Nieuwe politieke leiders zoals Obama, Merkel, Brown en Bos leken plotseling bereid de werkelijk structurele crisis te beantwoorden met visionaire initiatieven voor werkelijk structurele verandering. Het doel was meer evenwichtige economische en technologische ontwikkelingen. Door de crisis werd het eindelijk mogelijk – dat was ook mijn hoop – om zowel antisociale banken als energieverspillers ter verantwoording te roepen. Dat was een eenmalige kans.

De kans was er om financiële markten radicaal te (her-)reguleren en transparantie af te dwingen, en om de verspilling van fossiele brandstoffen terug te dringen door belastingen. Regels en belastingen zijn aloude, liberaal te noemen, overheidinstrumenten. Maar in de korte termijn politieke praktijk mochten (oud-) bankiers adviseren over maatregelen voor de financiële sector. Transport- en energiebedrijven mochten adviseren over energiebesparing. Moeten we verbaasd zijn dat deze adviseurs, zowel in de VS als in Europa, het nooit eens konden worden over strengere regels en noodzakelijke belastingen, maar wel over subsidies voor de eigen sector? Er werden symbooldiscussies gevoerd over bonussen voor falende bankiers, maar niet over echte transparantie en verantwoording. In Nederland werd nota bene als crisismaatregel de vliegtaks teruggedraaid, in effect gelijk aan een exorbitante subsidie op reeds veel te goedkope brandstof.

Subsidies zoals de sloopregelingen zijn korte termijn oplossingen. Dat betekent een gemiste kans en hoogstens korte termijn herstel. Tot de volgende crisis.

Het gevaar van de ‘ICT FIX’

In Technisch Weekblad on zondag, juli 5, 2009 at 20:50

Het waarschuwen voor de technology fix is een klassiek thema in de kritische maatschappelijke discussie over technische innovatie. Bijvoorbeeld het verzet tegen kernenergie als snelle oplossing voor de energiecrisis. In de jaren zeventig werd in Nederland gedacht dat kernenergie op korte termijn zo goedkoop zou zijn dat we maar zo snel mogelijk het Groningse aardgas moesten uitverkopen aan het buitenland. Binnen enkele jaren zou het immers waardeloos zijn. In Duitsland werden zóveel kerncentrales gepland, en bij uitvoering zou zóveel koelwater worden geloosd, dat de Rijn volgens berekeningen van TNO-ers bij Lobith kokend ons land zou binnenstromen. De kritiek op de Technology Fix van kernenergie kwam gelukkig op tijd. In deze week van het overlijden van de voormalige minister van defensie van de VS, Robert McNamara, moet ook gememoreerd worden dat hij in 1967 de architect was van het onnozele plan een elektrisch hek te bouwen tussen Noord en Zuid Vietnam om een einde te maken aan de Vietnamoorlog.

Het gevaar van de technology fix dreigt in het bijzonder in complexe situaties met een combinatie van overenthousiaste ingenieurs en een kapitaalkrachtige opdrachtgever die niet instaat is, of bereid, zijn behoefte duidelijk te formuleren. Momenteel zijn er zoveel spectaculair falende ICT projecten bij de overheid, dat het tijd is te waarschuwen voor de ICT fix. Minister ter Horst rapporteert deze week in de luwte van de aanstaande zomervakantie aan de Tweede Kamer, dat grote ICT-projecten 527 miljoen euro duurder uitvallen dan gepland. De kosten van de 74 grote projecten zijn samen 2,2 miljard euro. Het project Toeslagen van de Belastingdienst voert de lijst aan met een overschrijding van voorlopig € 85 miljoen. Tijdoverschrijdingen van 5 en 6 jaar worden gemeld.

Acht jaar geleden schreef ik in Technisch Weekblad al eens over het door politieke twisten falende mobiele telefonie project C2000 voor politie en brandweer, dat het technisch onvolwaardig, duur en onveilig was, en gebaseerd op een toen al tien jaar verouderd platform. En dat mijn tienerdochters voor de functionaliteit en vormgeving zeker hun neus zouden ophalen. C2000 werd onlangs toch geïmplementeerd, maar faalde in februari opzichtig bij de vliegramp van Turkish Airlines op Schiphol. Gelukkig hadden de hulpverleners ook hun eigen mobieltjes bij zich.

Deskundigen twisten of de oorzaak van ICT Fix ligt bij de complexiteit van IT of bij de eigenaardigheden van de overheid. Kostenoverschrijdingen en fataal optimisme komen ook voor in de private sector. Maar het grootste nadeel van de overheid ligt in de aard van de besluitvorming. Tijd en geld zijn onvoldoende beperkend. Er is vaak sprake van strijdige doelstellingen, die om de vrede te bewaren niet uitgesproken worden. Eenvoud verliest het daardoor steeds van complexiteit. En dat is tegen de belangrijkste regel van technisch ontwerp.

