amateurtoneel, duurzaamheid, klimaatbeleid, Kopenhagen
In Technisch Weekblad on maandag, november 16, 2009 at 20:42
Een van mijn jeugdzondes was een liefde voor het amateurtoneel. Ik heb daar veel van geleerd. Terwijl onze opvoering van Oscar Wilde’s De Ernst van Ernst voorploeterde werd al snel duidelijk dat het ons als jonge acteurs ontbrak aan het vermogen de toeschouwers langdurig te boeien. De regisseur, een oude rot in het vak, wist daar wel wat op. Op willekeurige momenten produceerde hij in de coulissen het geluid van een luid klapperend raam. Als dat niet hielp kon hij ook – ongeacht de dramaturgische ontwikkeling – op willekeurige momenten het geluid van een blikseminslag produceren. Of was dat tijdens onze opvoering van De Vrouwen van Troje van Euripides? In ieder geval zat iedereen in de zaal na de donderklap onmiddellijk weer rechtop.
Politiek is ook theater. Het internationale politieke debat over duurzaamheid en klimaatbeleid ter voorbereiding van de APEC conferentie in Kopenhagen gaat steeds meer lijken op slecht amateurtoneel. De spelers komen op en spreken routineus hun teksten. Maar het vuur ontbreekt. De thema’s zijn verouderd. Waar blijft de nieuwe Euripides? Het debat over duurzaamheid is na een jaar kredietcrisis niet langer boeiend. Inhoudelijk dreigt de obsessie met onhaalbare lange termijn afspraken over CO2 uitstoot de pragmatische korte termijn aanpak van direct bedreigende milieuvernietiging te verdringen. Bijvoorbeeld lood en kwikvergiftiging, overbevissing en ontbossing. In Nederland lezen wij de wereld de les over lange termijn CO2 afspraken. Maar we staan toe dat Egmond aan Zee nog jaren lang zijn riool loost op het strand van de Noordzee. In alle landen is de noodzakelijke, direct uitvoerbare verdubbeling van de brandstofbelasting onbespreekbaar. (In Nederland zou die ook de chimaera van de kilometerheffing technisch overbodig maken.)
Er is dringend behoefte aan nieuwe aansprekende thema’s om het veeleisende theaterpubliek wakker te houden. De oude rot Al Gore heeft nog een oude toneeltruc uitgehaald door de introductie van uitstervende ijsberen en smeltende gletsjers in de coulissen. Maar dat is op den duur te willekeurig om te blijven boeien. Het thema duurzaamheid spreekt het grote publiek niet aan en klimaatverandering is te technisch om draagvlak te creëren.
De systeem dynamicus Jay Forrester, auteur van het eerste onderzoek van de Club van Rome over de uitputting der aarde in 1971 (en uitvinder van de RAM chip), verwerpt duurzaamheid als doelstelling. (Interview in Sloan Management Review, winter 2009.) Duurzaamheid is te conservatief. Forrester pleit voor (zoeken naar) evenwicht en overleven als doelstellingen. Hij ziet kansen in de huidige economische crisis, maar vreest politieke tegenwerking van economische machten die terug willen naar herstel van de oude situatie.
Zijn evenwicht en overleven de aansprekende thema’s die het publiek in de grote zaal deze maand in Kopenhagen wakker kunnen schudden? Prima, zolang de direct noodzakelijke acties tegen milieuvernietiging maar niet worden vergeten, en onze acteurs niet te amateuristisch zijn. Duurzaamheid exit.
bottom-up, crisis, macromaan, Smart City
In Technisch Weekblad on maandag, oktober 12, 2009 at 20:04
Om de crisis te bestrijden ontbreekt het onze regering niet aan geld. Zie de begroting die op Prinsjesdag is ingediend. Nee, het ontbreekt aan goede initiatieven. Het is allemaal te centralistisch, te Haags. De Haagse fantasie laat zich te gauw beperken tot grootschalige subsidieprogramma’s, terwijl de huidige economische crisis zich juist in lokale knelpunten en misstanden openbaart. Wie in Den Haag het meeste politieke rumoer maakt komt het eerste aan bod voor de grootschalige subsidies. Daarom de Nationale Sloopregeling voor de Bovag, de macromane windmolenparken op de Noordzee waar altijd subsidiegeld bij zal moeten, en de zojuist aangekondigde 500 miljoen euro voor de nationale dubbelglasregeling onder de noemer lokaal klimaatbeleid. Die is voor huiseigenaren die nog steeds te lui waren om hun gasrekening goed te lezen. Deze regeling heet lokaal, omdat de lokale overheden als loket mogen dienen. Maar ieder werkelijk lokaal initiatief ontbreekt.
Het wezen van een structurele crisis als de huidige is dat oude wegen zijn doodgelopen: institutioneel, cultureel, economisch en technologisch. Nieuwe trajecten van oplossingen moeten worden gezocht. Minder grootschalig en meer bottom-up. Een mooi voorbeeld vind ik het project “Smarter Cities”. Dat is een initiatief van de City University van New York, het Urban Land Institute, het Brookings Institute en IBM. Een belangrijk thema is het beter benutten van de overvloed aan data die in moderne steden wordt verzameld. Doel is zonder geldverslindende bureaucratisering de dienstverlening aan burgers significant te verbeteren.
Toepassingsgebieden zijn verkeer, energiebesparing, veiligheid, gezondheidszorg, sociale diensten en onderwijs. Zo is het software programma CompStat een succesvol hulpmiddel gebleken voor de politie in New York om snel te reageren op onveilige situaties op straat. Het “311” klachtennummer in New York verwerkt 50.000 klachten per dag. De brandweer ontwikkelt met IBM een informatiesysteem waarin bouwkundige details en risicofactoren uit diverse stedelijke databases geïntegreerd kunnen worden doorgegeven aan ladderwagens op weg naar een brand. Dit soort informatie had vorig jaar in Nederland slachtoffers onder de brandweerlieden kunnen voorkomen bij de brand in de scheepswerf in De Punt, waar gevaarlijke stoffen waren opgeslagen.
Met behulp van Business Intelligence software ontwikkeld in het kader van Smarter Cities heeft de Sociale Dienst van Alameda County in California de bureaucratische verspilling zo weten te verminderen dat er nu per client meer tijd kan worden besteed en tegelijk miljoenen dollars worden bespaard. In Dubuque worden gas-, electra- en watermeters gekoppeld aan een IT systeem dat burgers informeert over hun dagelijks gebruik. De wachttijd voor het verlenen van een bouwvergunning in New York is teruggebracht van 40 naar 7 dagen.
Smarter Cities leert van de industriële ervaring met lean manufacturing, ooit geperfectioneerd door Toyota. De essentiële informatie wordt gebundeld en gebracht naar de werkvloer. Daar wordt stap voor stap de effectiviteit en dienstverlening verbeterd. Bottom-up, dat is de toekomst, ook lokaal.