Management van creatievelingen

In Technisch Weekblad on maandag, juni 15, 2009 at 22:54

De kredietcrisis leert ons dat oude technologische paden zoals schaalvergroting en intensivering van energiegebruik zijn doodgelopen. Het tijdperk van de industriële dinosaurussen die langs deze paden liepen komt ten einde. Zij zullen worden opgevolgd door zwermen van kleine ondernemingen naar het ontwerp van de eerste generatie zoogdieren die na de dinosaurussen kwamen: adaptief, creatief en Darwiniaans competitief. Ik overdrijf. Daar zullen nog wel een paar crises overheen gaan, maar duidelijk is dat de rol van kleine innovatieve bedrijven steeds belangrijker wordt om aan onze doelstellingen van werkgelegenheid en duurzaamheid te voldoen.

Wat weten we eigenlijk van het management van die kleine innovatieve bedrijven, waar we zoveel van verwachten? Het zijn de ontwerpbureaus, Internetbedrijfjes, geprivatiseerde R&D instituten, video game ontwerpers (2000 in Nederland volgens de laatste telling!), ontwikkelaars van software, ingenieursbureaus, en soms de als business unit opererende R&D-afdelingen van grote industriële ondernemingen.

Traditionele managementpraktijken zijn gebaseerd op verticale organisaties en zeggen ons niet zoveel over de organisatie van teams van creatievelingen. Wel lijkt het duidelijk dat in creatieve teams juist de horizontale structuur van groot belang is. Dat betekent motivatie en de interactie in het team. Will Wright, succesvol video game entrepreneur, zegt in de New York Times deze week daarover het volgende. Creatievelingen worden niet door hun functie of positie in de organisatie gemotiveerd, maar door hun interne aspiraties, hun eigen verborgen identiteit en passie. Het is de taak van de manager die te ontdekken en te stimuleren. Jaarlijkse functioneringsgesprekken zijn daarvoor onvoldoende. Passie voor het werk is een wonderbaarlijke vermeerderaar van alle prestaties. Diversiteit van rollen is van belang voor de interactie. Teamleden kunnen bijdragen als lijm (glue) of als oplosmiddel (solvent). Lijm is nodig om de communicatie in stand te houden en teamgenoten te motiveren. Oplosmiddelen zijn vaak irritant. Ze zoeken het conflict op, maar dat is even belangrijk voor succes als hun technische competentie. Denk aan Johan Cruijff in een lastige wedstrijd.

Naast de motivatie en de interactie in een creatief team is adaptatie, het leren van fouten, van groot belang. Will Wright benadrukt dat een team meer leert van mislukkingen dan van successen. In tegenstelling tot verticale organisaties moeten hier mislukkingen gevierd kunnen worden. (Zo is er een Nederlands IT bedrijf dat jaarlijks op feestelijke wijze de P.B.S. bokaal uitreikt aan de medewerker die in een project de meest exorbitante fout heeft gemaakt. P.B.S. staat voor plat-op-de-bek-smak.) De nadruk op het bestraffen van fouten vermindert het leervermogen van traditionele verticale organisaties.

Adaptief vermogen is het belangrijkste verschil tussen de dinosaurussen en de kleine zoogdieren van 70 miljoen jaar geleden. Het adaptieve en competitieve vermogen van kleine innovatieve bedrijven is nu onze beste hoop op een duurzame economische en ecologische toekomst. Geef de creatievelingen een kans.

Ingenieurs en psychologie – ‘Training’ psychologie is geen verbreding

In Technisch Weekblad on dinsdag, mei 19, 2009 at 22:58

Technisch Weekblad signaleerde vorige week de opmerkelijke populariteit van de postacademische trainingen in psychologische en sociale vaardigheden van het KiviNiria Center of Excellence. Enige kritische kanttekeningen worden daarbij door Christian Jongeneel geplaatst bij de onderdelen neurolinguïstisch programmeren, in Nederland vooral bekend van Emile Ratelband. Cursisten worden in groepsverband geleerd een positiever beeld van zichzelf te hebben.

Maar waar het mij hier vooral om gaat is de moeite die het reguliere hoger onderwijs, al of niet technisch, heeft met het inpassen, in een vierjarige studie, van leerstof die niet is gebaseerd op het wetenschappelijke en professionele paradigma van de gekozen discipline. Dit is een manco dat evenzeer geldt voor werktuigbouw en chemie als voor rechten, medicijnen en economie. Vier jaar hoger onderwijs betekent daarom vaak meer een intellectuele verenging dan een verbreding.

In Nederland zien we onder studenten die het gemis voelen vaak een behoefte aan extra afstudeervakken zoals filosofie, sociale psychologie of marketing. Dat is meestal een soort vreemdgaan. Amerikaanse universiteiten lijken mij door de latere specialisering en het rijkere aanbod van keuzevakken hier een voorsprong te hebben. Het meest populaire keuzevak aan Harvard University dit jaar is Positive Psychology met 855 studenten, dat is zelfs meer dan Economics 101 (669 studenten). Op meer dan 100 andere Amerikaanse universiteiten wordt een vergelijkbare series van colleges aangeboden.

How-to en self-help worden niet geschuwd. Halverwege een college dimmen de lichten. Professor Ben-Shahar vraagt de studenten een aantal minuten te mediteren, met volledige aandacht voor hun ademhaling en ontspanning van het lichaam. Doel van het vak is “the creation of a fulfilling and flourishing life”. Ik kan dat in alle ernst niet vertalen. In totaal zijn 1.400 Harvard studenten, ongeveer een vijfde van alle undergraduates, ingeschreven in de colleges van Ben-Shahar.

Belangrijk is dat Positive Psychology als een volwaardig academisch vak wordt gegeven. De verplichte literatuur is veeleisend en bestaat uit toonaangevend wetenschappelijk onderzoek. Kritische reflectie is een integraal onderdeel van de leerstof. De eisen aan experimenteerwerk en scripties zijn hoog.

Ik verwacht dat dit ook geldt als vergelijkbare vakken worden gegeven aan faculteiten Psychologie in Nederland. Ook een wetenschappelijke behandeling van neurolinguïstische programmering is niet ondenkbaar.

Het probleem ontstaat als het vak psychologie in snippers van enkele dagen als training wordt gepresenteerd aan ingenieurs ter compensatie van een ontbrekende bredere, voorafgaande academische vorming. Zoals de Engelse technologiefilosoof Mike Cooley mij ooit bezwoer, ‘…. education is for humans, training is for dogs.” Dit soort cursussen psychologie leiden niet tot de intellectuele verbreding die ingenieurs zoeken. De deur staat dan open naar dubieuze uitbuiters zoals de Scientology and Landmark organisaties. Voor het Nederlandse Hoger Onderwijs in zijn geheel ligt de oplossing, lijkt me, in een minder rigoureuze vroegtijdige specialisatie gepaard aan een bredere wetenschappelijke vorming.

Negatieve visie uit angst voor populisme

In Technisch Weekblad on zondag, mei 10, 2009 at 22:56

De campagne voor de verkiezingen in juni voor het Europese Parlement kenmerkt zich door nietszeggende debatten. De PVV permitteert zich meestal niet eens te verschijnen. Andere partijen verzanden al snel in een provinciaal gekissebis. Het is beschamend. Iedere positieve visie ontbreekt.

En dit allemaal terwijl de EU zo ver is gekomen op haar weg naar de na-oorlogse droom van een verenigd Europa. Middelgrote Nederlandse bedrijven exporteren steeds meer door het opheffen van handelsbelemmeringen. Wij profiteren van betere producten uit het buitenland. Duits bier en Franse rosé wijn worden goedkoper door het opruimen van middeleeuwse regelgeving die slechts de fabrikanten diende. Deze weekt legt de Europese Commissie de Amerikaanse chipsfabrikant Intel een boete op van meer dan een miljard dollar wegens concurrentievervalsing. De nieuwe Opteron chip van AMD werd door Intel op illegale wijze uit de markt geweerd. Al eerder kreeg Microsoft een boete van meer dan een miljard dollar. Niemand ontkent dat de huidige kredietcrisis rampzalig zou zijn geweest voor Europa zonder de Monetaire Unie en de Euro.

Door gebrek aan visie onder de kandidaten voor het Europees Parlement was het deze week in een door het Algemeen Dagblad georganiseerd debat prijsschieten op de grote aantallen Europese ambtenaren. Uit arren moede moest Europees Commissaris Neelie Kroes de verdediging op zich nemen. Ze stelde dat de EU niet meer ambtenaren telt dan een middelgrote stad in Nederland. Uit eigen ervaring als externe adviseur in programma’s van de EU voor R&D en voor regionale ontwikkeling weet ik dat de kwaliteit zeker niet minder is dan die van de ambtenaren van de lidstaten.

Opmerkelijk is dat VVD kandidaat Hans van Balen, partijgenoot van Kroes, haar niet bijvalt. Zijn gezichtsveld wordt getekend door zijn voorstel te gaan onderhandelen met Brussel over een nieuwe korting van een miljard euro op de Nederlandse EU-bijdrage. De visie van CDA, PvdA, VVD en CU in het debat beperkt zich verder tot het bevorderen van eigen nationale regels en een rem op de uitbreiding van de EU. De angst voor het populisme wint het bij alle politici van enige positieve visie op Europa.

Maar er is nog zo veel te doen. Bijvoorbeeld, deregulering voor het MKB. De interne markt is nog lang niet af. Volgens onderzoek scoort Europa vergeleken met de VS om die reden laag in de snelheid van de geografische diffusie van technologische innovaties. Een klein bedrijf met een succesvol nieuw product in Helmond kan slechts met grote vertraging vestigingen openen in Toulouse en Innsbruck.

Ook zouden de kandidaten zich meer uit kunnen spreken over de bestuurlijke deregulering met een visie van minder is meer. Één parlementsgebouw lijkt me bijvoorbeeld beter dan twee. Wèg met het Acquis Communautaire met zijn detailregelgeving voor heel Europa. Althans, daar zou ik een visie op verwachten in een debat over Europa.

Schaalgrootte als boze heks van de crisis

In Technisch Weekblad on maandag, april 6, 2009 at 20:22

Zelfs een oppervlakkige studie van de geschiedenis van economische crises leert dat ze onvermijdelijk zijn en nuttig. Momenteel zitten we met een echte structurele crisis, niet een tijdelijke dip in de financiële sector zoals de regering eerst dacht. We hebben strategische fouten gemaakt.

Een structurele crisis markeert doorgaans het einde van een langere periode van economische groei gedragen door fundamentele technologische trajecten zoals, in het verleden, de opkomst van de spoorwegen, elektrificatie, de PC en fabrieksautomatisering. Complementair aan technologische trajecten zijn economische en culturele strategieën, bijvoorbeeld algemeen onderwijs, verstedelijking, vooruitgangsgeloof, grootschaligheidgeloof, globalisering en ondernemerschap. Deze strategieën zijn vaak ideologisch in de zin dat er een taboe rust op twijfel.

Hoe langer en sterker de groei, hoe dieper de crisis of depressie die erop volgt. Dat is onvermijdelijk. We worden gedwongen verouderde strategieën af te zweren. Taboes kunnen worden doorbroken. Echte innovatie krijgt een kans. Daarin ligt het nut van de crisis, vooral een echte zware. Bedenk dat in de malaise in het midden van de jaren 70, tussen twee diepe energie crises en op een cultureel en politiek dieptepunt (respectievelijk Abba en Watergate), in de VS Microsoft en Apple zijn ontstaan. Dat zijn voorbeelden van nieuwe technologie èn nieuwe strategieën.

Is er in Nederland zicht op verandering? In de acties van de regering zie ik alleen een begin van reparaties van misstanden in de financiële sector, geen nieuwe strategie. Vervolgens is er een crisispakket waarin, koste wat kost, bestaande partijen, met hun oude strategieën, te vriend worden gehouden. Taboes blijven taboes.

Als de historici over een halve eeuw terugkijken naar de crisis van 2009, dan zullen ze vooral verbaasd zijn dat er niet eerder is afgerekend met de strategie van de grootschaligheid. In de industrie is aan dit technologisch traject na 60 jaar Fordisme al in de jaren tachtig een eind gekomen. Toen werd de traditionele lopende band onder druk van Japanse concurrentie verdrongen door flexibele automatisering. RS Verolme ging failliet en de toekomst was aan het flexibele Damen Shipyards. PC’s en Internet verhoogden overal de productiviteit van kleinschalige bedrijven. Maar in overheidsorganisaties bleef grootschaligheid overeind als ideologie; zo ook in het onderwijs en in de gezondheidzorg. Vaak heb ik daar gezien dat voorstellen voor schaalverkleining onbesproken van tafel werden geveegd. Wie nu naar een ziekenhuis gaat, krijgt de indruk een kathedraal binnen te lopen. Eindeloze rondes van bezuinigingen en fusies volgen elkaar op, maar van productiviteitsstijging is geen sprake.

Schaalgrootte waart ook als een boze heks door de financiële wereld. Jeroen Smit beschrijft in De Prooi de komisch over elkaar heen buitelende Raad van Bestuur van de ABN-AMRO die het op geen enkel punt met elkaar eens kunnen worden behalve de noodzaak van schaalgrootte. En daar gaan ze dan eind 2007 aan kapot. Een jaar later begint de ernstigste crisis sinds 1932.